Theater Twee jaar werkte acteur en theatermaker Steyn de Leeuwe als vrijwilliger bij een daklozenopvang in Amsterdam. Op basis van zijn ervaringen daar maakte hij de solovoorstelling ‘Moonlight Motel’. Na afloop van de première gaan theaterrecensent Shira Keller en Berry Pfennigwerth, ervaringsdeskundig belangenbehartiger bij Straat Consulaat en Dakloosheid Voorbij, in gesprek over de voorstelling.
‘Moonlight Motel’ van Steyn de Leeuwe.
Moonlight Motel door Kobra Theaterproducties. Concept, tekst en spel: Steyn de Leeuwe. Regie: Titus Tiel Groenestege. Gezien: 6 december in Theater Bellevue, Amsterdam. Te zien t/m 26 mei 2026. Info: kobratheater.nl
BP: „Ik zag al helemaal voor me hoe ik, cynische Berry, na afloop met een katerig gevoel in de trein terug zou zitten. Ik ben vooringenomen als het om daklozenopvang gaat. Hoe goed de mensen die er werken het vaak ook bedoelen, opvang is geen oplossing voor het probleem. De enige oplossing is adequate huisvesting. Daarnaast las ik dat het een komedie zou zijn, waarin De Leeuwe allemaal typetjes zou spelen. Humor in combinatie met dit thema roept nogal weerstand bij me op. Dus ik zette me schrap. Maar ik vond de voorstelling echt indrukwekkend. Ben er een beetje stil van.”
In Moonlight Motel wordt het hoofdpersonage (genaamd Steyn de Leeuwe) door een verkoper van de daklozenkrant meegenomen naar een zogenaamd inloophuis, een plek waar daklozen overdag terechtkunnen. Daar wordt hij voor een nieuwe hulpverlener aangezien en direct aan het werk gezet. In sneltreinvaart ontmoet De Leeuwe een bonte verzameling van personages. Hij speelt ze allemaal zelf. Door middel van kleine veranderingen in fysiek of spraak wordt duidelijk wie er aan het woord is.
BP: „Het beginlied greep me meteen. Over hoe onzichtbaar je bent, als dakloze. Je mag nergens zijn. Mensen negeren je stelselmatig. En anders word je weggestuurd, of je krijgt een boete. Het is toch absurd dat mensen een boete krijgen voor het feit dat ze bestaan?”
Steyn de Leeuwe in zijn voorstelling ‘Moonlight Motel’.
Zelf raakte Pfennigwerth in 2010 thuisloos. „Ik had mijn baan verloren en kon mijn huur niet meer betalen. Na een periode bij vrienden en kennissen op de bank te hebben geslapen kwam ik in 2011, een week voor mijn verjaardag, in de 24-uursopvang terecht. Ik heb godzijdank nooit in de openbare ruimte hoeven overnachten, zoals deze personages. Maar het is hoe dan ook verschrikkelijk. Je verliest al je zelfrespect. Ook nadien heeft het nog jaren geduurd voor ik me weer mens voelde.”
SK: „En toch is Moonlight Motel ook een komedie.”
BP: „Zeker. Ik heb ook echt gelachen. De Leeuwe laat de personages in hun waarde. Waar je om lacht, is de absurditeit van een systeem dat dit soort schrijnende situaties veroorzaakt. Een intake, waarbij iemand binnen drie vragen wordt gecategoriseerd en gedehumaniseerd. Alle regelingen en voorwaarden en afkortingen die je moet kennen als je een kans wilt maken op een slaapplek. Die man die gewoon een prima woonhuis in Oostenrijk heeft, maar daar maar zes maanden per jaar mag wonen, en daarom de andere zes maanden in een tentje in de berm slaapt. Ik kijk niet echt meer van dit soort verhalen op, maar als leek denk je dan toch: hoe is dit mogelijk? Hier moet toch iets aan te doen zijn?”
SK: „Mij intrigeerde een scène waarin De Leeuwe aan een verslaafd personage uitlegt dat hij hem in zijn voorstelling wil verwerken. ‘Hoe speel je mij dan?’ vraagt de man. ‘Nou gewoon, ik doe een Haags accent na.’ ‘Maar ik héb helemaal geen Haags accent?’ ‘Ja maar dat weet het publiek toch niet?’ Ik vond het een sterke scène, omdat De Leeuwe er een ongemak in benoemt dat de voorstelling met zich meedraagt: in hoeverre mag je andermans verhaal naar je eigen hand zetten? En wat geeft jou het recht, zonder zelf ooit dakloos te zijn geweest, deze personages te vertolken? Hoe zie jij dat, schuurt daar niet iets, moreel gezien?”
BP: „Misschien wel. Bij Straat Consulaat proberen we mensen zo veel mogelijk zelf hun verhaal te laten vertellen. Maar De Leeuwe vertolkt de personages met zo veel zorg en respect, dat ik de vorm van de voorstelling wel meteen accepteerde. Ik herken het ongemak wel dat je bedoelt. Ik verdien nu ook, in principe, mijn geld dankzij andermans ellende. Dat heeft iets wrangs. Maar het feit dat ik dit werk doe, gaat – hopelijk – bijdragen aan een oplossing voor die ellende. En dat geldt in zekere zin ook voor deze voorstelling. Ik denk dat Moonlight Motel de potentie heeft om dakloze mensen voor een breed publiek een klein beetje minder onzichtbaar te maken.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC