Ouderlijk huis Kijkend naar een documentaire van Ben Stiller over diens ouders overvalt Robert Vuijsje een gevoel van herkenning. „Dezelfde New Yorkse accenten, dezelfde ruzies en geschreeuw, dezelfde Jiddische woorden vermengd met het Engels.”
Straatbeeld van de Bronx in New York, in 1972.
Ben Stiller loopt door het huis van zijn ouders, die allebei zijn overleden. Hij zit midden in het ritueel dat alle kinderen uiteindelijk moeten doormaken: het leegruimen van de ouderlijke woning. Ik kijk naar hem en denk: dit ken ik, dit zijn mijn mensen.
Al snel loopt ook de zus van Ben Stiller het huis in en zie ik: deze mensen zijn net als mijn familie. Dezelfde New Yorkse accenten, dezelfde ruzies en geschreeuw, dezelfde Jiddische woorden die op organische wijze worden vermengd met het Engels. Ze zien er hetzelfde uit en hebben dezelfde gesprekken over why we’re so messed up, oftewel eindeloze analyses over waarom wij dankzij onze ouders allemaal zo abnormaal en verknipt zijn geworden.
Het is een appartement op Riverside Drive, aan de Upper West Side van Manhattan. Alle spullen van zijn ouders liggen er nog, met zijn zus bekijkt hij een paar oude foto’s die ze uit een la hebben gehaald. Terwijl ze dit doen worden Ben en Amy gefilmd, net zoals toen ze klein waren. „This is Anne and Jerry”, zegt Ben. „I love this picture. There are just so many great pictures.”
De documentaire die Ben Stiller maakte over zijn ouders en het huis waarin hij opgroeide heet Stiller & Meara: Nothing Is Lost en staat sinds eind oktober op streamingsdienst Apple TV. Zijn ouders heetten Jerry Stiller en Anne Meara, beiden acteurs. In de film wordt het vaarwel aan de woning gecombineerd met oude beelden van homevideo’s uit de tijd dat Ben Stiller nog klein was.
Toen hij begon was Ben Stiller het zoontje van Jerry Stiller en Anne Meara, het jongetje met de beroemde ouders, de aspirant-acteur die ook zo graag wilde. De eerste optredens, als kleuter, waren met zijn ouders. Daarna kreeg hij als tiener een rolletje in een soapserie. In de jaren zestig, toen er in Amerika nog maar een paar tv-kanalen bestonden, waren Jerry Stiller en Anne Meara vaste gasten in The Ed Sullivan Show, het populairste programma van het land. Later had Jerry Stiller een vaste rol in de sitcom Seinfeld.
Na een krampachtig begin als nepobaby lukte het Ben Stiller om zijn ouders te overtreffen. Ik heb niet al zijn films gezien, maar wel best veel. Meet the Parents en de vervolgen daarop en Night at the Museum en de vervolgen daarop. Ook regisseert hij de tv-serie Severance. Ben Stiller is een Hollywoodster uit New York en ik zit naar hem te kijken op mijn bank in Amsterdam. In niets lijken onze levens op elkaar. Toch word ik diep geraakt door deze documentaire. Waarom?
Ten eerste: omdat ik drie jaar geleden op dezelfde manier door het huis van mijn eigen moeder liep. Tot ze overleed woonde Sheila in de woning in Amsterdam-Zuid waar wij in 1974 naartoe waren verhuisd. In jaren scheelt het niet eens zoveel meer, inmiddels resideer ik bijna net zo lang in mijn huidige onderdak als in het ouderlijk huis, waarvan ik op mijn negentiende wegrende om aan het grotemensenleven te beginnen. Maar als je vraagt waar ik thuis ben, waar ik vandaan kom: dat is het huis van mijn moeder, waar ik opgroeide.
Vuijsje in het appartement van zijn grootouders in de vroege jaren 90.
En verder: Sheila kwam oorspronkelijk uit New York. Niet Manhattan, maar de Bronx. Als kind logeerde ik ieder jaar bij mijn opa en oma. Nederlanders die voor het eerst naar New York gaan roepen altijd: ik herken alles, het lijkt alsof ik hier al was geweest, ik loop rond in een film die ik eerder heb gezien.
Voor mij is New York de herinnering aan mijn jeugd. Haar moeder – mijn oma, geboren in Egypte – die met zwaar accent in het Engels ruzie maakt met mijn opa, geboren in Tel Aviv. Het Italiaanse restaurant waar ik voor het eerst een in slices gesneden pizza zag, decennia voordat zoiets in Nederland bestond. De vakanties tussen mijn familie, jaren later besefte ik pas hoeveel intiemer en fundamenteler je zo een land leert kennen dan wanneer je vanuit een hotel de reis doorbrengt tussen andere toeristen.
In huize Stiller heerst dezelfde sfeer als bij mijn opa en oma in de jaren zeventig en tachtig. De volgepropte boekenkasten en klassieke schilderijen aan de muur, in een gouden lijst, een Perzisch tapijt op de grond. Een geordend appartement en toch chaotisch. Het is niet groot, al woonden de Stillers wel wat ruimer dan mijn familie, maar het straalt in alles uit: dit is geen landhuis, een tuin of balkon hebben wij niet, alleen zitten we wel mooi in de beste stad ter wereld, hier gebeurt het.
Dezelfde familiegeschiedenis. Als straatarme Joden rond 1900 van Oost-Europa naar New York gekomen, de eerste generaties hadden in de nieuwe wereld geen andere keuze dan zorgen dat je overleeft, daarna kwam pas ruimte voor creatieve of hooggeleerde beroepen. Waarbij de oudere generatie met enige jaloezie toekeek: met dank aan mijn ontberingen in het Joodse getto van de Lower East Side ben jij nu dokter/psychiater/professor/schrijver/acteur, dat had ik ook wel gewild en gekund, alleen was het voor mij uitgesloten.
Dezelfde laconiek-ironische kijk op het leven die in het Engels net wat cooler klinkt dan in het Nederlands. De moeder van Ben Stiller die vertelt hoe zij en zijn vader ooit verkering kregen. Hij kwam steeds bij haar slapen en is toen maar gebleven. I guess he liked sleeping over.
(Anne Meara was oorspronkelijk niet Joods, maar van Ierse afkomst. Zij en Jerry Stiller maakten daarover een sketch die in de jaren zestig werd gezien als revolutionair. Een Ier en een Jood die met elkaar trouwden en daar openlijk op tv grappen over durfden te maken, dat was sensationeel. Later bekeerde ze zich tot het jodendom.)
Ben Stiller loopt door het ouderlijk huis net zoals ik dat drie jaar geleden deed. Wat mij ook raakt: hij mag dat in New York doen en ik deed het in Amsterdam. In Amsterdam-Zuid groei je inderdaad op tussen de elite van Nederland. Maar in de grotemensenwereld schat ik New York toch net iets hoger in.
Op de middelbare school had mijn moeder verkering met haar klasgenoot Johnny Strasberg. De zoon van Lee Strasberg, de uitvinder van de method acting-techniek en op dat moment de acteercoach van Marilyn Monroe, later van James Dean, Al Pacino en Robert De Niro. Het enige dat ik mijn moeder ooit heb kwalijk genomen: zij kwam uit New York en mijn vader uit Amsterdam, waarom kozen jullie in godsnaam voor Nederland?
Na het overlijden van mijn moeder bleef er één levend familielid over dat met haar was opgegroeid. Haar nicht Gail in Berkeley, Californië. Bij gebrek aan mijn moeder vloog ik afgelopen zomer naar haar toe. Gail ziet eruit als Sheila, hun moeders waren zussen. Ze praat als mijn moeder en had dezelfde jeugd, ze groeiden op in hetzelfde flatgebouw in de Bronx.
De grootouders van Robert Vuijsje, Louise en Samuel Gogol, in de jaren 70.
Gail is de enige met wie ik nog kan praten over hoe het zat met dat ene schilderij van Jasper Francis Cropsey, van de Hudson River School-stroming, dat later zoveel geld waard werd. Het kunstwerk werd ooit gekocht door haar opa en na zijn dood vond ieder familielid: ik heb recht op dit erfstuk. En wat was ook weer het verhaal van die ene oom die tegen zijn vrouw had gezegd: als jij zo nodig een affaire wil hebben, ga maar een keer naar die man toe, dan is het uit je systeem. Zijn vrouw trouwde met die andere man, een in New York wereldberoemde arts, en kwam nooit meer terug.
Gail heeft een dochter die van mijn leeftijd is. We zaten rond de keukentafel en praatten over de Amerikaanse politiek. Net zoals iedereen in Nederland heb ik meningen over de Amerikaanse president. Alleen vind ik dat mijn meningen meer waarde hebben. Ik heb in Amerika gestudeerd en gewoond, ik stem iedere vier jaar, mijn eerste serieuze volwassen relatie vond hier plaats, ik ben een Amerikaan.
De dochter van Gail heet Tamar. Ik legde haar uit: jouw moeder verhuisde naar Californië en die van mij toevallig naar Nederland, maar in wezen zijn wij allebei natuurlijk New Yorkers.
„Leuk voor je”, zei Tamar. „Wat grappig dat jij je identificeert als Amerikaan.” Ze had net verteld over de realiteit van daadwerkelijk in Amerika wonen. Ze had drie kinderen die naar de universiteit gingen om niet voor de rest van hun leven kansloos te zijn. Dat kostte 70.000 dollar per kind per jaar. Tamar en haar echtgenoot hadden leuke banen, maar hier kwam hun salaris niet bij in de buurt.
Ouders Sheila Gogol en Bert Vuijsje bij hun bruiloft in 1962.
De familie bij de bruiloft van Vuijsjes ouders in 1962. V.l.n.r. Sheila Gogol, Bert Vuijsje, Danny Gogol en grootouders Louise en Samuel Gogol.
In de documentaire ging het over hoe Ben Stiller als kind zag dat zijn vader en moeder altijd aan het werk waren en niet genoeg tijd en aandacht hadden. Met zijn eigen kinderen zou hij het anders doen. In werkelijkheid kopieerde hij uiteraard het gedrag dat hij had meegekregen van zijn ouders.
Een andere universele ontdekking: als je ouders er niet meer zijn, besef je pas hoe interessant ze waren en wat je allemaal nog had willen vragen. Ben Stiller maakte er een documentaire over, ik bedacht het tijdens de laatste dagen van mijn moeder, die ze doorbracht in een ziekenhuis. In de jaren ervoor was ik bezig met mijn eigen leven, ik had zelf kinderen. Daar was mijn aandacht op gericht, niet op mijn moeder. Mijn kinderen konden me spannende nieuwe dingen leren over hoe jonge mensen naar de wereld kijken.
Van Sheila wist ik alles al en wanneer oude mensen bellen weet je dat ze willen zeuren over hoe moeilijk het allemaal is. Ze willen iets nemen – aandacht en een luisterend oor – en niet altijd iets geven waar je behoefte aan hebt. In het ziekenhuis bleek dat mijn moeder steeds minder duidelijk kon praten. Ineens werd ieder geluid dat ze maakte van grote waarde. Had Sheila nog een laatste woord, een wijsheid die ze wilde meegeven?
Bij het opruimen van haar huis, ze had bijna alles bewaard en na een halve eeuw was dat een omvangrijke collectie in een woning van drie verdiepingen, zag ik dat dit een leven was. Deze verzameling spullen, die zij kennelijk van belang vond, anders lagen ze hier niet, vormde bij elkaar een mensenleven – dat nu door mij moest worden weggegooid.
Toen ze wist dat het niet lang meer zou duren, liet mijn moeder me beloven dat ik één bezitting in mijn huis zou neerzetten. De fotoalbums. Die begonnen in New York, voordat zij zelf werd geboren. Zwart-witfoto’s van mensen die bijna honderd jaar geleden rond tafels zaten. Van de meesten wist ik niet wie ze waren, alleen dat ze bij mijn familie horen.
De foto’s, ansichtkaarten, brieven en de andere dingen die ze had geschreven, bij elkaar was dit een levensverhaal. Over hoe mijn moeder het huis van haar ouders verliet, in Europa toevallig mijn vader ontmoette en het resultaat was dat ik in Amsterdam werd geboren. Bij het ontruimen van dat huis komt voor het eerst de gedachte op: o ja, mijn ouders zijn natuurlijk ook jong geweest en verliefd geworden, net als ik hebben zij ooit gezocht naar wat ze wilden worden in het leven.
Pas na het overlijden van mijn moeder kwam ik erachter dat zij en mijn vader even uit elkaar waren geweest voordat ik werd geboren. Zo gaat het natuurlijk bij jonge twintigers, alleen is dat nooit hoe je naar je eigen ouders hebt gekeken. Dat zijn geen ongebonden schone jongelingen zonder kinderen die besluiten niet meer verliefd te zijn, de verkering verbreken en een paar maanden op een woonboot van vrienden blijven, om het uiteindelijk toch maar weer goed te maken.
Robert Vuijsje en zijn moeder op het Metropolitan Oval in Parkchester, vermoedelijk in de jaren 00.
De documentaire van Ben Stiller eindigde met: dit was het huis van mijn jeugd en nu verdwijnt de toegang tot deze ruimte, dan heb ik alleen nog de herinneringen. Aan het slot zit een montage met eerst het appartement vol spullen van Jerry en Anne en daarna de leeggeruimde kamers.
In een vorm van zelfkastijding ging ik in Amsterdam nog een stap verder. Ook het huurhuis van mijn moeder moest leeg worden opgeleverd. Ze had er bijna vijftig jaar gewoond, de woningbouwvereniging kondigde aan dat er gerenoveerd zou worden. Bijna een jaar later kwam de mededeling dat er een bezichtiging was voor potentiële nieuwe huurders.
Ons huis, waar wij alles hadden meegemaakt, het hoekje van de bank waar mijn moeder altijd zat, haar slaapkamer, de werkkamer met in de laatste weken het noodbed van de thuiszorg omdat de kanker te ver was uitgezaaid – daar liepen nu gulzige rovers doorheen die ons huis voor zichzelf wilden hebben, niet wetend wat hier was gebeurd hingen ze onnozele praatjes op over waar ze de eettafel konden neerzetten en of dit een handige plaats zou zijn voor hun televisiemeubel.
Of je nu een Hollywoodster bent of een Nederlander die thuis op de bank zit te klagen dat hij niet in New York mocht opgroeien, op een zeker moment zullen we allemaal afscheid moeten nemen van dat huis – tenzij je er zelf in gaat wonen.
Jerry Stiller en Anne Meara met hun zoon Ben, in het appartement aan de Upper West Side, in 1972.
Maar wat ik tijdens het bekijken van Ben Stiller en zijn familie vooral bedacht: dit zijn Joden en nergens gaat het over dat ene ding. Anne Meara overleed in 2015 en Jerry Stiller in 2020, dus de opnamen vonden ongetwijfeld plaats voor 7 oktober 2023. Geen oorlog, geen woedende discussies over wel of niet genocide en wel of niet antisemitisme.
Ik kon gewoon kijken naar een familie die bestond uit slimme en grappige mensen, permanent bezig om zichzelf belachelijk te maken, net zoals in bijna alle Joodse gezinnen die ik ken. Als je wel Joods bent, maar niet gelooft in die religie, krijg je vaak de vraag: wat betekent het dan, hoe kun je je Joods voelen zonder dat de godsdienst daar een rol in speelt?
Het antwoord: niet alleen is het een gevoel van verbondenheid en een gedeelde geschiedenis, het is ook een manier van denken, een mentaliteit, een relativerende levensstijl waarin je, zoals ik, je moeder kunt begroeten met de vraag: why do you look so fuckin’ Jewish? Gevolgd door een tweede vraag: why do Jews age so ugly? Waarop mijn moeder antwoordde dat ik zelf ook niet meer zo jong was en al helemaal niet mooi.
Niet alleen Ben Stiller is een New Yorkse Jood, veel van mijn helden zijn dat ook. De boeken (Philip Roth, Tama Janowitz, Joseph Heller), films (Woody Allen), muziek (Simon & Garfunkel, Barbra Streisand) en humor (Larry David, Jon Stewart, Don Rickles) waar ik door ben gevormd, werden gemaakt door mensen van wie ik dacht: hier hoor ik bij, dit is mijn cultuur en daar ben ik trots op.
Het was me al eerder opgevallen dat Amerikaanse Joden wat, hoe zal ik het zeggen, opgewekter zijn dan Europese. Zij waren op tijd weg, ze hadden Europa verlaten voor het grote onheil, net zoals de familie van mijn moeder. In Europa ligt over de hele cultuur een onzichtbare deken van uitmoording en verdriet. De vrolijke vanzelfsprekendheid waarmee de Stillers Joods zijn terwijl in de documentaire dat hele Joods-zijn nauwelijks wordt benoemd en toch overal aanwezig is: het is pijnlijk hoe ongebruikelijk dat aanvoelt in deze tijd.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
De beste filmstukken interviews en recensies van de nieuwste films
Source: NRC