In de Amerikaanse staat Virginia verrijst een kassencomplex ter grootte van vijftig voetbalvelden. Gemaakt door kassenbedrijf Dalsem, bij Delft. ‘Tuinders hier proberen al meer dan een eeuw zo efficiënt mogelijk te telen. Dat levert veel innovatie op.’
is economieredacteur. Hij schrijft over het grote geld en corruptie.
Het ruikt lekker branderig in de grote loods van Dalsem in Den Hoorn, waar stalen balken voor tuinderskassen op maat worden gesneden en aan elkaar worden gelast. Komt die geur van de CNC-lasermachine, het enorme apparaat dat de palen tot op de millimeter nauwkeurig in stukken zaagt?
Nee man, zegt Jerry Lourens, de machinist van de lasermachine. ‘Dat is de barbecue.’
De gezelligheid op de vrijdagmiddag is bedoeld als kennismaking voor de nieuwkomers, na het vertrek van een hele lichting veteranen uit het bijna honderd jaar oude bedrijf – de gemiddelde leeftijd is met vijftien jaar omlaag gegaan. ‘Als ze straks een liedje zingen met karaoke hebben ze een bord verdiend’, zegt Lourens.
Dalsem, anno 1932, is groot geworden met de bouw van kassen voor het nabijgelegen Westland – in de verte is vanuit Den Hoorn de roze gloed van de lampen zichtbaar. Maar nu, zegt ceo Frank van der Gelt, haalt het bedrijf gemiddeld 80 procent van zijn omzet uit het buitenland. ‘In sommige jaren zelfs 100 procent.’
Daar is nog ruimte. Het bedrijf is nu bezig met een groot complex in de Amerikaanse staat Virginia van 26 hectare, zo’n vijftig voetbalvelden. In Kentucky bouwde Dalsem circa zes jaar geleden een hightech kas voor het bedrijf AppHarvest, waarbij ook de huidige vice-president J.D.Vance was betrokken (hij was rijk geworden in Silicon Valley maar vond dat er meer geld moest worden gestoken in het achtergebleven fly-over country). Ook in Canada, Spanje, Kazachstan en, tot de oorlog, Rusland heeft Dalsem afnemers zitten.
Van der Gelt (40) ziet kassen als een middel om de doorgroeiende wereldbevolking te voeden – ‘niet de enige oplossing, maar onderdeel van de oplossing’. Kijk naar zo’n kas in Virginia, zegt hij. ‘Daar komt elk jaar zeker vijftien miljoen kilo tomaten vandaan. Als je dat doorrekent met de behoefte van 200 gram groente per maaltijd, dan zijn dat 75 miljoen maaltijden. Op land (in de open lucht, red.) ga je dat nooit halen.’
De mogelijkheid tot beheersing is het grote voordeel van de kas: van temperatuur, van licht, van CO2, van watertoevoer. ‘We gebruiken tot 90 procent minder water dan op land’, zegt Van der Gelt. ‘Omdat alle regen wordt opgevangen en vervolgens gedruppeld op de plek waar het water nodig is. Op land spoelt veel water weg.’
Een kas bouwen, zo’n ding van glas en staal en aluminium, dat lijkt toch niet zo ingewikkeld. Waarom komt de rest van de wereld toch in Den Hoorn uit? ‘Elk project is anders’, zegt Van der Gelt. ‘Wij bouwen een kas specifiek voor een bepaalde locatie. Je probeert hem zo sterk te maken als nodig is, met zo min mogelijk materiaal, en daarbij zo veel mogelijk licht te vangen.
‘Daarbij moet je rekening houden met de sneeuw die erop kan vallen, tornado’s, de hoeveelheid regen. We bouwen voor dertig, veertig jaar dus we houden rekening met steeds heftiger weer door klimaatverandering. Als we in Texas of Florida bouwen moet rekening worden gehouden met steeds hogere temperaturen, dan wordt koelen belangrijk in plaats van verwarmen.’
De onderdelen van de kas worden hier in Den Hoorn gemaakt, waarna elk onderdeel een code krijgt zodat het als bouwpakket in elkaar kan worden gezet door een lokale ploeg. ‘We bouwen hier altijd een testkas, zodat we zeker weten dat het klopt. Dit doen we samen met onze bouwpartners.’
Daarbij maakt Dalsem niet alleen de kas. In andere hallen worden grote stalen boilers gelast, irrigatiesystemen en elektriciteitspanelen gemaakt. Dalsem kijkt ook naar de integratie van alternatieve energiebronnen, zoals geothermie. En of er misschien nabijgelegen industrie of afvalverbranding is die de CO2 kan leveren. ‘De CO2-neutrale kas gaat er komen.’
De importtarieven die de VS oplegt zijn overkomelijk, zegt Van der Gelt. De heffing van 50 procent op staal en aluminium pakt in de realiteit een stuk lager uit. ‘Het is voor de klant nog steeds goedkoper om het uit Nederland te laten komen en dan daar op te bouwen, in plaats van daar te bestellen.’
Het in-house bouwen heeft grote voordelen, zegt hij. ‘Onze ingenieurs en productiemedewerkers kunnen daardoor makkelijk met elkaar samenwerken en ieder onderdeel controleren. We weten zeker dat alles past als de gevelstukken hier het terrein verlaten.’
Van der Gelt ziet zelfs een voordeel in de handelsonrust die Trump heeft ontketend. ‘Er is meer nadruk op strategische onafhankelijkheid, dat leidt ertoe dat de markt groeit op plekken waar ze voorheen hun groente grotendeels importeerden.’
En groei is de bedoeling: Dalsem, negentig jaar een familiebedrijf, werd bijna vier jaar geleden overgenomen door Cofra, de Zwitserse holding van de familie Brenninkmeijer (ook bekend van C&A).
De kassen, in de negentiende eeuw in het Westland begonnen als glazen ruiten die schuin tegen een muurtje werden gezet, profiteren nog steeds van de honderd vierkante kilometer proeftuin die het gebied rond Naaldwijk ook is. ‘Tuinders hier proberen al meer dan een eeuw zo efficiënt mogelijk te telen. Dat levert veel innovatie op. We zijn nu bezig met een volledig geautomatiseerd systeem voor sla. Die begint als klein plantje op een lopende band, en eindigt aan het einde door elkaar gehusseld in een zakje gemengde sla. De techniek komt uit de bloementeelt, daar profiteren we dus ook van.’
Dit soort innovaties wordt mede aangejaagd doordat arbeidskrachten steeds schaarser en duurder worden, en vaak van ver moeten worden gehaald. Tegelijkertijd is automatisering nog lang niet overal mogelijk. ‘Het plukken van tomaten vergt zo’n subtiele kracht, dat het een flinke uitdaging voor robots blijft.’
De Onderneming
In deze wekelijkse rubriek vertellen ondernemers over hun bedrijf. Vandaag: Dalsem in Den Hoorn, opgericht in 1932, met tachtig werknemers en een omzet van 80- tot 100 miljoen euro in de afgelopen jaren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant