Tijdens een overstap in Zürich misten mijn vriend Gianluca en ik ons vliegtuig naar Zuid-Afrika. Mijn schuld, dus besloot ik dat er vast een reden voor moest zijn. In mijn handbagage zat één boek: een biografie van James Baldwin. Daarin had ik net gelezen over zijn tijd in een Zwitsers alpendorpje: Leukerbad. Het lag ‘slechts’ drie treinen en een busrit van ons vandaan.
Baldwin kwam er in 1951, op 27-jarige leeftijd, samen met Lucien Happersberger, de 19-jarige Zwitser op wie hij verliefd was. Parijs had hem uitgeput; hij schreef nauwelijks, at slecht. Dus nam Happersberger hem mee naar het vakantiehuis van zijn familie. Daar, in dat stille bergdorp aan het einde van de wereld, werkte Baldwin zijn eerste roman af en begon hij aan zijn beroemde essay Stranger in the Village.
In dat essay beschrijft hij hoe de dorpelingen op hem reageerden. Kinderen riepen hem na, volwassenen zaten nieuwsgierig aan zijn haar. Hij was waarschijnlijk de eerste zwarte man in Leukerbad en met zijn komst, schreef hij, was er voorgoed iets veranderd. „This world is white no longer, and it will never be white again.” Zijn voorspelling is uitgekomen: in 2025 kijkt niemand in Leukerbad op of om van mij.
Toch kijkt de dame in het toeristenbureau me verbaasd aan als ik naar Baldwin vraag. „De meeste mensen komen hier voor de hot springs of om te skiën”, zegt ze. Maar, inderdaad, het huis waarin hij twee winters doorbracht staat er nog: door de hoofdstraat, langs vlaggen met vuurspuwende draken, een Jezus aan een kruis, de tweede straat links en dan een smal trappetje omhoog.
Het is een houten huisje van drie verdiepingen. Op een luik is zijn portret geëtst, door een andere pelgrim uit de diaspora – een Haïtiaanse kunstenares. Overal ter wereld voel ik me vaak een vreemdeling. Maar hier, voor dat portret, voel ik me even thuis. Dit is de plek waar Baldwin erin slaagde om te schrijven wat hij móést schrijven: woorden die in de afgelopen twintig jaar met mij over de hele wereld zijn gereisd.
Ik schrijf hem een brief, leg die met een bos rozen naast een flesje champagne op de richel onder zijn portret. Daarna nemen we de kabeltrein omhoog, naar de berg die Baldwin vanuit zijn raam kon zien. Het landschap lijkt op de maan: stil, kaal, alleen de wind en een paar berggeiten. Ik begrijp hoe de stilte hem moet hebben geholpen om zijn stem te vinden – en af te schudden wat de wereld hem als zwarte homoseksuele man probeerde op te leggen.
Tijdens een klim naar de top zou hij ooit bijna naar beneden zijn gestort als Happersberger hem niet had vastgegrepen. Bijna was alles voorbij geweest, maar hij had het nog: het leven. En het was heel duidelijk wat hij ermee moest doen. Het werd de titel van het boek dat hij in Leukerbad afrondde, Go Tell It on the Mountain.
We blijven drie dagen in Leukerbad. We raken bevriend met onze hoteleigenaar, een Chinese reisboekenschrijver, die hier net als wij terechtkwam door Baldwin. We doen dutjes, knuffelen in bed en luisteren naar Bessie Smith. Op onze laatste ochtend, lopen we nog één keer langs Baldwins huis. Mijn cadeautjes zijn er nog. Iemand, een onbekende vreemdeling, heeft mijn rozen in een vaasje gezet, en mijn briefje onder de vaas gestoken.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC