Woningmarkt Het aantal gebouwde nieuwbouwwoningen was in acht jaar niet zo laag. Demissionair minister Mona Keijzer verwacht dat het laagste punt van de bouwdip nu is bereikt.
Nieuwbouwproject aan de rand van Berkel en Rodenrijs.
Dit jaar blijft het aantal nieuwgebouwde woningen naar verwachting steken op 77.600. Het kabinetsdoel van 100.000 nieuwbouwwoningen is daarmee in jaren niet zo ver uit zicht geweest.
Dit blijkt uit de jaarlijkse publicatie Staat van de Volkshuisvesting, die demissionair minister Mona Keijzer (Volkshuisvesting, BBB) maandag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De cijfers voor 2025 zijn nog niet definitief; het gaat om een prognose op basis van de gebouwde nieuwe woningen tot en met het derde kwartaal.
Onder Keijzers voorganger Hugo de Jonge (CDA) werd vanaf 2022 begonnen met het verhogen van het bouwtempo. Tot en met 2030 moest er een miljoen woningen zijn bijgekomen. Het benodigde streefgetal van 100.000 nieuwbouwwoningen werd daarbij een soort mantra waar jaarlijks naartoe werd gewerkt; al werd het nooit gehaald door lange vergunningsprocedures, de stikstofproblematiek en de hoge bouwkosten.
In 2024 kwam het nieuwbouwtotaal ook niet in de buurt van de 100.000. Vorig jaar kwamen er in Nederland 82.400 nieuwe woningen bij. In dat jaar werden er 69.000 nieuwbouwwoningen gebouwd op plekken waar daarvoor nog geen woningen stonden. Zo’n 16 procent van de nieuwe woningen kwam uit ‘transformatie’; het tot woning ombouwen van bestaande panden – bijvoorbeeld boven winkels of in leegstaand kantoorvastgoed.
Op het ministerie geldt ‘beter benutten’ van de bestaande voorraad als het laaghangende fruit van de woningbouw. Transformatie gaat vaak sneller dan nieuwbouw. Er staan bovendien nog altijd 188.000 woningen leeg, waarvan 30.000 langer dan een jaar.
Het tegenvallende aantal nieuwe woningen van dit jaar was volgens het ministerie al voorzien. Ook in 2023 en 2024 viel de nieuwbouwproductie tegen. Er vond de afgelopen jaren een scherpe daling plaats van het aantal verleende bouwvergunningen. Dit kwam door een stijging van de bouwkosten en de rente, wat bouwen duurder maakt en waardoor sommige bouwprojecten financieel niet meer haalbaar bleken of vertraging opliepen.
Volgens demissionair minister Keijzer is het van het grootste belang dat het bouwtempo omhoog gaat. „Deze Staat van de Volkshuisvesting benadrukt dat er werk aan de winkel blijft”, schrijft ze in de toelichting bij het rapport. „We bouwen helaas nog niet het aantal woningen dat nodig is en de woningnood blijft groot.”
Toch rekent Keijzer erop dat het doel van 100.000 de komende jaren wel wordt benaderd. Het aantal woningen waarvan in 2025 met de bouw werd gestart, lag bijvoorbeeld 10 procent hoger dan in 2024. Door betere economische vooruitzichten de komende twee jaar is de verwachting dat dit jaar het laagste punt in de woningbouwproductie is bereikt. De versnelling wordt in 2026 en 2027 verwacht, zo valt te lezen in het rapport.
Door het tegenvallende aantal nieuwe woningen dit jaar blijft het woningtekort hoog. Dat groeide de afgelopen jaren naar 4,8 procent van de totale woningvoorraad en daalde licht. Met het oog op migratie en omdat Nederland steeds meer eenpersoonshuishoudens kent, is er volgens onderzoeksinstelling ABF Research een tekort van zo’n 400.000 woningen.
Om het tekort in te lopen, moet er volgens Keijzer vooral veel nieuw gebouwd worden. Ze spoort provincies aan om voldoende nieuwe bouwlocaties beschikbaar te maken en bouwplannen op te stellen. Het landelijke kabinetsdoel voor die plancapaciteit (130 procent van het gewenste aantal van 100.000 woningen) wordt op 3 procentpunt na niet gehaald. De helft van de provincies heeft nog niet voldoende plancapaciteit, soms ook doordat de vraag naar woningen groeit. Er moet volgens Keijzer meer gepland worden dan er gebouwd kan worden, omdat er nog altijd veel bouwprojecten vertraging oplopen of niet doorgaan.
Naast cijfers over nieuwbouw en bouwplannen geeft de Staat van de Volkshuisvesting ook een inkijkje op een aantal andere woonthema’s. Zo wordt onder meer gekeken naar verhuisbewegingen tussen 2021 en 2024. Het aantal alleenstaanden van 34 jaar of jonger dat verhuisde bleek het sterkst gegroeid (22 procent). Stellen met kinderen (-13 procent) en stellen van 65 jaar of ouder (-11 procent) verhuisden juist het minst.
De doorstroming op de woningmarkt is een belangrijke statistiek; veel Nederlanders wonen in een huis dat niet goed past bij hun levenssituatie. Als 65-plussers verhuizen, zet dat een verhuisketen in beweging waardoor ook jongeren kunnen doorstromen.
Ook valt op dat het aantal huurders dat een (te) groot deel van het inkomen kwijt is aan wonen ten opzichte van de vorige rapportage is afgenomen. De cijfers hierover, die gaan over 2023, laten een daling zien van 8 procent naar 5,6 procent. Volgens het ministerie komt dit onder meer door een huurverlaging in 2023 en het stijgen van de cao-lonen en het minimumloon.
Gemiddeld waren huurders in de vrije sector vorig jaar bijna 42 procent van hun maandinkomen kwijt aan huur en bijkomende woonlasten – huurders bij woningcorporaties iets meer dan 30 procent. De ‘woonquote’ van eigenaars-bewoners was met 23 procent het laagst.
Tot slot wordt de woningvoorraad steeds duurzamer; Het aandeel woningen met de slechtste energielabels E, F en G is afgenomen tot 15 procent. Ook heeft een steeds groter deel van de Nederlandse woningen geen aardgasaansluiting meer. Vooral dankzij de nieuwbouw, die voor het overgrote deel aardgasvrij is, is ruim 11 procent van de Nederlandse woningen zonder aansluiting.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC