Bolderkar In 2018 overleden vier kinderen bij een ongeluk met een Stint op een spoorwegovergang in Oss. Zeven jaar later begint een strafzaak tegen de bedrijven achter de elektrische karren.
Een elektrisch aangedreven voertuig van Stint Urban Mobility.
Bij inderhaast opgezette herdenkingsplekken in de Brabantse stad Oss leefde in de weken na het Stint-incident het gevoel: dit was een zeldzaam tragisch ongeluk, berichtte NRC in het najaar van 2018. Ossenaar Henny Reuvers zei over de angst van ouders om hun kind te verliezen: „Dat is nu uitgekomen”.
Dinsdag begint in de rechtbank in Den Bosch een strafzaak tegen twee bedrijven die verantwoordelijk worden gehouden voor de productie en verkoop van de Stint. Met die elektrische bolderkar kunnen kinderen onder meer van en naar de buitenschoolse opvang (bso) worden gebracht.
Op 20 september 2018 bleek een bestuurder van een Stint niet in staat te remmen voor een gesloten overwegboom, bij een spoorwegovergang in Oss. Een trein schepte de Stint. Vier kinderen kwamen om het leven, ze waren tussen de vier en acht jaar en zaten allemaal op dezelfde basisschool. Een vijfde kind en de 32-jarige begeleider van de kar, raakten zwaargewond.
Na het ongeluk ontving het Openbaar Ministerie ”meerdere meldingen” van eerdere incidenten met Stints. In 2023 besloot het OM tot vervolging van de directeuren van Stintum BV en moederbedrijf Stintum Holding BV. Ze zouden een „schadelijk product” hebben geleverd.
Een van de verdachten is bedenker van de Stint, Edwin Renzen. „Hoewel verdachten wisten van diverse gebreken, werd onvoldoende actie ondernomen en bleef de Stint met die gebreken bij vele kinderdagverblijven in gebruik, met alle risico’s van dien”, stelde het OM.
De directeuren worden ook beschuldigd van valsheid in geschrifte. De Stint werd in 2012 toegelaten op de weg. In een verzoek daartoe bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, werd volgens het OM „ten onrechte gemeld dat de Stint voldeed aan de benodigde veiligheidseisen”. Kort na het ongeluk zouden de bedrijven verwijzingen naar bepaalde veiligheidsrichtlijnen uit het de handleiding van de Stint hebben gehaald, voor ze dat document naar het ministerie en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) stuurden.
Behalve de ILT, bogen ook de Arbeidsinspectie, het Nederlands Forensisch Instituut en onderzoeksinstelling TNO zich over de veiligheid van Stints. De remconstructie en gashendel deugden niet en daarnaast ontbraken aanwezigheidsdetectie, opstartbeveiliging en remschakelaar, bleek uit onderzoeken.
Over het TNO-rapport concludeerde NRC: het leest alles bij elkaar als een gebruiksaanwijzing voor de fabrikant van de Stint, die hiermee een wél veilig voertuig kan bouwen.
Aanvankelijk richtte het onderzoek zich op de oorzaak van het ongeluk in Oss. Nadat meer meldingen van incidenten met Stints werden gedaan, richtte justitie zich juist op de producent. Met het inschakelen van experts en het opnemen van rapporten van diverse instanties, werd het dossier in de woorden van het OM „omvangrijk”.
Op verzoek van de verdediging, heeft de rechter-commissaris afgelopen twee jaar al getuigen gehoord. In maart en april 2025 zou de inhoudelijke behandeling doorgaan. Een dikke maand voor de eerste zittingsdag, meldde het OM dat het „niet meer als reëel” werd gezien om de zaak op de geplande data te behandelen. Dat had te maken met vier nieuwe technische onderzoeksrapporten, aangevraagd door de verdedigende partij. De inhoud daarvan wilde het OM nog voorleggen aan experts.
Stint-ondernemer Renzen spreekt in De Telegraaf over „zeven jaar insinuaties”. „Wij hebben de regels gevolgd. Wij gaan naar de zaak om vragen van de rechter te beantwoorden die er zijn op basis van het dossier.”
Kort na het ongeluk haalde toenmalig minister Cora van Nieuwenhuizen (VVD, Infrastructuur en Waterstaat) de elektrische bolderkarren van de weg. Bij dat besluit had ze echter moeten meewegen dat de technische keuring van de Stint door het ministerie in 2011 „volstrekt onder de maat [was] geweest”, zoals de Raad van State in 2021 concludeerde. Het ministerie moest een schadevergoeding aan de fabrikant en Stint-gebruikers betalen.
Inmiddels is de kar weer terug in het straatbeeld. In 2020 werd het voertuig, weliswaar met enkele aanpassingen, opnieuw toegelaten. De Stint heet tegenwoordig een ‘BSO-bus’. „Er rijden er nu bijna net zoveel rond in Nederland als vóór september 2018, ruim 2.750”, zegt Renzen tegen de Gelderlander.
De zaak wordt behandeld in zes dagen. 17 december is de laatste zittingsdag. De uitspraak volgt naar verwachting volgend jaar.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC