Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Can Güneyli (32) redde als aspirant tijdens zijn eerste nachtdienst een leven. ‘Het was een race tegen de klok.’
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘Het was mijn allereerste nachtdienst. Ik was nog in opleiding en reed met een hoofdagent rond elf uur ’s avonds door Leidschendam, toen de centralist meldde: ‘Er is een woningbrand in de straat waar jullie nu rijden.’
‘Bij het rijtjeshuis zagen we niks. Geen brand, geen rook, er brandde geen licht, het leek of er niemand thuis was. Maar buiten stond wel een buurman te schreeuwen en te wijzen: ‘Hier is het!’
‘‘Wacht jij hier’, zei mijn collega, ‘dan ga ik aan de achterkant kijken.’ Ik stond daar in m’n eentje in het donker en zag plotseling achter de matglazen ruiten in de voordeur een vrouw van een jaar of 50 in haar ondergoed, die met haar handen tegen het glas drukte. Ik bukte en zei door het klepje in de voordeur: ‘Mevrouw, kunt u de deur opendoen?’ ‘Nee’, antwoordde ze, ‘de deur zit op slot en ik heb geen sleutel.’
‘Ik meldde over de porto dat mijn collega moest komen, haalde uit onze dienstauto de bonk, een grote, metalen buis met twee handvatten, riep: ‘Ga achteruit!’ en slingerde de bonk keihard tegen het slot en op andere plekken van de deurstijl, maar de voordeur ging niet open. Ik ramde zo hard, met alle kracht, dat ik omviel en buren op de herrie af kwamen. Ook mijn collega lukte het niet.
‘Wat heel gek was: die vrouw stond achter die voordeur als een spook, een zombie, ze bewoog nauwelijks. Achter haar zag ik door een open woonkamerdeur de vlammen komen. ‘Sla die onderste ruit eruit’, zei ik, waarna mijn collega de ruit onder de brievenbus aan diggelen sloeg.
‘Er kwam meteen een dikke zwarte rookwolk uit het gat. Ik nam een hap frisse lucht, bukte, stak mijn hoofd door het gat en schreeuwde: ‘Mevrouw! Kom eruit! Anders redt u het niet!’ Maar ze bleef bewegingloos staan terwijl het vuur heel dichtbij kwam. Ik hapte weer naar adem, pakte haar hand en riep weer: ‘Mevrouw, kom op!’ Ze trok haar hand terug. Ik zat al rook in te ademen, pakte weer haar hand en wéér trok ze die terug.
Ik zat heel hoog in mijn adrenaline, werd boos en zei: ‘Ik ben het zat, sorry, ik trek u eruit.’ En ik wist: dat gaat met die gebroken glasrand niet lukken zonder letsel, maar het alternatief is dat ze stikt. Het was een race tegen de klok.
‘Dus ik dook weer door dat gat, trok haar met kracht aan haar hand en haar haren naar beneden, met moeite, want ik werd benauwd. Zodra haar hoofd naar buiten stak, kon ik haar samen met mijn collega naar buiten trekken. Daarbij sneed ze haar rechter onderbeen heel diep aan het glas. Dat moet ontzettend pijn hebben gedaan, maar ze gaf geen kik. In de voortuin zat ze hoestend met haar armen rond haar opgetrokken knieën, terwijl het bloed uit haar been stroomde. Inmiddels stond de hele woonkamer in lichterlaaie. Ze bleef totaal apathisch.
‘Ik vroeg een buurman om een theedoek en bond het been af. ‘Mevrouw, weet u waar u bent?’, vroeg ik. ‘Weet u wat er is gebeurd?’ Het eerste wat ze zei was: ‘Ik moet mijn sigaretten hebben.’ Op dat moment hoorde ik de sirenes van brandweer en ambulance.
‘De vrouw bleek alcoholverslaafd. Ze was gewoon verdoofd, verward, verwaarloosd, haar huis leek op een vuilnisbelt. Ze had dringend zorg nodig. De brandweer vermoedt dat ze met een brandende sigaret in slaap was gevallen. We achterhaalden een dochter, die zei dat ze al jaren geen contact meer met haar moeder had omdat ze elke hulp weigerde. Haar moeder is in het ziekenhuis geopereerd aan haar been, en daarna opgenomen in een zorginstelling.
‘Sinds die eerste nachtdienst laat ik thuis in mijn bovenappartement ’s nachts de sleutel in de voordeur, heb ik rookmelders, een brandladder en een draagmand waarin ik snel mijn twee katten kan meenemen als er brand is. Want ik heb gezien wat er kan gebeuren als je dat niet in orde hebt, en hoe snel brand, binnen enkele seconden, heel groot kan worden.
‘Na die eerste nachtdienst heb ik twee dagen slecht geslapen. Ik vond het heftig en voelde me schuldig dat we die vrouw tegen haar wil zo hadden verwond. Bovendien kregen we te horen dat we eigenlijk dat raam in de voordeur niet hadden mogen inslaan, vanwege explosiegevaar, en dat ik eigenlijk niet met mijn hoofd door dat raam naar binnen mocht vanwege mijn eigen veiligheid. Maar het alternatief, wachten op de brandweer, was voor mij geen optie. Dan hadden we haar moeten reanimeren of begraven.
‘Ik ben blij dat ik het protocol niet helemaal hebt opgevolgd. Nu heeft ze het overleefd. Als ze voor mijn ogen was gestorven, had ik daar een veel grotere mentale klap van gekregen. Dat weet ik zeker.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant