De onrust was groot toen vorig jaar werd aangekondigd dat de Belastingdienst zou gaan handhaven op schijnzelfstandigheid: er zouden lege klassen dreigen en een zorginfarct. Toch is 94 procent van de zzp’ers gewoon blijven ondernemen. Hoe kan dat, en is er dan niks veranderd?
Het was een wat onheilspellend antwoord dat bestuurder Remko Berkel van kinderopvangorganisatie Babilou kreeg toen hij vorig jaar een van zijn zzp’ers vroeg om bij hem in loondienst te komen: ‘Ik hoor wel weer van je bij de eerstvolgende griepgolf.’
Hoewel het hem was gelukt ruim honderd zzp’ers ervan te overtuigen dat zij niet op dezelfde voet door zouden kunnen nu de Belastingdienst ging handhaven op schijnzelfstandigheid, waren er toch ook velen die dachten dat het wel zou loslopen. En dat Berkel bij het eerstvolgende virus, verlof of schoolvakantie wel aan de lijn zou hangen.
Dus toen januari dichterbij sloop, steeg ook de spanning bij Berkel. ‘We wisten dat maandag 2 januari de ultieme test zou worden’, vertelt hij. ‘Dat was de eerste dag van het nieuwe jaar dat we zouden opengaan, zónder zzp’ers.’
Berkel was zeker niet de enige werkgever met slapeloze nachten. Sinds de Belastingdienst aankondigde per januari 2025 te gaan handhaven op schijnzelfstandigheid − hiervan is sprake als werk dat door een zzp’er wordt gedaan volgens de wet in loondienst hoort (wat al bijna tien jaar verboden is) − klonk in vrijwel elke branche wel een noodklok. Er werd een zorginfarct voorspeld. Schoolklassen zouden naar huis worden gestuurd. Huizen niet worden gebouwd.
Bijna een jaar later blijken al die rampscenario’s niet uitgekomen. Het gros van de zzp’ers, 94 procent, is blijven ondernemen. Hoe kan dat? En wat is er wel veranderd? De Volkskrant dook in de cijfers en sprak met branches en deskundigen.
Het eerste dat opvalt, is de trendbreuk. Na meer dan een decennium waarin het aantal zzp’ers onstuimig en ononderbroken toenam − van 600 duizend in 2009 naar 1,2 miljoen in 2024 − is dit jaar voor het eerst een daling te zien. In het derde kwartaal telde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 73 duizend zzp’ers minder dan in dezelfde periode vorig jaar.
Dat lijkt misschien niet zoveel, zegt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS, ‘maar als je het afzet tegenover de jaarlijkse groei die we de afgelopen jaren hebben gezien, is het wel degelijk een groot verschil.’ Volgens Van Mulligen kende Nederland tot vorig jaar een uitzonderlijke toename van 50 duizend zzp’ers per jaar. Nergens in de Europese Unie ging het zo hard als hier.
De verklaring daarvoor zit volgens Van Mulligen ‘niet in ons water, maar in regelgeving’. Om ondernemerschap te stimuleren, tuigde de overheid begin deze eeuw allerhande fiscale regelingen op, zoals de zelfstandigenaftrek en de mkb-vrijstelling. Voor werkenden werd het zzp-schap zo een aantrekkelijk alternatief voor loondienst: omdat zij minder belasting betalen en geen premies afdragen voor pensioen en arbeidsongeschiktheid, krijgen ze meer geld op de bank.
Voor de werkgever werd het zzp-schap een manier om onder dure werkgeverslasten en -risico’s uit te komen. Al in 2016 werd geprobeerd de daardoor ontstane wildgroei aan schijnzelfstandigen te stuiten met de Wet DBA. Die gaf de Belastingdienst de mogelijkheid om zowel bij de zpp’er als zijn opdrachtgever premies en boetes te innen als zou blijken dat er sprake is van schijnzelfstandigheid. Dankzij een intensieve werkgeverslobby werd dit echter jarenlang niet gedaan − tot januari dit jaar het handhavingsmoratorium werd opgeheven, zij het, wederom dankzij een sterke lobby, met een ‘zachte landing’ (zonder boetes).
Het leidt er volgens voorzitter Cristel van de Ven van de Vereniging Zelfstandigen Nederland toe dat veel zzp’ers en hun opdrachtgevers hun afspraken herzien. ‘Ze gaan scherper kijken: mag de zzp’er zelf zijn werktijden en -plek bepalen? Staat hij of zij niet onder gezag?’ Zzp’ers werden plots niet meer uitgenodigd voor borrels en zagen kerstpakketten aan hun neus voorbijgaan. ‘Gelukkig blijkt er nog altijd veel mogelijk, maar er zijn ook opdrachtgevers die het simpelweg niet meer aandurven en helemaal stoppen met de inhuur.’
Dat laatste is vooral terug te zien in de zorg. Daar gaven twintigduizend zzp’ers − oftewel 14 procent van het totale aantal zelfstandigen in de branche − er de brui aan. In het onderwijs ging het om tienduizend zelfstandigen, net als in de industrie. De grootste relatieve afname zit in de financiële sector (35 procent), terwijl het aantal zzp’ers in de culturele sector vrijwel gelijk gebleven is.
Dat geeft te denken. Doet de Wet DBA, nu er gehandhaafd wordt, waarvoor zij was bedoeld? De afgelopen jaren ging het in het zzp-debat veel over het beschermen van kwetsbare schijnzelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt; de vogelvrije pakketbezorger of onderbetaalde orkesttrompettist. De zzp’ers die er nu mee stoppen, behoren veelal niet tot die categorie: zij werken in sectoren met grote tekorten waar ze hoge tarieven kunnen vragen en opdrachtgevers hen maar al te graag in dienst willen.
Sowieso komt gedwongen zelfstandigheid nauwelijks voor, zegt Van Mulligen. ‘Het gros van de mensen wordt zzp’er vanuit een positieve motivatie.’ Zo zegt 47 procent zzp’er te zijn omdat zij zelf willen bepalen hoeveel en wanneer zij werken, zo’n 30 procent omdat het meer verdient. Uit onderzoek van het CBS bleek vorige week dat slechts een op de tien zelfstandigen zit te wachten op een loondienstverband.
Hoogleraar arbeidsrecht Evert Verhulp van de Universiteit van Amsterdam heeft heus begrip voor al die persoonlijke overwegingen. ‘Maar het gaat er niet om wat het individu wil, maar wat we als samenleving willen’, zegt hij. ‘En het feit is dat zzp’ers zich op twee manieren onttrekken aan ons solidaire systeem: doordat ze niet meedoen in de rottige roosters van ziekenhuizen en ouderavonden op school, en omdat ze niet meebetalen aan sociale voorzieningen.’
Ook is de belastingdruk voor zzp’ers lager. ‘Bij een modaal inkomen van 46.500 euro scheelt dit zo’n 8 procent, maar als je bedenkt dat zzp’ers ook nog allerlei aftrekmogelijkheden hebben en hier soms ruimhartig mee omspringen door bijvoorbeeld ook de computer van de dochter af te trekken, is dat nog meer’, aldus Verhulp. ‘Eigenlijk is schijnzelfstandigheid zo een verkapte manier van grijs werken.’
Van de Ven van de Vereniging Zelfstandigen wordt ‘heel boos’ van die verwijten over het gebrek aan solidariteit. Volgens haar worden zzp’ers ondernemer omdat het meer past bij deze tijd. ‘Sommige cao’s stammen uit de jaren vijftig toen een gezin nog bestond uit één mannelijke kostwinner’, zegt zij. ‘Het leven is nu veel ingewikkelder geworden, we werken met z’n tweetjes en zitten tegelijkertijd in een participatiesamenleving met meer (mantel)zorgtaken. Dankzij het zzp-schap kunnen werkenden dit allemaal dicht bij zichzelf organiseren.’
Toch heeft de arbeidsovereenkomst ook niet helemaal afgedaan. Van de stoppende zzp’ers gingen er het afgelopen jaar elke drie maanden gemiddeld 30 duizend in loondienst. En ondanks de vrees dat er een verschuiving zou plaatsvinden naar de duurdere uitzend- of detacheringsconstructies, lijkt dit mee te vallen: 16 duizend zzp’ers werden uitzend- of oproepkracht. Nog eens 34 duizend zelfstandigen verlieten de arbeidsmarkt, en 8 duizend zijn werkloos, maar dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren.
De vraag is hoe het verder zal gaan nu de Belastingdienst vanaf komend jaar boetes mag gaan opleggen als er sprake is van schijnzelfstandigheid. De Tweede Kamer stemde vlak voor de verkiezingen nog voor een verlenging van de ‘zachte landing’, maar daar ging demissionair minister Eelco Heijnen van Financiën niet in mee: het zou oneerlijk zijn tegenover werkgevers die de bedrijfsvoering afgelopen jaar al hebben aangepast en leiden tot nog meer onduidelijkheid.
Dat betekent dat organisaties die werken met schijnzelfstandigen vanaf januari daadwerkelijk een boete riskeren en een naheffing van premies. Volgens hoogleraar Verhulp staat vast dat dit er nog altijd veel zijn: het ministerie van Sociale Zaken schatte het aantal schijnzelfstandigen eerder op 200 duizend. Al te bevreesd voor een bezoek van de fiscus hoeven zij overigens niet te zijn: de Belastingdienst heeft slechts 80 fte om hierop te handhaven.
Ondertussen is er in Den Haag een nieuwe zzp-wet in de maak die de Wet DBA moet gaan vervangen. Hierin is onder meer opgenomen dat zzp’ers die minder dan 36 euro per uur verdienen, moeten worden gezien als schijnzelfstandige. Al is ook de toekomst van deze wet alweer onzeker: dit voorjaar diende VVD-Kamerlid Thierry Aartsen, samen met CDA en D66, een alternatief zzp-wetsvoorstel in.
Het betekent dat de onrust rond het zzp-dossier nog wel even zal blijven voortduren. Want zolang het voor zowel werkgever als werknemer een aantrekkelijk − want goedkoper − alternatief voor loondienst is, valt het te betwijfelen of de geest nog terug in de fles gaat. Helemaal nu na negen jaar zonder handhaven een gewoonterecht lijkt te zijn ontstaan.
Voor bestuurder Remko Berkel van kinderopvangorganisatie Babilou maakt het weinig uit wat er in Den Haag wordt besloten. Hij heeft, net als veel collega’s in zijn branche, definitief afscheid genomen van al zijn zzp’ers. Zelfs tijdens de twee griepgolven is hij niet in de verleiding gekomen ze te bellen. ‘We hebben voet bij stuk gehouden’, zegt hij. ‘En we moeten wel, anders houd je het probleem alleen maar in stand.’
In de bouw was vorig jaar 29 procent zzp’er, daarvan stopte dit jaar 7 procent met ondernemen
In de jaren negentig ontdekten vaklui in de bouw de voordelen van het zzp-schap. Die ontwikkeling kwam in een stroomversnelling toen zij tijdens de crisisjaren hun werk verloren en voor zichzelf begonnen. ‘Maar er is een verschuiving in de sector’, constateert Bouwend Nederland: sinds januari kwamen er zo’n 5.500 medewerkers in loondienst. ‘We hebben organisaties op het hart gedrukt: zorg dat je het op orde hebt, want de boetes kunnen enorm oplopen. Sommige hebben dat goed opgepakt, maar we horen ook dat in de grote tekortberoepen, zoals betonvlechters, zzp’ers niet in dienst willen. Bovendien is de bouw conjunctuurgevoelig en projectmatig werk. Er zal een flexibele schil nodig blijven.’
In de culturele sector was vorig jaar 36 procent zzp’er, en dat is vrijwel niet gewijzigd
‘De culturele sector is verslaafd aan zzp’ers’, zegt Thomas Drissen van De Creatieve Coalitie. ‘Nergens werken zoveel zelfstandigen.’ Dat is volgens Drissen deels inherent aan het werk (‘Rembrandt was ook ondernemer’) maar ook het gevolg van het ongelijke speelveld. ‘Mensen willen heel graag in deze sector werken, waardoor de opdrachtgever bepaalt.’ Door de handhaving wordt wel opnieuw gekeken naar de werkrelatie: soms wordt deze geprofessionaliseerd, soms gaan zzp’ers in loondienst. ‘Het lastige is alleen dat het vaak gaat om korte contractjes. Dat is niet erg aantrekkelijk voor de zzp’er, want je verdient minder maar de voordelen van loondienst, zoals doorbetaling bij ziekte, krijg je alleen voor dat aantal contracturen.’
In de zorg was vorig jaar 10 procent zzp’er, van hen stopte dit jaar 14 procent met ondernemen
In de zorg is de absolute daling van zzp’ers het grootst: van 161- naar 141 duizend. Maar het beeld per beroepsgroep is diffuus. In de verpleeghuizen en gehandicaptenzorg zijn forse afnames van 27 en 38 procent. ‘Het liefst zouden we iedereen in loondienst nemen’, zegt de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland. ‘In de cao hebben we daarom afspraken gemaakt voor een betere werk-privébalans.’
In de ziekenhuizen en bij huisartsen is de afname beperkter: 8 en 5 procent. Volgens de Landelijke Huisartsen Vereniging zijn er wel vaste waarnemers werknemer of maat geworden, maar blijft binnen de beroepsgroep behoefte aan zzp’ers. ‘Een huisarts moet 24/7 dienst verlenen, dat kan niet zonder flexibele schil.’
In het onderwijs was vorig jaar 11 procent zzp’er, van hen stopte 14 procent met ondernemen
Vorig jaar sloegen diverse schoolbesturen alarm over de handhaving van de Wet DBA. Zonder zzp’ers zouden klassen naar huis moeten worden gestuurd. Toch lijkt dat vooralsnog mee te vallen, stelt de PO-raad. ‘Er zijn zzp’ers in dienst genomen en in sommige regio’s en binnen schoolkoepels zijn flexpools opgezet, waardoor flexwerkers toch hun flexibiliteit kunnen behouden.’ Een goede ontwikkeling, vindt de brancheorganisatie. ‘We zien liever dat leraren in dienst komen, omdat zzp’ers vaak andere voorwaarden hebben: die doen geen oudergesprekken of administratie. Dat leidt tot scheefgroei en meer werkdruk voor mensen in vaste dienst.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant