Het gemiddelde Nederlandse kind krijgt op zijn 9de een smartphone. Dat is minstens vijf jaar te vroeg, vinden de initiatiefnemers van Smartphonevrij Opgroeien. De Volkskrant volgde de opkomende beweging een jaar lang. Want hoe doe je dat eigenlijk, een norm verschuiven?
is verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over identiteit, polarisatie en extremisme.
‘Ah, een medestander!’ In de aula van Onze Amsterdamse School hebben ouders Irene Niessen en Xerxes Bakker net ontdekt dat hun kinderen van 9 en 10, die bij elkaar in groep 6 zitten, allebei geen smartphone hebben. Een uitzondering, zo blijkt.
‘Mijn dochter zegt: mama, alle kinderen in de klas hebben al een smartphone, waarom ik niet?’, zegt Niessen. ‘Nou, dat is dus niet zo.’
Een vriendinnetje van haar dochter kreeg op haar 10de verjaardag een smartphone. Niessen: ‘Dat vertelde ze trots aan de hele klas en toen werd het een soort norm: op je 10de krijg je een smartphone. Zo werd het echt een issue. Al begon het eerder. Toen mijn dochter in groep 4 zat, kreeg een klasgenoot al een smartphone.’
‘Die van ons vraagt er gelukkig nog niet om’, zegt Bakker. ‘Ze speelt wel soms spelletjes op een oude telefoon van ons. We willen zo lang mogelijk uitstellen dat ze een eigen telefoon krijgt.’
Niessen: ‘Ik weet nu dat ik tegen mijn dochter kan zeggen: je klasgenootje heeft er ook geen.’
Het is 15 januari 2025, de eerste week na de kerstvakantie, de goede voornemens zijn nog vers. Op deze school in de nieuwe Amsterdamse wijk Houthaven vindt op een woensdagochtend een bijeenkomst voor ouders plaats met als thema ‘Uitstel smartphones’. Het is afgeladen, alle stoelen zijn bezet.
Hier krijgen ouders antwoorden op vragen als: hoe praat je met je kind over smartphones? Hoe stel je grenzen? En: hoe beteugel je je eigen schermtijd? In kleine groepjes delen ouders hun zorgen. Het gaat over brokkelbreinen, schermtijdlimieten, peerpressure, gameverslaving en vooral: continue ruzie met het kind over de telefoon – schermstrijd.
Ook wethouder Marjolein Moorman spreekt de ouders toe. ‘We zitten in een groot experiment met onze kinderen’, zegt zij. ‘We weten nog weinig, maar de signalen zijn niet goed. Tieners zitten gemiddeld 6,5 uur per dag op hun telefoon. Dat gaat ten koste van belangrijke activiteiten voor de ontwikkeling.’
De bijeenkomst is een initiatief van Smartphonevrij Opgroeien (SVO), een beweging van ouders die, in navolging van een Britse beweging, één duidelijk doel voor ogen heeft: het verschuiven van de norm. In Nederland krijgen kinderen gemiddeld op hun 9de een smartphone, zo blijkt uit onderzoek van Netwerk Mediawijsheid.
Stel dat uit tot 14 jaar, zeggen journalisten Merel Uildriks en Danielle Batist en actrice Thekla Reuten, de oprichters van SVO. En: geen sociale media tot 16 jaar. ‘Heel belangrijk: plant die zaadjes’, zegt Uildriks tegen de zaal. ‘Ook als je weerstand krijgt. Want die zaadjes komen vaak uit. Soms sneller dan je denkt.’
De drie vrouwen kwamen met elkaar in contact toen ze een seminar van de Britse beweging Smartphone Free Childhood volgden. Sindsdien vragen ze onvermoeibaar aandacht voor dit onderwerp, via de media, de politiek en hun netwerk. ‘Merel en Thekla’, zegt Moorman in haar speech, ‘elke week krijg ik wel een appje van jullie.’
Nadat ze in de zomer van 2024 de beweging hebben gelanceerd, stroomt de inbox vol met mediaverzoeken en talloze geïnteresseerden die zich willen inzetten, vertelt Uildriks. ‘Het was een thema dat al veel langer smeulde.’ Reuten: ‘Het is ons eigenlijk overkomen. Alles kwam vanzelf op ons af.’
Sindsdien is de beweging razendsnel gegroeid. Er zijn inmiddels 1.100 appgroepen, waarin ouders per school afspraken maken en ervaringen uitwisselen. De ouders van ruim 59 duizend kinderen ondertekenden het Ouderpact: zij stellen de smartphone uit tot 14 jaar.
Tezamen beslaan de ouders ruim twee derde van de basisscholen in Nederland. Hoewel de beweging in de Randstad begon, is ze actief in het hele land. Zo ondertekenden de ouders van 6.664 kinderen in Gelderland het Ouderpact, van 5.962 kinderen in Noord-Brabant en van 1.731 kinderen in Groningen.
Het afgelopen jaar volgde de Volkskrant de opkomst van Smartphonevrij Opgroeien en sprak met tientallen ouders, kinderen, experts, schoolbestuurders, politici, vrijwilligers en andere betrokkenen. Om zo inzicht te krijgen in de vraag: hoe doe je dat, een norm verschuiven?
Merel Uildriks begint zich te verbazen over de norm als in het voorjaar van 2024 een mediacoach langskomt op een ouderbijeenkomst van De Spaardammerhout, een school die het gebouw deelt met Onze Amsterdamse School. Haar dochter zit dan in groep 6. De mediacoach adviseert de ouders om hun kinderen in groep 7 of 8 een smartphone te geven.
‘Want dan leren ze ermee omgaan en kun je ze goed begeleiden’, vat Uildriks het argument samen. ‘Als ze eenmaal in de puberteit zitten, is dat veel moeilijker.’ Veel ouders gaan mee in die redenering, ziet Uildriks, maar zij vraagt zich af: klopt dat wel?
Het is het begin van een zoektocht. Uildriks vindt medestanders in Reuten en Batist, ze worden de kartrekkers van de ouderbeweging. Die groeit zo snel dat Uildriks en Batist stoppen met hun normale werk en in februari betaalde krachten worden bij de stichting die ze in de haast oprichten.
Samen lezen ze alles wat ze over het onderwerp kunnen vinden. Algauw komen er enkele conclusies bovendrijven uit de onderzoeken. Ten eerste zijn er de duidelijke fysieke gevolgen van veel schermtijd: grotere kans op obesitas, bijziendheid en slaapproblemen.
Ook lezen ze veel over het jonge brein, dat nog niet goed in staat is om impulsen te beheersen. Uildriks: ‘Het kinderbrein is niet opgewassen tegen alle algoritmische verleidingen. Smartphones en de apps daarop zijn ontworpen om verslavend te zijn. Tabak, gokken en alcohol zijn om die reden gebonden aan een leeftijd. Waarom een smartphone niet?’
Over het effect van smartphones en sociale media op het mentale welzijn van jongeren lezen ze ook van alles, maar de wetenschap is er nog niet over uit. Er is onder tieners sprake van een samenhang tussen de groeiende depressie-, stress- en angstklachten, en het overmatig gebruik van sociale media en schermen. Maar een oorzakelijk verband is moeilijk te bewijzen.
Uildriks begrijpt de nuance van wetenschappers, maar vindt dat er geen risico moet worden genomen. ‘Waarom ligt die bewijslast eigenlijk bij ons? Waarom moeten de techbedrijven niet eerst bewijzen dat hun diensten veilig zijn voor ze die mogen aanbieden aan kinderen?’
Een vader is radeloos. ‘Mijn zoon van 6 is verslaafd aan de PlayStation’, zegt hij. ‘Hij wil zelfs gamen tijdens het eten en wordt woest als ik hem afpak.’
Tijdens de ouderbijeenkomst op Onze Amsterdamse School in januari zit een groepje van vijftien ouders om Thekla Reuten heen. Zij leidt de sessie ‘Hoe praat ik met mijn kind over schermen?’
Veel ouders vallen de vader bij met eigen worstelingen. ‘Mijn dochter is 9 en is bang dat ze, als ze straks van school gaat, het contact met al haar vriendinnen verliest omdat ze geen telefoon heeft.’
Reuten knikt begripvol. ‘De peerpressure is het moeilijkst’, zegt ze. ‘Ik hoop dat jullie nu zien dat jullie niet de enigen zijn met deze zorgen. Je bent niet alleen! De enige manier om die groepsdruk tegen te gaan, is om met andere ouders afspraken te maken.’
Ze heeft goed nieuws voor de ouders. ‘Je hebt maar een kwart van een klas nodig om een kantelpunt te bereiken. Dat is bekend uit onderzoek naar social tipping points. Met zeven of acht kinderen kun je dus de norm veranderen in een klas. Dan zijn die kinderen geen buitenbeentjes meer.’
‘Onze filosofie is dat de ouders vrijwillig kiezen voor het uitstellen van de smartphone’, zegt Reuten na afloop van de sessie. ‘Het heeft geen zin om iedereen te willen overtuigen en heel belerend te zijn.’
‘We willen verbinden, niet moraliseren’, vult Uildriks aan.
Maar hoe breng je de uitstelboodschap aan het kind zelf? Op een groot vel papier heeft Reuten het ‘SVO-wiel’ getekend: een rondje met vier taartpunten dat ze aan de ouders laat zien. Een van die punten is ‘Positieve framing’.
‘Focus niet op wat je je kind ontneemt’, zegt Reuten, ‘maar wat het kind ervoor terugkrijgt. Een ongestoorde jeugd. Veel tijd om te spelen, bewegen, lachen, vrienden te maken of om geconcentreerd in een boek te verdwijnen.’
Haar eigen zoon begon op zijn 8ste te vragen naar een smartphone, vertelt Reuten. ‘Ik zei tegen hem dat zelfs de uitvinder van de smartphone, Steve Jobs, zijn eigen kinderen geen smartphone gaf. Wow, zei hij, dan klopt er echt iets niet.’
Op hun telefoon maken enkele ouders snel een notitie.
Begin mei. In de aula van Onze Amsterdamse School (OAS) luisteren ouders naar een lezing van kindertherapeut Hanneke de Hertog die uitlegt hoe de ‘executieve functies’ van het brein, zoals plannen en zelfregulering, bij een kind nog in ontwikkeling zijn.
Linda Adiele (34), moeder van zoon Theodoor (7) en dochter Zoe (2), is overtuigd. ‘Ik zeg dat ik ga uitstellen tot 16, en als het dan 14 wordt, valt het mee.’ Haar jongste is nu al erg gericht op schermen. ‘Ze pakt mijn duim om mijn telefoon te openen en zoekt Peppa Pig op. En ze slaat haar broer van 7 om de iPad af te pakken. Niet normaal.’
In de vijftien jaar dat OAS-directeur Elize Jong in het onderwijs zit, heeft ze de omslag zien gebeuren, vertelt ze na afloop. ‘Toen was er misschien één leerling in groep 8 met een Blackberry. Nu begint het al in groep 6, waar soms de helft een smartphone heeft. En ver voor die tijd zitten ze al uren per dag op een scherm.’
Jong ziet de effecten van al die schermtijd terug bij de leerlingen. ‘Kinderen die zeer gebrekkig Nederlands spreken, maar wel Engels kunnen door filmpjes. Kinderen die motorische achterstanden hebben, de pengreep niet goed beheersen, een zeer korte aandachtsspanne hebben. En dan heb je nog de ruzies op Snapchat; aan het begin van een schooldag moet je de cyberrelletjes van de avond ervoor sussen.’
Zij ziet in de smartphone ook een democratische crisis. ‘Er is grote kansenongelijkheid. Kinderen uit sociaal-economisch lagere milieus worden meer achter een scherm gezet. Hun ouders lezen niet voor. Ze groeien op met een gebrek aan begrip over de wereld. Ze kunnen later niet beoordelen of een bron betrouwbaar is, zijn vatbaar voor populisme en nepnieuws.’
Het is niet gek dat Jong de smartphone door deze lens beziet. Op OAS zitten relatief veel kinderen die een migratieachtergrond hebben of opgroeien in armoede. Hoewel OAS een gebouw deelt met De Spaarndammerhout, waar de beweging al in een vroeg stadium voeten aan de grond kreeg, zijn het verschillende scholen.
Ook De Spaarndammerhout is een gemengde school, maar die heeft een minder kwetsbare leerlingenpopulatie, met meer progressieve, hoogopgeleide ouders. En dat zie je terug in de verschuivende smartphonenorm: de ouders van De Spaarndammerhout gaan daar sneller in mee dan die van OAS.
‘Ik juich het gesprek over smartphones toe, maar wil niet op de stoel van de opvoeder zitten’, zegt Jong. ‘Het zou al heel behulpzaam zijn als er vanuit de overheid een duidelijke richtlijn komt. Dan kunnen wij als school ook beter een norm stellen.’
‘Voor u ligt een enorme kans’, zegt Merel Uildriks, ‘om kinderen een gezonde en veilige kindertijd terug te geven.’
Ze is eind mei een van de sprekers van een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer en zit tegenover de vaste commissie voor Digitale Zaken. ‘Wij kunnen dit niet zonder u, dit is een systeemprobleem. Wij kunnen als ouders geen filter zijn op een industrie die winst maakt op verslaving en probeert om zo lang mogelijk de aandacht van onze kinderen vast te houden.’
Een vertegenwoordiger van die industrie vindt deze typering overdreven. ‘We doen al heel veel om kinderen te beschermen’, zegt Edo Haveman, hoofd publiek beleid bij Meta, het moederbedrijf van Instagram, WhatsApp en Facebook. Hij noemt de ‘tieneraccounts’, zonder advertenties en zonder endless scroll. ‘Ze krijgen een nudge: misschien is het tijd om te stoppen met scrollen.’
De oprichters van SVO beseften al snel: ouders kunnen het niet alleen, de politiek moet ook in beweging komen. Uildriks: ‘Ouders kunnen big tech niet dwingen om het ontwerp van hun applicaties minder verslavend en hun content minder schadelijk te maken. Hier is de overheid bij nodig.’
Achter de schermen zijn Uildriks en vele andere vrijwilligers dan al maanden aan het lobbyen. Na een oproep mailen honderden ouders hun persoonlijke worstelingen naar Kamerleden. In maart lijkt dat effect te hebben: een motie van D66 krijgt een meerderheid, er moet een leeftijdsgrens van 15 jaar komen voor sociale media.
Op een borrel in april, georganiseerd door uitgever Alexander Klöpping, ontmoeten oprichters Batist, Uildriks en Reuten de staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport, Vincent Karremans. Hij wil voor de zomer een richtlijn ‘Gezond schermgebruik’ uitbrengen en heeft een groep wetenschappers gevraagd een rapport daarover op te stellen.
De beweging heeft in de lente het momentum mee. In mei haalt het succes van het Ouderpact – binnen een paar weken door tienduizenden ouders ondertekend – overal het nieuws. In aanloop naar het rondetafelgesprek en de richtlijn van Karremans besluiten de oprichters om de druk verder op te voeren in Den Haag.
Op 24 mei gaat er een berichtje uit naar de groepsapps van SVO: een link naar een brandbrief. ‘Ben of ken je een arts of wetenschapper? Lees dit dan.’ De overheid moet snel met maatregelen komen, zo staat in de brief, om de ‘groeiende gezondheids- en welzijnscrisis’ als gevolg van ‘overmatig’ socialemediagebruik onder kinderen aan te pakken.
Een paar dagen later hebben ruim 3.500 artsen, wetenschappers en zorgprofessionals de brandbrief ondertekend. Het is exemplarisch voor de enorme urgentie die omtrent dit onderwerp wordt gevoeld en voor de vele duizenden mensen die in korte tijd betrokken zijn geraakt bij de beweging.
De ironie dat de snelle verspreiding van hun boodschap vooral te danken is aan WhatsApp ontgaat ook Uildriks niet. ‘Wij zijn niet een beweging die tegen technologie is. Zolang technologie ons maar dient en niet andersom.’ Het motto van SVO is dan ook: ‘De kindertijd is te kort om door te brengen op een smartphone.’
Daarin lijkt de beweging een medestander gevonden te hebben in staatssecretaris Karremans. Een paar weken later komen het rapport en de richtlijn van het ministerie uit. Opmerkelijk: die richtlijn is aanzienlijk strikter dan het genuanceerde rapport. Hij stelt een geleidelijke introductie voor: vanaf groep 8 een (begrensde) smartphone, vanaf de middelbare school chatapps en vanaf 15 jaar sociale media als Snapchat en TikTok.
Gevraagd naar zijn richtlijn zegt Karremans: ‘Wat is het ergste dat er kan gebeuren? Dat ze net even wat meer buitenspelen in hun jeugd?’
‘In 3... 2... 1!’ Klas 7b juicht terwijl wethouder Alexander Scholtes een bordje onthult op het plein van De Spaarndammerhout. Het is de eerste van meerdere basisscholen die uitdraagt ‘smartphonevrij’ te zijn, wat betekent dat de school ouders afraadt hun kind(eren) een smartphone te geven.
Cameraploegen leggen het tafereel vast. De onthulling past begin november in een nieuwe campagne van SVO. Die avond zitten Thekla Reuten, Alexander Klöpping en psycholoog Thijs Launspach bij Pauw & De Wit om te vertellen over het boek Smartphonevrij opgroeien, dat leest als een handleiding voor ouders. Een week later komt het boek binnen op nummer 1 van de Bestseller Top 60.
De laatste maanden heeft de beweging de focus verlegd naar schoolbestuurders. Zij kunnen met hun beleid een verschil maken, is de gedachte. En SVO werkt aan een systeem waarin voor elke school is op te zoeken wat het telefoonbeleid is. Zo kunnen ouders dat thema doorslaggevend laten zijn in hun schoolkeuze.
Op De Spaarndammerhout ís de norm al verschoven. Taïna uit groep 7b, waarin slechts zes van de 22 leerlingen een smartphone hebben, vertelt dat ze het niet erg vindt dat ze er nog geen heeft. ‘Want ik mag thuis wel af en toe op de iPad.’ Ze heeft al een paar keer om een smartphone gevraagd, maar haar moeder zegt nee, vertelt ze. ‘Pas op de middelbare school, en misschien mag ik dan alleen een Nokia.’
Ook als je een kind al een smartphone hebt gegeven, kun je die weer innemen; Romy Inge (66), wier nichtjes bij haar thuis wonen, deed precies dat. Ze vertelt hoe ze Djamilla (10) steeds chagrijniger en somberder zag worden. ‘Wat bleek, ze zat tot diep in de nacht op haar telefoon.’
Een SVO-ouderbijeenkomst op De Spaarndammerhout was een ‘eyeopener’ voor haar. ‘Ik pakte haar telefoon af. Maar ze is een pittige dame, een madame-jeanette, zeggen wij, dus dat ging niet makkelijk. Strijd. Zij ging mij uitschelden. Je bent een fossiel, zei ze, je begrijpt er niets van. Wat moet ik met deze skere telefoon, zei ze, een simpele Nokia. Ze schaamde zich ervoor en wilde niet meer naar school.’
Het leken bijna afkickverschijnselen, zegt Romy. ‘Ik heb er twee maanden over gedaan, maar nu is ze eraan gewend. Er zijn inmiddels meer vriendinnetjes met zo’n Nokia. Ze slaapt beter. Ze speelt elke dag piano. Zij en haar zus doen bordspelletjes. Ze zitten gezellig in de woonkamer met mij. Ze noemt me wel nog steeds fossiel.’
Niet overal gaat het zo snel. De dochter van Irene Niessen en de dochter van Xerxes Bakker, die inmiddels in groep 7 van Onze Amsterdamse School zitten, zijn met één ander kind nog steeds de enigen in de klas zonder smartphone.
De discussie leeft onder de ouders uit groep 7 niet zo, merkt Bakker. ‘Ik kijk vooral naar de klas van mijn zoontje, groep 4. Laatst was ik mee met een schooluitje en toen hoorde ik een paar jongens grappen maken over memes die ze hadden gezien. Ik vroeg: wie heeft er al een telefoon? En ze staken alle drie hun vinger op. Ze zijn 7!’
Ondertussen voelt Niessen dat de druk toeneemt. ‘Mijn dochter Sophie is 10, ze regelt nu zelf speelafspraakjes. Dan zegt ze tegen me: als ik een telefoon heb, kan ik laten weten waar ik ben. Maar de afspraak is duidelijk: ze krijgt er pas in groep 8 eentje en niet eerder.’
Sophie vindt het niet eerlijk. ‘Ik mis nu allerlei dingen omdat ik niet in de klassenapp zit. Laatst bijvoorbeeld hadden ze allemaal afgesproken om iets blauws aan te doen en toen wist ik dat niet. Ik snap het wel, hoor, dat ouders willen wachten, anders zit je de hele tijd op je telefoon. Maar ik vind: het moet voor iedereen hetzelfde zijn.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant