is columnist voor de Volkskrant.
Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Ze doet momenteel, een jaar na de machtsovername in Syrië, verslag vanuit Damascus. Eerder was Van Es correspondent in het Midden-Oosten.
Eerst het klooster. In Sednaya, het stadje hoog boven Damascus dat een jaar geleden wereldnieuws werd, vinden ze dat dit verhaal moet beginnen met de historische trekpleister van de stad: het Mariaklooster.
Het vrouwenklooster van Sednaya, in 547 gesticht door de Romeinse keizer Justitianus, behoort tot de oudste ter wereld. Het overleefde Ottomaanse rooftochten. Als arendsnest kijkt het uit over de stad. Hoogtepunt is de intieme kapel waar zilveren deuren een icoon van Maria verbergen dat wordt toegeschreven aan Lucas, bevriend met de apostel Paulus.
Iedereen kende Sednaya van dit klooster. Hier kwamen touringcars vol toeristen. De vorig jaar gevluchte Syrische dictator Bashar al Assad en zijn vrouw Asma brandden in de kapel graag een kaarsje. Maar nu zijn hier geen bezoekers meer, alleen enkele gehaaste nonnen.
De naam Sednaya is verbonden geraakt met een ander gebouw op een heuvel: de gevangenis waar Assad politieke tegenstanders opsloot en martelde. ‘Het menselijke slachthuis’, zoals de nieuwe machthebbers op de muur kalkten.
Eigenlijk is Sednaya een van de vele menselijke slachthuizen van Assad. Het martel- en executieapparaat van de gevallen dictator was helaas omvangrijker dan deze ene gevangenis. Maar Sednaya werd een symbool voor de gruwelen van zijn regime. Op 8 december 2024, maandag een jaar geleden, openden islamitische rebellen de gevangenisdeuren. In Sednaya begon de bevrijding van Damascus.
Een jaar later heerst in de oude kloosterstad geen feeststemming. Straten zijn verlaten en rolluiken gesloten. Wie kan vertrekken, doet dat. De inwoners vrezen dat de gruwelen uit de martelgevangenis hun worden aangerekend. Hun christelijke identiteit schuurt toch al in het Syrië van de streng-islamitische president Ahmed al-Sharaa.
‘Mensen zijn bang geworden om te zeggen dat ze uit Sednaya komen’, zegt Hala Abu Sikkhe, dochter van de plaatselijke mokhtar, een functie die het midden houdt tussen een burgemeester en notaris. ‘De gevangenis heeft de reputatie van de stad en de mensen geraakt.’
Beneden in Damascus zitten de mannen die een jaar geleden ineens de celdeur hoorden opengaan. De oud-gevangenen werden als helden onthaald: ze hadden de gruwelen van Assad overleefd, terwijl tallozen niet konden worden gered. Even leek de bevrijding een droom.
Maar in het nieuwe Syrië reiken de autoriteiten hun niet de hand. In een land dat is overspoeld met trauma vallen hun verhalen nauwelijks op. Bijna iedereen kent hier wel iemand die door Assad is opgepakt en gemarteld. Structurele hulp ontbreekt. Ze zijn behandeld voor tbc en verder moeten ze zich maar zelf zien te redden.
‘Ik ben teleurgesteld in de nieuwe overheid, want ik ben op mezelf aangewezen’, zegt Mohammed Norman. De oud-strijder zat zeven jaar vast. Nu werkt hij als dagloner in de bouw. Rondkomen lukt nauwelijks.
Zijn vroegere medestrijders die niet door Assad zijn gearresteerd en daarna zeven jaar vastzaten, ziet hij ondertussen carrière maken in de nieuwe regering. ‘Ik was een strijder, net als zij. Maar zij hebben mooie banen en privileges gekregen. Ik niet. Dat steekt.’
Thuis gaat het hem beter af. Bij een eerdere ontmoeting in januari had Mohammed moeite zijn twee spelende kinderen om zich heen te velen. ‘In de gevangenis mochten we alleen maar fluisteren. Dus ik was zoveel geluid niet gewend. Maar nu word ik niet meer boos als ze gillen en schreeuwen.’
Medegevangene Yunus al Fakhri vond een baan in de kaasfabriek, waar hij ook werkte voordat de opstand uitbrak en hij zich aansloot bij het gewapende verzet. Collega’s van vroeger blijken dood. Zij hebben de strijd tegen Assad niet overleefd.
Yunus heeft op de boerderij van zijn vader naast de koeienstal een rieten hutje gebouwd. Daar slaapt hij elke nacht. Dat is niet koud, bezweert hij. Hij vindt het heerlijk. Frisse lucht en geen deur die dicht kan. ‘Ik heb vijf jaar tussen vier muren geslapen, ik wil nu buiten in de natuur slapen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant