Home

Waarom vinden we betweters zo onuitstaanbaar? ‘Ik denk dat het te maken heeft met macht’

De collega die alles beter weet, de boomer die online taalfoutjes verbetert of het kind dat te volwassen praat: ze roepen soms buitenproportionele ergernis op. Arnoud Visser schetst in zijn geschiedenis van de betweter hoe dat komt.

Hanneke de Klerck is wetenschapsredacteur van de Volkskrant.

Je kunt denken: wat knap dat iemand zeven talen spreekt. Je kunt hem er ook belachelijk om maken. ‘U spreekt geloof ik zeven talen’, zei Geert Wilders tegen Frans Timmermans in een EenVandaag-verkiezingsdebat in november 2023. ‘Maar in ieder geval niet de taal van het volk.’ Gelach en bijval uit de zaal.

Hoe komt het dat intellectuelen zo’n weerzin kunnen oproepen? Dat de man boordevol kennis, degene die anderen op taalfouten wijst of het vroegwijze kind dat moeilijke woorden gebruikt soms nog irritanter worden gevonden dan iemand die corrupt is, of kwaadaardig, of op een andere manier echte schade veroorzaakt?

Cultuurhistoricus Arnoud Visser, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, was zelf zo’n wijsneuzerig jongetje, schrijft hij in On Pedantry – A Cultural History of the Know-It-All. Een nieuwsgierig kind dat niet helemaal begreep waarom het een compliment leek, maar niet zo voelde, als volwassenen zeiden: ‘Wat een moeilijke woorden gebruik jij.’

‘Dat type ongemak fascineert me. Iedereen vindt een opleiding belangrijk en kennis positief. Maar daar zitten grenzen aan, die eigenlijk nooit zo worden benoemd’, zegt Visser. ‘Terwijl het wel doorschemert. Een academische discussie is negatief – langdradig, vrijblijvend – maar academische vaardigheden willen we allemaal wel. Sophistic wordt gebruikt voor een denker of redeneertrant die misleidend is, sophisticated voor een verfijnd persoon of een ontwikkelde methode.’

Visser schreef met On Pedantry een cultuurgeschiedenis over betweters en begint die in de oudheid, bij de filosoof Socrates, die ontzettend irritant werd gevonden. Aan de hand van de betweter maakt zijn studie ook duidelijker waar anti-intellectualisme vandaan komt.

Wie is een betweter?

‘Het is een beschuldiging die wordt geuit door mensen die vinden dat de ander zijn kennis overmatig laat zien. Wie een betweter is, hangt af van wie de beschuldiging doet. De betekenis van de term verschuift door de jaren heen. Wat de een pedant vindt, vindt de ander toelaatbaar.

‘Of, als intellectuelen elkaar beschuldigen, kan het zelfs het tegenovergestelde betekenen. In de Querelle des Anciens et des Modernes bijvoorbeeld, het dispuut tussen de klassieken en de modernen, eind 17de eeuw in Frankrijk. Daar zeggen de classicisten tegen de modernen: jullie zijn hyperkritisch en denken dat je de waarheid in pacht hebt. Hoe pedant kun je zijn? Terwijl de modernen zeggen: jullie zitten met je neus in verouderde boeken en zijn daardoor antiquarisch. Wat pedant!

‘Het is kennelijk een herkenbaar wapen en tegelijkertijd is het op een rare manier ook nooit helemaal hetzelfde.’

Het gaat om gedrag? Niet om de kennis zelf?

‘Ja, het gaat om het gebruik of het vertoon van kennis. Terwijl de mensen die ervan worden beschuldigd vaak denken dat het om de inhoud gaat.’

Waarom viel Wilders verwijt aan Timmermans zo goed?

‘De retorische truc die Wilders uithaalt, is volgens mij het uitbuiten van twee associaties. Zeven talen spreken roept, behalve het beeld van intelligentie, ook dat van kosmopolitisme op en dus minder ‘een van ons’. En de taal van het volk spreken gaat niet om taalvaardigheid, er wordt bedoeld: gewone mensen weten wat er leeft onder ‘het volk’.

‘Wilders weet dat de talenknobbel van Timmermans pretentieus kan overkomen. Talige kennis kan snel de indruk wekken van pretenties of ijdelheid.’

Wat maakt betweters zo irritant?

‘Ik denk dat het te maken heeft met macht. Dat anderen zich onderdrukt voelen of gekleineerd, bijvoorbeeld als mensen doen of ze beter zijn omdat ze meer kennis hebben.’

En dat speelt al eeuwen.

‘Er lijkt een script te bestaan dat steeds kan worden hergebruikt. Zo had je in de oudheid de sofisten, rondtrekkende leraren die veel succes hadden doordat ze zich afzetten tegen bestaande onderwijsmethoden. Maar ze kregen ook het verwijt dat ze de waarheid minder belangrijk vonden dan het winnen van een debat. Het begrip ‘sofistisch’ keert door de eeuwen heen terug, in de middeleeuwen, in de renaissance, het wordt nog steeds gebruikt. En het is geen compliment.

‘We hebben grote revoluties gehad op het gebied van kennis, we leven in een totaal andere wereld dan in de oudheid of in de middeleeuwen, maar we gebruiken nog steeds dezelfde categorieën en dezelfde verwijten.

‘Vaak denken we dat waar we nu mee worden geconfronteerd uniek is, dat de aanval op de instituties ongekend is. Maar je ziet dat veel reflexen allang bestaan.’

Wie beschuldigt wie ervan pedant te zijn?

‘De belangrijkste spelers in de geschiedenis van het anti-intellectualisme zijn de intellectuelen zelf. Ze maken elkaar zwart, uit competitie en territoriumdrang. En daarmee geven ze taal en woorden aan sentimenten die tegen hen worden gekeerd.

'Je ziet ook dat intellectuelen aangevallen worden van boven- en van onderaf. Als ze de indruk wekten dat je door te studeren een beter mens kon worden, ging dat voor de elite in tegen de gedachte dat je positie wordt bepaald door je geboorte in hogere kringen.

‘En in tijden van democratisering zeggen mensen: wat denken die vervelende, belerende intellectuelen wel niet? We zijn allemaal gelijk. We willen ons bevrijden van het idee dat er een elite bestaat.

‘In mijn hoofdstuk over Amerika in de 19de eeuw beschrijf ik hoe evangelische bewegingen zich verzetten tegen dominees die gestudeerd hebben, en dus met allerlei boekenpraat komen, terwijl er maar één echt boek is, de Bijbel. Een prachtig voorbeeld is Jarena Lee, die een van de eerste zwarte vrouwelijke predikanten wordt, en die zegt: ik ben ongeletterd, ik kan niet lezen of schrijven, maar juist daarom heb ik meer gevoeligheid, zoals een blinde beter hoort.

‘Zulke sentimenten herkennen we natuurlijk in deze tijd heel sterk.’

Bij Trump-achtige figuren die neerkijken op mensen met kennis.

‘Ja, maar je ziet nu precies dezelfde sentimenten als in de 19de eeuw. Ook toen werd in de politiek en in het zakenleven gezegd: waar hebben we al die kennis voor nodig? Wij hebben de echte, praktische ervaring. Het gaat niet om iets exclusiefs dat zich nu ontwikkelt, maar om een reflex die onderdeel is van een lange kennisgeschiedenis.’

Hoe kan iemand die kennis etaleert voorkomen dat hij als betweter wordt gezien?

‘Als je je zou willen wapenen tegen dat verwijt, dan is het door een radar te ontwikkelen voor wat de juiste maat is, de juiste balans. Maar de vraag is of je je wel wilt aanpassen aan wat anderen van jou vinden. Ik zou denken: vooral niet te vaak doen.

‘Aan de andere kant: als je kijkt naar het bastion van de wetenschap, dan denk ik ook dat we misschien af en toe wat meer zelfkritiek kunnen hebben. Een gezonde dosis twijfel, een gezonde dosis zelfspot, dat zijn voorwaarden om niet al te intens, te overtuigd van jezelf over te komen.’

Het lijkt of betweters vooral mannen zijn.

‘Het gaat voor een groot gedeelte over mannelijkheid. Dat komt deels doordat de instituties eeuwenlang niet toegankelijk waren voor vrouwen. Maar los daarvan wordt pedanterie gekoppeld aan een soort index van mannelijkheid. Soms waren betweters te mannelijk. In de 17de eeuw, in de tijd van de salons in Parijs, stelden de vrouwen die de salons leidden eisen aan wat ‘esprit’ was en hoe je met kennis om diende te gaan. Academici werden gezien als botte boeren die geen gewoon gesprek konden voeren. Maar een eeuw eerder waren diezelfde mensen nog verwijfd, het waren leraren die vooral met kinderen omgingen, geen echte mannen.

‘Dat patroon wisselt steeds. In politieke debatten, bijvoorbeeld in de 19de en 20ste eeuw, krijgen intellectuelerige, betweterige politici het verwijt dat ze niet mannelijk of daadkrachtig genoeg waren.

‘Voor mij is het veelzeggend, als een soort korte samenvatting, dat virtus, goed gedrag, deugd, in het Latijn ook mannelijkheid betekent.’

De Angelsaksische cultuur, en ook Nederland, kent een traditie van anti-intellectualisme. In de Romaanse of Duitse cultuur ligt dat anders.

‘In Duitsland of Frankrijk bestaat een andere houding ten opzichte van het tonen van eruditie. In Italië ook. Daar mogen filosofen, classici zelfs, op televisie ingewikkelde dingen zeggen over politieke incidenten. Dat zie je niet aan de talkshowtafels in Nederland.’

Kunnen betweters ons iets leren?

‘Ze roepen irritatie op omdat anderen zich onderdrukt of gekleineerd voelen. Maar gek genoeg gebeurt dat niet op andere terreinen, in de sportschool bijvoorbeeld, als de trainer zegt: druk je nog maar eens vijf keer op.

‘In zo’n context vinden mensen het niet erg om een beetje uitgedaagd te worden en soms iets te moeten doorstaan wat ze niet zo prettig vinden. Waarom zou dat op het gebied van kennis niet ook kunnen? De uitdaging is om iets van het ongemak dat betweters oproepen te accepteren, om iets meer open te staan voor wat ze zeggen.’

Arnoud S.Q. Visser: On Pedantry – A Cultural History of the Know-It-All. Princeton University Press; 344 pagina’s; ca. €30.

Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next