Steeds vaker klinken zorgen over de democratie, over polarisatie en verruwing van de maatschappij. Burgerschapsonderwijs kan leerlingen een zetje in de goede richting geven, maar de Onderwijsinspectie constateert dat het merendeel van de scholen tekortschiet. Op bezoek bij een school die het onderwijs veranderde na een tik op de vingers.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Lou Dieben vraagt zijn mentorleerlingen van 5 havo te gaan staan. Deze week bespreken ze de gewelddadige video’s en de daaropvolgende schoolsluitingen in Beverwijk, Heemskerk en Haarlem van september. ‘Sociale media moeten gewelddadige video’s weren’, leest hij voor van het digibord. Als één geheel bewegen de leerlingen zich naar de rechterkant van het klaslokaal: ze zijn het unaniem oneens met de stelling.
‘Waarom vinden jullie dat?’, vraagt Dieben zijn leerlingen. ‘Iedereen ziet die filmpjes toch wel’, klinkt het vanuit de meute. ‘Ouders moeten daar wat aan doen, niet sociale media’, zegt een ander.
‘Oké’, zegt Dieben, ‘maar wat als er een filmpje online komt waarop je zelf in elkaar wordt geslagen? Dan wil je toch dat het eraf wordt gehaald?’ Even blijft het stil, tot een leerling met een idee komt: ‘Dan moet je maar aangifte doen.’
Met zijn mentorklas besteedt Dieben, aardrijkskundedocent aan het Maaslandcollege in Oss, één uur per week aandacht aan burgerschap. Onderwijs hierin heeft als doel om leerlingen de handvatten te geven om mee te komen in een democratische rechtsstaat. Wat zijn je rechten, en je plichten? Hoe werken verkiezingen? Wat vinden we wenselijk in de omgang met minderheden?
Bevordering van burgerschap is al jaren een verplichte taak van scholen. Onderwijs hierin is zelfs een van de basisvaardigheden, net als rekenen en taal. Vanaf dit schooljaar speelt burgerschapsonderwijs ook een grotere rol in het oordeel van de Onderwijsinspectie. Als daaraan iets mankeert, zijn scholen dichter bij een ‘onvoldoende’ of ‘zeer zwak’ als eindoordeel. Veel scholen hebben het burgerschapsonderwijs niet op orde, bleek dit jaar uit cijfers van de inspectie: het merendeel van de basisscholen (57 procent) en de middelbare scholen (62 procent) schiet tekort op dit vlak.
Dat is zorgelijk, vindt Eva Rovers, directeur van Bureau Burgerberaad. Deze non-profitorganisatie organiseert burgerberaden op scholen om leerlingen te laten meebeslissen over het schoolbeleid, en daarmee hun democratische vaardigheden te versterken.
‘Burgerschapsonderwijs gaat over functioneren in een samenleving en je eigen rol daarin vinden’, zegt Rovers. Volgens haar is dat nu extra belangrijk, in deze tijd van polarisatie en verruwing van het politieke debat. ‘Goed burgerschapsonderwijs kan mensen helpen om op een actieve manier naar elkaar te luisteren. Het kan empathie vergroten, nieuwsgierigheid, maar ook het gevoel van zeggenschap: dat jouw stem ertoe doet, en dat je in een democratie meer kunt doen dan alleen stemmen. We zie dat gebeuren bij de schoolberaden.’
Het Maaslandcollege was vorig jaar een van de tekortschietende scholen. De Onderwijsinspectie oordeelde toen dat de school ondermaats presteerde op burgerschap, en omdat de resultaten van een deel van de leerlingen eveneens tegenvielen, kreeg de school als geheel een onvoldoende. ‘Dat kwam keihard aan’, zegt conrector Floor Pluijmers in haar kantoor.
Ze geeft toe dat de school het burgerschapsonderwijs niet op orde had, maar wijst ook naar de overheid zelf. Het ontbreken van duidelijke richtlijnen ervoor bemoeilijkt de invulling voor dit type onderwijs, zegt Pluijmers.
In 2006 kregen scholen voor het eerst de wettelijke opdracht om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen. Hoe precies, dat was aan de scholen. In 2021 heeft de overheid die opdracht aangescherpt. Scholen zijn sindsdien verplicht om aandacht te besteden aan acht basiswaarden, zoals vrijheid van meningsuiting en het afwijzen van discriminatie.
Maar ook voor deze basiswaarden blijft de invulling voor scholen abstract. ‘Je moet bijna helemaal zelf het wiel uitvinden’, aldus Pluijmers.
De Onderwijsinspectie heeft een ander beeld. Ze benadrukt dat er juist veel materiaal en ondersteuning voor scholen beschikbaar is. Wel herkent de inspectie dat de overheid terughoudend is met het voorschrijven hoe scholen invulling moeten geven aan de bevordering van burgerschap.
‘Burgerschap raakt aan persoonlijke opvattingen en waarden, waarvan er binnen de vrijheid van onderwijs allerlei soorten mogen zijn’, zegt inspecteur-generaal Alida Oppers van de Onderwijsinspectie. Daarom wil de overheid daar zo min mogelijk aan tornen. Oppers voegt toe dat er veel ruimte is om rekening te houden met wat leerlingen nodig hebben, met de visie van de school of met de actualiteit.
Op Diebens digibord prijkt een nieuwe stelling. ‘Preventief fouilleren is een goed idee voor de veiligheid op school.’ Opnieuw kiest de klas unaniem, dit keer zijn alle leerlingen het eens. ‘Ook als je dan iedere dag lang in de rij moet staan voor detectiepoortjes?’, vraagt Dieben. ‘Ik zou het niet erg vinden, het geeft een veiliger gevoel’, antwoordt een van de leerlingen. Zo gaat de les nog even door: de klas reageert op stellingen, Dieben dwingt ze met zijn vragen om na te denken over hun mening.
Maar alleen het gesprek voeren is voor de Onderwijsinspectie nog niet voldoende. De wet vraagt scholen niet alleen om burgerschap te bevorderen, maar ook toe te zien op de doelgerichtheid en de samenhang van dit type onderwijs.
‘Je moet concrete leerdoelen hebben, het is geen goedebedoelingenonderwijs’, zegt programmacoördinator Anne Bert Dijkstra van de inspectie. ‘Je kunt een klas bijvoorbeeld op excursie meenemen naar de Tweede Kamer, maar als je daar geen opvolging aan geeft met een terugkoppeling en het bezoek niet aansluit bij de leerdoelen van de school, is dat niet wat de wet vraagt.’
Voor de VO-raad komt de aanscherping van het toezicht die dit jaar is ingevoerd te vroeg. De belangenbehartiger van middelbare scholen vindt het verstandiger om een ‘dergelijk ingrijpende wijziging’ pas door te voeren in 2027, wanneer de inspectie haar manier van beoordelen vernieuwt. Tegen die tijd weten scholen ook beter wat er precies van hen wordt verwacht op het gebied van burgerschap.
Dat ondervond ook het Maaslandcollege, dat van de inspectie een jaar de tijd kreeg om het burgerschapsonderwijs samenhangend en doelgerichter in te vullen. Voor dat laatste moest de school de afkomst, sociaal-economische status en gezinssituatie van leerlingen in kaart brengen, om de lesstof beter op hen te kunnen afstemmen.
‘Achteraf kunnen we concluderen dat die herstelopdracht ons richting heeft gegeven’, zegt conrector Pluijmers. ‘Geluk bij een ongeluk, want daardoor hebben we burgerschap op orde gekregen voor 1 augustus’, verwijst ze naar de datum waarop de aanscherping van de inspectie is ingegaan.
Inmiddels heeft het Maaslandcollege de zaken op orde, oordeelde de inspectie eerder dit jaar. Er kwam onder meer een plan voor het burgerschapsonderwijs voor ieder niveau en ieder jaar, en een zogenoemde ‘burgerschapshoek’, waar leerlingen over verschillende thema’s kunnen lezen. Om bewustwording onder leerlingen te vergroten is het ‘burgerschapslogo’ op het Maaslandcollege verspreid door de school te zien op muren, digiborden en op opdrachtenblaadjes. Tenslotte heeft de school burgerschap verweven in andere vakken, bijvoorbeeld door de Prinsjesdagplannen te bespreken tijdens de economieles.
In de klas in Oss gaat het inmiddels over de rol van socialemediabedrijven en geweld op school. Wanneer Dieben de stelling voorleest dat incidenten als die in Noord-Holland niet voorkomen op het Maaslandcollege, is vrijwel de hele klas het daarmee eens. Eén jongen blijft achter aan de andere kant van de klas. ‘Er gebeurt zat’, zegt hij. ‘Ik zie genoeg filmpjes voorbij komen.’ Voor Dieben een reden om binnenkort even rustig met de jongen te gaan zitten.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant