is Ombudsvrouw van de Volkskrant.
Blonde lokken tegen een grijsgrauwe lucht, met daaromheen hagen van beveiligers, politie en veel pers: Moerdijk, het dorp dat dreigt te verdwijnen, ontving vorige week Geert Wilders en zijn gevolg.
Een aantal lezers klaagde over de keuze om erbij te zijn, inclusief fotograaf. ‘Weer trapt de Volkskrant in de mediastrategie van Wilders’, schreef iemand. Een ander zag de aanwezige journalisten als ‘willoze makke schapen die zich voor zijn karretje laten spannen’.
Ombudsvrouw Loes Reijmer behandelt vragen, klachten en opmerkingen over de journalistiek van de Volkskrant. U kunt haar per mail bereiken.
‘Geert Wilders haat de pers, maar gebruikt de journalisten altijd behendig om zijn boodschap aan de man te brengen’, mailde weer een andere lezer. ‘Kan de redactie zijn lokroep weerstaan?’
In dit geval dus niet. Het was de politiek verslaggever opgevallen dat een waaier aan uiterst-rechtse partijen Moerdijk als belangrijk thema aan de borst had gedrukt. Een nieuw Tweede Kamerlid van Forum voor Democratie had een dag na zijn beëdiging al Kamervragen gesteld over het dorp. Hij ging vervolgens langs in Moerdijk, evenals JA21. Ook een Kamerlid van de rechts-populistische BBB bezocht het dorp.
Wilders, die vanwege doodsbedreigingen van moslimfundamentalisten al twintig jaar zwaar beveiligd wordt, houdt zijn agenda doorgaans geheim. Behalve als hij ergens aandacht voor wil genereren, zoals nu. Toen hij zijn komst groots aankondigde op X, wist de verslaggever: hier ga ik een stuk over schrijven. Ze wist ook: daar komt kritiek op.
Voor de Volkskrant is het een van de grootste dilemma’s: wel of niet over Wilders schrijven? En zo ja: hoe?
De PVV-leider is, mede vanwege zijn zware beveiliging, slecht benaderbaar voor de pers. Een kans om hem kritisch te ondervragen is er vrijwel niet, verzoeken blijven doorgaans onbeantwoord.
Tegelijkertijd is hij een factor van belang: de PVV is een van de grootste partijen in de Tweede Kamer. Wat hij vindt, doet ertoe. Via X, waar hij stukken rood vlees uitserveert aan zijn 1,5 miljoen volgers, oefent hij grote invloed uit op het publieke debat.
‘Wilders beheerst als geen ander de kunst om de media te bespelen’, waarschuwde politicoloog Léonie de Jonge een paar maanden geleden in De Groene Amsterdammer. ‘Zolang partijen én media meedraaien in zijn mediacircus, blijft hij de regie voeren.’
Al die factoren maken dat de Volkskrant zeer terughoudend is in berichtgeving over Wilders. De houding is: nee, tenzij. En dit was een typisch voorbeeld van ‘tenzij’, zegt de adjunct-hoofdredacteur die over journalistieke ethiek gaat.
Wereldwijd wint de uiterst-rechtse beweging aan kracht. Ook in Nederland werd dit blok bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen (iets) groter. Aan de krant de taak om deze ontwikkeling nauwlettend en kritisch te volgen. ‘We willen illiberale krachten geen zuurstof geven en radicaal-rechtse denkbeelden niet normaliseren’, zegt de adjunct-hoofdredacteur. ‘Maar journalisten moeten wel laten zien hoe de mechanismen werken.’
In haar reportage uit Moerdijk legt de verslaggever duidelijk een van die mechanismen bloot: de karavaan van partijen trekt nu langs het dorp in doodsnood, maar heeft zich eerder nauwelijks om de kwestie bekommerd. ‘Deze projecten staan al heel lang op de planning. In Den Haag hebben ze blijkbaar onder een steen gelegen’, zegt een lokale fractievoorzitter, zelf nota bene gelieerd aan BBB.
Het verhaal is daarmee juist níét een voorbeeld van het Haagse kluitjesvoetbal rond Wilders. De blik is naar buiten gericht, naar de mensen om wie het gaat (net als bij eerdere reportages over het dorp). De verslaggever trapt niet in de mediastrategie van Wilders, maar schrijft juist óver die strategie.
Ook laat ze zien waarom de casus Moerdijk zo onweerstaanbaar is voor deze partijen: ‘Opkomen voor het dorpsbelang past perfect bij hun politieke gedachtegoed: ze zijn kritisch over de energietransitie en hechten veel waarde aan Nederlandse tradities en plattelandscultuur.’
Dat laatste is wellicht wat eufemistisch. Idealiter was er nog bij vermeld dat de liefde voor de plattelandscultuur wortelt in de kern van het radicaal-rechtse denken: het nativisme, het idee dat een homogene, oorspronkelijk gemeenschap wordt bedreigd door invloeden van buitenaf, veelal door immigranten, maar bijvoorbeeld ook door economische ontwikkelingen.
De verslaggever is het oneens met de kritiek van de lezers. ‘Sommigen vinden dat journalisten überhaupt niet met uiterst-rechts moeten praten. Ik doe dat wel: ze zijn verkozen en stemmen in de Tweede Kamer. Ik wil weten wie ze zijn, hoe ze denken. Anders verlies je er zicht op.’
Vervolgens is de vraag in welke mate ze geciteerd moeten worden in de krant. Ook dat is een dilemma: als auteur wil je het gedachtegoed illustreren, maar wanneer gaat dat over in normaliseren?
Citaten van uiterst-rechtse politici worden in koppen en intro gemeden, om te voorkomen dat de krant als contextloos doorgeefluik dient. Verder zijn er geen richtlijnen – nog niet. Een voorzetje: er zou in ieder geval altijd voldoende ruimte moeten zijn voor duiding en het aanwijzen van onwaarheden. Zo niet, dan niet.
De lat voor het citeren van Wilders zou altijd hoog mogen liggen, ook omdat hij doorgaans alleen zendt en journalistieke vragen onbeantwoord laat. Hoewel zijn teksten al twintig jaar vrijwel hetzelfde zijn, weet hij ze precies zo te formuleren dat ze maximale attentiewaarde hebben.
Een citaat van de PVV-leider maakt een verhaal ontegenzeggelijk minder saai. Maar wellicht kan wat meer saaiheid op het dossier Wilders geen kwaad.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant