Om de in Nederland lage weerbaarheid en paraatheid voor militaire en hybride conflicten te vergroten, moeten nog heel wat stappen gezet worden door de overheid, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Dat concludeert denktank Rand Europe in een rapport over de implicaties van een oorlogseconomie.
is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
De Europese tak van de Amerikaanse denktank schreef het rapport in opdracht van het ministerie van Defensie, maar een van de conclusies is juist dat het invoeren van elementen van een oorlogseconomie betrokkenheid vraagt van de hele Rijksoverheid, inclusief veel betere coördinatie tussen ministeries, en van verschillende sectoren in de economie.
‘Oorlogseconomie is een term die vaak wordt gebruikt zonder dat mensen voor ogen staat wat het precies inhoudt en wat de implicaties ervan zouden zijn’, zegt een van de auteurs van het rapport, Judith Huismans. Rand Europe onderscheidt een aantal fasen van een oorlogseconomie. De fase ‘vredestijd’ (lage defensie-uitgaven, minimale weerbaarheid) heeft Nederland verlaten voor de volgende fase: vergroten van maatschappelijke weerbaarheid. Daarin intensiveert Defensie de contacten met mogelijke partners uit de rest van de samenleving – bijvoorbeeld om zo nodig bij te springen met logistiek of medische zorg.
Bij de volgende fase, ‘paraatheid’, is er volgens het rapport ‘een gerichtere inspanning van de overheid om de strijdkrachten, de defensie-industrie en de samenleving voor te bereiden op specifieke verwachte dreigingen, waarbij mogelijk wettelijke mechanismen worden geactiveerd voor uitgebreide controle over belangrijke industriële capaciteiten’.
Huismans benadrukt het verschil: ‘Je ziet nu vooral voorbereidende maatregelen, maar dat doet nog niet echt pijn. Bij die switch naar paraatheid wordt er echt actiever ingegrepen. Dat kan gevolgen hebben voor de defensie-industrie, maar ook voor andere sectoren, waar je bijvoorbeeld arbeidstekorten kunt gaan zien. In die fase moet de overheid echt prioriteiten aanbrengen.’
Een cruciale bevinding van de studie is dat je niet, zoals vroeger, een scherp onderscheid kunt maken tussen een vooroorlogse tijd en oorlog. ‘We willen in deze studie tonen dat het hele binaire idee van oorlog of vrede met al die hybride dreigingen enigszins achterhaald is’, aldus Huismans. Daarop moeten de overheid én de maatschappij ook zijn ingesteld. De onderzoekers hebben zich door oorlogseconomieën in een aantal landen – onder meer Zweden en Oekraïne – laten inspireren en identificeren op een aantal terreinen ‘tekortkomingen’ in Nederland.
Dat begint met de lage weerbaarheid van Nederland. Om die op te krikken zijn ‘sociale cohesie en integratie tussen ministeries’ nodig. Volgens een andere aanbeveling is ‘het cultiveren van een nationale will to fight (momenteel opvallend laag in Nederland) essentieel voor het vermogen van een samenleving om een militair conflict te doorstaan’.
Daarbij kan Nederland lessen leren van noordse landen als Zweden, zegt Huismans. Als voorbeeld noemt ze het Zweedse Psychological Defence Agency. ‘Dit soort instanties zijn puur gericht op het bewust maken van burgers, bijvoorbeeld over desinformatie en potentiële dreigingen. Door mensen bewust te maken, vergroot je ook de weerbaarheid.’
De onderzoekers noemen het verder ‘van groot belang’ om nu al kritieke toeleveringsketens op nationaal en Europees niveau in kaart te brengen en ‘noodstrategieën zoals diversificatie, voorraadopbouw en reshoring’ (het terughalen van productie of diensten naar eigen land of continent, red.) te ontwikkelen.
Dat sluit aan op een andere noodzaak: verdieping van EU-coördinatie. Gezien de grote mogelijke effecten die kunnen optreden als een land richting oorlogseconomie gaat, is zoveel mogelijk coördinatie vereist met buurlanden in de Europese Unie. Huismans: ‘De crux van een oorlogseconomie is dat heel veel niet-militaire aspecten relevant worden – zoals bijvoorbeeld inflatie, arbeidstekorten, toeleveringsketens. Daar heb je veel meer de EU voor nodig.’
Nederland had al noodwetgeving en is bezig met nieuwe wetten (zoals de wet Weerbaarheid), maar volgens Rand Europe is het voor veel bedrijven niet duidelijk waar ze aan toe zijn. ‘Op dit moment is er onvoldoende duidelijkheid over het wettelijke kader voor een oorlogseconomie’, stelt het rapport. ‘Het juridische kader voordat je bij een oorlog uitkomt is hier met name relevant’, zegt Huismans. ‘Daarover bestaat nog behoorlijk veel onduidelijkheid – bij de industrie en deels ook wel bij de overheid.’ Duidelijke juridische kaders zijn belangrijk, stelt het rapport, zeker als het om ingrijpende maatregelen gaat. Dat is eerder gebleken tijdens de corona-epidemie.
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant