Rechtszaak Zeven jaar na een ongeluk met een Stint in Oss, waarbij vier kinderen overleden, begon dinsdag de strafzaak tegen de producenten van de elektrische bolderkar. „De vraag wat er is gebeurd, heeft de afgelopen jaren onze levens beheerst.”
Advocaten Geert-Jan Knoops en Carry Knoops-Hamburger komen aan voor de eerste zitting in de strafzaak rond het ongeluk met de Stint.
Of ze hun elektrische bolderkar, de Stint, destijds als een ‘bijzondere bromfiets’ of een machine zagen? „Dat was niet een heel groot topic, er waren veel dingen waar we ons toen mee bezighielden”, zei Stint-bedenker Edwin Renzen. Hij doelde op 2011, toen hij en compagnon Peter Noorlander bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een aanvraag hadden ingediend om met het voertuig de weg op te mogen. Die aanvraag was voor een bijzondere bromfiets.
Voor hun klanten, buitenschoolse opvangcentra die met de Stint kinderen naar school brengen, hadden de ondernemers destijds een handleiding geschreven. Als hun bolderkar louter was getest op de merites van een bijzondere bromfiets, waarom stond in die handleiding dan óók dat de Stint aan Europese richtlijnen voor machines voldeed? Had dat niet, vroeg de rechter, „iets dichter bij de waarheid” gekund? „We wilden noemen dat we wel naar de Machinerichtlijn hadden gekeken”, zei Noorlander. „Op de website en flyers stond altijd al dat de Stint een bijzondere bromfiets is.”
Het al dan niet vermelden van EU-regels voor machines bleek dinsdag een van de vele technische discussies op de eerste dag van de strafzaak tegen Stint-ondernemers Edwin Renzen en Peter Noorlander in de rechtbank in Den Bosch. Zeven jaar geleden, op 20 september 2018, verongelukte een bolderkar van hun bedrijf op een spoorwegovergang in Oss. Vier kinderen kwamen om het leven. Een vijfde kind en de 32-jarige begeleider van de kar raakten zwaargewond.
Het Openbaar Ministerie (OM) besloot de bedrijven achter de Stint te vervolgen: Stintum en moederbedrijf Stintum Holding. Zij worden verdacht van het leveren van een „schadelijk product”, en valsheid in geschrifte.
Meerdere instanties onderzochten afgelopen jaren de Stint. Zo groeide de zaak uit tot een dossier van 32 ordners, zei een van de rechters. Voorafgaand aan de zitting hadden Geert-Jan Knoops en Carry Knoops-Hamburger, twee van de vier advocaten van de Stint-ondernemers, drie dikke ordners uit een zwarte rolkoffer gehaald en op tafel gelegd.
De rechter sprak van een „beladen zaak”, vanwege het „ontzettend droevige ongeval, dat diepe sporen heeft nagelaten bij de nabestaanden” en andere betrokkenen. Hij begreep dat zij „hebben toegeleefd naar vandaag”.
In de zaal zaten familieleden van de overleden kinderen, die bij de zitting komende donderdag het woord nemen. De rechter sprak hen direct aan: „Voor velen van u is begrijpelijk de vraag wat er op die fatale ochtend is gebeurd. Dat blijkt niet duidelijk uit het onderzoek”. De rechter waarschuwde de familieleden dat de zitting de komende dagen „afstandelijk” en „zakelijk” kan overkomen, vanwege de vele technische zaken rondom de Stint. „Dat u denkt: gaat dit nog over september 2018, over wat zo heeft ingegrepen in uw leven?”
Ook Renzen en Noorlander, allebei in een nette pullover met wit overhemd, eigen flesje water mee, zijn geraakt door de zaak, benadrukte de rechter. Uit naam van de twee Stint-bedrijven las Renzen, met een trilling in zijn stem, een verklaring voor. „Het is voor ons, net als voor iedereen en de nabestaanden in het bijzonder, een vreselijk drama. Wij zijn ook ouder en beseffen daardoor als geen ander wat dit ongeluk teweeg heeft gebracht. De vraag wat er daadwerkelijk is gebeurd, heeft de afgelopen jaren onze levens beheerst.”
De rechters, officieren van justitie en advocaten stelden zo’n zes uur lang vragen aan beide mannen. Over waarom ze voor een smaller type Stint geen nieuwe toelatingsaanvraag bij het ministerie hadden ingediend („De maatvoering [van het frame] was niet veranderd”). Over waarom de ‘remvertraging’ niet in orde was („We wilden een soepele flow om tot een remming te komen”). En over waarom Renzen veel meer aan het woord was dan Noorlander, die via zijn afstudeerproject Renzen had leren kennen (Renzen: „Ik ben iets meer op de voorgrond, Peter doet de technische kant”).
„Respect dat u alles heeft proberen te volgen”, zei de rechter aan het einde van de zitting tegen de nabestaanden. Een enkeling had een kussentje meegebracht. „Met die getallen en begrippen als remvertraging zult u best eens hebben gedacht: waar gaat dit over?”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC