Home

Europa is zijn toekomst kwijtgeraakt

Europa Een democratische Europese toekomst hangt af van een zekere mate van autonomie, en dat is moeilijk voor elkaar te krijgen op een continent dat nog niet beseft hoe radicaal de tijden zijn veranderd, schrijft Philipp Blom.

Foto: Milos Bicanski/Getty Images

Herinnert u zich nog de toekomst? Alles ging die richting op, steeds verder op weg naar een utopie. Na 1945, en nog meer na de val van de Sovjet-Unie, beloofde Europa’s toekomst eindeloze economische groei en sociale rechtvaardigheid, wereldwijde ontwikkeling en mensenrechten, een steeds democratischer, liberaler wereld van vreedzame handel. „De toekomst is zeker, het is het verleden dat onvoorspelbaar is geworden”, zoals een oude Sovjetgrap luidde.

Philipp Blom is een Duitse filosoof, historicus en schrijver.

Hoe anders kunnen dingen lopen. Vandaag de dag is de toekomst een bedreiging geworden: klimaatcrisis, oorlog in Europa, energiecrisis, afbrokkelende democratieën, digitale kolonisatie, vergrijzende samenlevingen. Alarmerende veranderingen ervaren is de norm geworden. Van Co2 tot AI en van migratie tot sociale media, de levensomstandigheden in Europa veranderen in een tempo dat zijn weerga in de geschiedenis niet kent.

De toekomst is niet langer veelbelovend, denken miljoenen kiezers dan ook. Het is onwaarschijnlijk dat we nog rijker worden, eerder met pensioen kunnen of meer zekerheid krijgen. Verandering betekent vrijwel zeker verslechtering, dus het beste waarop we kunnen hopen is een eindeloos heden. Politici die dat beloven, verdedigen het middenveld van de maatschappelijke angst.

Anderen zijn radicaler en beloven Europa met volle kracht terug te brengen naar een verleden dat nooit heeft bestaan, naar gelukkige gezinnen, historische grootsheid, echte mannelijkheid, Waarheid en Imperium. Ja, de politieke avant-garde van vandaag is even reactionair als in het begin van de jaren dertig.

„De toekomst van Europa is geen politiek project meer”, constateert de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev. Hoe heeft Europa die toekomst verloren?

Na 1945 nam het continent een pauze van de geschiedenis. De Europese staten lieten het zware werk over aan de VS en concentreerden zich op economische groei en onderwijs, op democratie, cultuur, mensenrechten en het opbouwen van sterke sociale staten. Dit leidde tot samenlevingen die de hele wereld benijdde en nog steeds benijdt. In Europese hoofden leidde dit ook vaak tot de onjuiste overtuiging dat deze paradijselijke toestand op de een of andere manier het resultaat was van unieke Europese deugden, dat vrede en welvaart het resultaat waren van de Verlichting, in plaats van Amerikaanse kernwapens en de bereidheid van Europa om tweede viool te spelen ten opzichte van zijn robuust imperialistische trans-Atlantische neven.

Voor Europa heeft deze regeling goed gewerkt — tot het ‘einde van het einde’ van de geschiedenis, het moment waarop de regering-Trump zijn transatlantische bondgenoten opnieuw de koude wind van de geschiedenis in duwde, hopeloos onvoorbereid op het leven in het wild.

Aan tafel, of op het menu staan

Nog steeds is Europa niet in staat om in dit nieuwe globale landschap te bestaan. De EU is een losse federatie van staten, een constructie van regels en voorschriften die zeer effectief is in een op regels gebaseerde internationale orde met sterke instellingen en organisaties, maar bijna nutteloos in een neo-imperiale wereld waarin grootmachten invloedssferen afbakenen.

De regels van deze nieuwe wereld zijn zeer eenvoudig: of je hebt een plaats aan tafel, of je staat op het menu. Op dit moment heeft Europa geen plek tussen de besluitvormers en wordt het niet serieus genomen, getuige het feit dat de VS een „vredesplan” voor (of tegen) Oekraïne opstellen zonder zelfs maar de moeite te nemen om de Europese leiders te informeren, laat staan raadplegen.

Uiteraard heeft Europa ook moeite zijn eigen macht te erkennen. De geschiedenis van Europa’s macht leidt van de kruistochten via de slavernij naar het kolonialisme en van daar naar Auschwitz, een toxisch verhaal. Toch moet Europa een nieuwe verhouding tot zijn macht ontwikkelen, als het bestand wil zijn tegen een ruigere wind.Tot nu toe gaat de reis de andere kant op. Als reactie op de implosie van de naoorlogse orde zijn Europeanen wereldkampioen geworden in het zichzelf kleineren. ‘Wat kunnen we doen?’, klinkt het, ‘we zijn te gebonden aan regels, te verdeeld, te beschaafd, te traag, te overgereguleerd om radicaal te handelen – laat staan snel. Onze bevolking verwacht te veel, er zijn te veel tegenstrijdige belangen, we hebben niet de leiders – het is allemaal te moeilijk.’

Door de Europese machteloosheid te benadrukken, concluderen we dat Europa onmogelijk in zijn eentje voor Oekraïne kan vechten en tegen het Rusland van Poetin kan opboksen, dat het niets kan doen tegen de economische superioriteit van China, tegen de chantage van zijn Amerikaanse bondgenoten of tegen de stijgende energieprijzen. „De machteloosheid van de machtigen”, zoals de Oekraïense filosoof Volodymyr Jermolenko het noemt. Dit blijkt een zeer gunstige positie, omdat het Europeanen vrijwaart van doortastend optreden en hen moreel vrijpleit. Als er iets ernstigs gebeurt, is het de schuld van iemand anders.

Zelfs als dat waar zou zijn (wat niet het geval is), zullen de gevolgen van imperiale politiek de toekomst van Europa bepalen. In een internationale context gedomineerd door autocratieën, hangt de mogelijkheid van een democratische Europese toekomst af van een zekere mate van politieke, economische en militaire autonomie, en dat is moeilijk voor elkaar te krijgen op een continent dat nog niet beseft hoe radicaal de tijden de afgelopen tien jaar zijn veranderd.

Sjofele vazalstaten

Laten we het dus duidelijk maken. De bloedige geschiedenis van Europa heeft een buitengewone generatie leiders ertoe aangezet oude vijanden tot bondgenoten te maken, de aard van de macht te veranderen en (met Amerikaanse hulp) de democratie te bevorderen. Al deze verworvenheden dreigen nu simpelweg te verdwijnen omdat ze niet worden verdedigd. Binnen een decennium zou een Europa dat gekoloniseerd is door digitale technologieën, investeringen, hybride oorlogsvoering en economische onderwerping kunnen bestaan uit een reeks sjofele vazalstaten met een groot verleden, maar zonder autonomie. Dit is zeker geen veelbelovende toekomst.

Maar zijn de perspectieven voor de komende decennia noodzakelijk zo somber? Is Europa echt te verdeeld, te decadent, te moreel vervet om zijn lot in handen te nemen?

De ironie is dat wij de kinderen en kleinkinderen zijn van mensen die de wereld opnieuw hebben uitgevonden, na de verbijsterende verwoesting van Europa’s dertigjarige oorlog, van 1914 tot 1945. Niet alleen dit: Europa is nog nooit zo rijk geweest, nog nooit zo goed opgeleid, zo vreedzaam, zo verenigd (ook al zou u dat niet geloven) en zo sterk: een markt van 500 miljoen mensen, toonaangevend onderzoek, nieuwe technologie en innovatie. Er is geen tekort aan geld, expertise, handen of hersenen om deze transformatie door te voeren. Wat ontbreekt, is de politieke wil.

In 1962 hield een andere Amerikaanse president, John F. Kennedy, een legendarische toespraak over naar de maan gaan „niet omdat het gemakkelijk is, maar omdat het moeilijk is… omdat het een uitdaging is die we zullen aangaan, die we niet zullen uitstellen en die we willen winnen”. Dat is hoe de toekomst werkt.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief Wereldzaken

Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.

Source: NRC

Previous

Next