Home

Als iemand mijn hond wil beminnen, moet ik steeds streng zeggen: ‘Doe niet, ze zal je misschien pijn doen’

is columnist voor de Volkskrant

Mijn hond vertoont gedrag dat een vriendin van me eufemistisch aanduidt met de term ‘wonderlijk’: als mensen naar haar smaak te expressief of plots met hun voeten of scheenbenen bewegen, bijt ze ze in hun enkel. Dat is ongelofelijk vervelend, om maar niet te zeggen naar, maar het lukt me niet om er iets aan te veranderen.

Ik denk dat het te maken heeft met het feit dat zij haar hele leven op enkelhoogte doorbrengt; ze is zelf precies één enkel hoog, de enkel is haar horizon, haar permanente uitzicht, het allerbelangrijkste wat ze kent en ziet, en als daar iets onverwachts mee gebeurt, zoals het even bewegen met een been, dan raakt ze uit haar doen en bijt ze.

Nu klink ik al als zo’n flauwe excuses verzinnend baasje, het type dat zegt: ‘Normaal bijt ze nooit.’ Of het type dat zegt: ‘Ze beet alleen omdat jij je scheenbeen even bewoog.’ Maar zo is het niet: ik zou eigenlijk wel de hele dag willen zeggen: ‘Ga ervan uit dat ze bijt.’

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het probleem is dat mijn hond een magnetische uitwerking heeft op alle mensen, en dat komt doordat ze een filmhond is, of makkelijk had kunnen zijn. Ze heeft ruwe haartjes die op de juist plekken donkerbruin zijn en op andere plekken goud, korte pootjes met grote – ook al gouden – krullen erop, kleine felle bruine kraaloogjes, een lieve lange snuit en een erg charmant loopje.

Het is onmogelijk om met haar door het drukke centrum van Amsterdam te lopen, wat één grote verzameling bewegende enkels is, want alle mensen die bij die enkels horen, willen haar aaien, bewonderen, toespreken, en dat wil ze allemaal niet, en ik ben constant bang dat ze ze bijt.

Ik las al eens over een baasje dat zijn bijterige hond een jasje had aangedaan waarop stond ‘mij niet storen’, of iets dergelijks, maar dat werkte averechts: mensen zijn zo gek op honden dat ze een hond die niet gestoord wil worden júíst gaan storen.

Het lastige is dat ik de liefde van die mensen dus moet beantwoorden met harde, strenge woorden. Iemand wil mijn hond beminnen en ik moet zeggen: ‘Doe niet, ze zal je misschien pijn doen.’ Dit gaat me slecht af. Ik verpak het meestal in: ‘Ze kán wel eens een beetje vals zijn’, maar ik weet allang dat dat totaal niet werkt.

De aaier in kwestie is altijd zelf ook hondeneigenaar, of had vroeger een vals hondje waar hij goed raad mee wist, of is toevallig hondenfluisteraar, of luistert gewoon niet, verblind als hij is door het charisma van mijn hond. En dan moet ik echt streng worden, en dus zeggen: ‘Nee, maar deze bijt echt.’

En het erge is: dan kijken mensen mij, het baasje, aan alsof ík bijt.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next