Hulpverlening Indonesië Na een verwoestende cycloon dreigt volgens de gouverneur van Atjeh hulp te laat te komen. Hierdoor sterven mensen van de honger, zegt hij. De nationale regering vindt de hulp voldoende.
Dode dieren liggen op 6 december in het water in de regio Atjeh-Tamiang. Volgens de gouverneur van Atjeh zijn na de verwoestende cycloon op 25 november nog niet alle gebieden door hulpverlening bereikt.
Het was een emotionele noodkreet die de gouverneur van Atjeh dit weekend deed: „Mensen gaan dood door honger.” Twaalf dagen na de cycloon op Sumatra hebben sommige gebieden nog geen hulp ontvangen, zei hij erbij. In Atjeh, het noordelijkste deel van Sumatra, zijn 18 van de 23 districten verwoest. „Hele dorpen zijn weggevaagd. Hulp dreigt nu voor velen te laat te komen.”
Op 25 november trok cycloon Senyar een verwoestend spoor in Atjeh en het noorden en westen van Sumatra, een bosachtig berggebied van 1.000 kilometer lang. Autoriteiten telden zondag 915 doden, 274 vermisten en 746.000 ontheemden. Er leven zo’n drie miljoen mensen in het rampgebied. Volgens de nationale rampenbestrijdingsorganisatie zijn 405 bruggen, 199 ziekenhuizen, 679 scholen en zo’n honderdduizend huizen vernietigd.
Lokale hulporganisaties maken zich grote zorgen over de gebieden waar nog niemand is geweest. Met sommige delen die alleen te voet of via de lucht te bereiken zijn, is af en toe contact met behulp van het satellietnetwerk Starlink en provisorische generatoren. Olifanten worden ingezet om de puinhopen op te ruimen.
Al sinds vorige week vragen hulporganisaties president Prabowo de noodtoestand uit te roepen. Maar hij heeft een andere boodschap. „We hebben alles onder controle. De hulp is voldoende”, zei hij tegen verslaggevers. Hij roemde de hulptroepen van het leger.
Op sociale media tonen loyale politici beelden van het militairen die voedselpakketten stapelen. De minister van Buitenlandse Zaken zei vrijdag tegen The Jakarta Post dat verschillende landen hulp hebben aangeboden, maar dat die op dit moment niet wordt aangenomen. „De regering is capabel genoeg om dit zelf in goede banen te leiden.”
De Indonesische persfotograaf Reza Saifullah (28) reisde zeven dagen door de districten Pidie Jaya en Bireuen. Verder landinwaarts kwam hij niet. „Oost-Atjeh heeft 32 bruggen. De helft is weggespoeld. Wegen zijn onbegaanbaar”, vertelt hij telefonisch vanuit zijn woonplaats Banda Atjeh. Saifullah vloog zondag mee met een legerhelikopter die voedselpakketten uitdeelde. „Ik zag zoveel bruine plekken. Dorpen zijn volledig verdwenen onder de modder.”
Hij stelt dat veel gebieden nog steeds verstoken zijn van hulp. „Indonesië heeft niet veel helikopters. En één helikopter kan per dag maar één dorp bereiken.” Volgens de laatste berichten zijn er dertien marineschepen ingezet voor de bevoorrading van kuststeden, vijf helikopters en één bevoorradingsvliegtuig. Maar volgens lokale hulporganisaties is dat niet genoeg om de hulpgoederen op de juiste plek te krijgen.
Nu de infrastructuur is vernietigd, is het gebied nog kwetsbaarder. Het bergen van lichamen gaat moeizaam. Op veel plekken liggen dode dieren langs de weg. Ook is het aanhoudende slechte weer in bepaalde delen een hindernis.
Het ministerie van Gezondheid heeft de eerste ziektes gemeld. Mensen hebben huidinfecties, koorts, ademhalingsproblemen en diarree. Artsen vrezen voor grotere uitbraken van malaria, dengue en cholera. Er is gebrek aan medicatie, schoon drinkwater en voedsel.
Helikopter met hulpgoederen in centraal Atjeh op 6 december.
De situatie op 4 december in door modder bedekt gebied in de regio Pidie Jaya in Atjeh, foto vanuit helikopter.
Of het klopt wat de gouverneur zegt, dat mensen sterven van de honger, staat niet vast. Wel zijn er berichten van zieke mensen die door de omstandigheden zo verzwakt raakten dat ze zijn overleden. „Naast vervuild water zijn stofwolken een groot probleem”, vertelt Saifullah. De modder is in sommige gebieden opgedroogd en waait onder de hete zon op. „Ik kon niet zonder stofbril en mondkapje naar Pidie Jaya. In de middag zie je daar geen hand voor ogen, zoveel stof hing er in de lucht. Mensen hoesten en hebben erge last van hun ogen.”
Farwiza Farhan (39) runt vanuit Banda Atjeh natuurbeschermingsorganisatie HAkA. Haar organisatie waakt over het natuurpark Leuser en stelt de boskap aan de kaak. Het duurde dagen voordat Farhan contact had gehad met alle medewerkers in het gebied. Van donaties koopt ze in Banda goederen en distribueert die via haar netwerk. „Op de brommer en te voet. Maar de taak is veel te groot voor ons”, zegt ze geëmotioneerd aan de telefoon. „We kunnen dit niet aan. Het was onze bedoeling om via ons netwerk de eerste periode te overbruggen tot de grootschalige hulp op gang zou komen.”
Ook zij bevestigt dat mensen sterven door tekorten. Ze heeft appcontact met inwoners die af en toe bereik hebben. „De informatie is spaarzaam. In een dorp hoorden we dat drie mensen waren overleden, omdat ze geen zuurstof meer hadden. Ik weet niet precies wat hun situatie was. Maar er is honger. En het zal zo zijn dat verzwakte mensen het eerste overlijden.”
Bewoners in Atjeh Tamiang, in het zuidwesten van de getroffen regio Atjeh, zoeken beschutting in een tijdelijk onderkomen, ongeveer twee weken nadat een verwoestende cycloon huis hield in het gebied.
Olifanten worden ingezet om de ravage na overstromingen en landverschuivingen op te ruimen in de regio Pidie Jaya.
„Net als met de tsunami in 2004 moet deze catastrofe tot nationale ramp worden uitgeroepen. Toen had iedereen binnen een dag hulp. En nu is het na twaalf dagen nog steeds niet op gang.” Ze schiet vol. „Ik huil al de hele week.”
In Indonesië heerst ook woede over boskap als medeveroorzaker van de ramp. Volgen de Indonesische milieuorganisatie Walhi is in de drie provincies tussen 2016 en 2025 1,4 miljoen hectare natuurlijk bos gekapt voor mijnbouw en palmplantages. Precies op de plekken waar het meeste is gekapt, vinden de meeste landverschuivingen plaats.
De overheid heeft inmiddels twaalf bedrijven aangemerkt die illegaal zouden hebben gekapt, maar hun namen zijn niet genoemd. Bedrijven in de regio zeggen dat ze de wet hebben gevolgd en vergunningen hadden. Maar Indonesië scoort hoog op internationale corruptie-indexen. Via omkoping en corruptie krijgen zakenmensen en politici ruim baan voor illegale praktijken zoals boskap. Veel prominente politici zijn eigenaar van een mijnbouwconglomeraat of hebben via tussenbedrijven aandelen in de plantage-industrie.
Dinsdag wordt in het parlement gedebatteerd over ontbossing.
Ravage in Atjeh Tamiang waar duizenden boomstammen door de modder zijn meegesleept. Ontbossing maakt de gevolgen van extreem weer groter.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC