Home

Foltering, de doodstraf of zelfs standrechtelijke executie: Israël kent geen genade voor Palestijnse militanten

Mensenrechten In Israël staat de discussie over de omgang met Palestijnse militanten op scherp. Twee Palestijnse verdachten die zich al hadden overgegeven werden standrechtelijk geëxecuteerd. Ook wil Israël de doodstraf invoeren voor wie uit nationalistische motieven een Jood vermoordt.

Israëlische soldaten bedekken de plek waar een officier van de grenspolitie twee Palestijnse militanten doodschoot in Jenin op de bezette Westelijke Jordaanoever.

De standrechtelijke executie van twee Palestijnen in bezet gebied heeft in Israël de discussie op scherp gezet over de omgang met militanten. De twee mannen werden eind vorige maand in Jenin, op de Westelijke Jordaanoever, doodgeschoten door een officier van de Israëlische grenspolitie nadat ze al in hechtenis genomen waren.

Het Israëlische ministerie van Justitie heeft aangekondigd de executie te onderzoeken. Voor de ultrarechtse minister Itamar Ben-Gvir (Nationale Veiligheid) is de uitkomst al duidelijk: hij geeft zijn „volledige steun” aan de agenten en soldaten „die hebben geschoten op gezochte terroristen”. De ordetroepen hebben volgens Ben-Gvir „precies gedaan wat er van hen verwacht werd: terroristen moeten sterven”.

De opvatting dat gewelddadig verzet tegen de bezetting van Palestijns gebied met de dood bekocht moet worden, wint sinds de Hamas-aanval van 7 oktober 2023 aan terrein in Israël. Niet alleen wordt een buitengerechtelijke executie toegejuicht, ook wordt via de legale weg de doodstraf verplicht gesteld voor moordenaars die de intentie hadden „om de staat Israël en de wedergeboorte van het Joodse volk in zijn thuisland schade te berokkenen”.

Een wet met deze strekking is onlangs aangenomen door de Knesset, het Israëlische parlement, maar moet nog wel twee parlementaire stemmingen doorkomen. Mensenrechtenorganisaties als Amnesty International hebben onmiddellijk hun principiële bezwaren kenbaar gemaakt. Critici zeggen onder meer dat de wet discrimineert, omdat de straf niet geldt voor wie uit nationalistische motieven Palestijnen doodt.

De afgelopen weken woedde in Israël een fel debat over de wet. Volgens de baas van inlichtingendienst Shin Bet kan de doodstraf een afschrikwekkende werking hebben op wie van plan is een aanslag te plegen. De beroepsvereniging van artsen stelde dat haar leden volgens internationale conventies geen dodelijke injecties mogen toedienen. En juristen wijzen op de onverenigbaarheid van de wet met de Israëlische ‘basiswetten’, een soort grondwet.

Hoewel in Israël op enkele zeer ernstige misdrijven al de doodstraf staat, waaronder misdaden tegen de menselijkheid en genocide, is al decennia niemand meer tot de dood veroordeeld. De laatste persoon die Israël van rechtswege executeerde was Adolf Eichmann, die in 1962 werd veroordeeld voor zijn centrale rol in de Holocaust.

Handen in de lucht

Dat de executie in Jenin zo in de aandacht staat, komt mede doordat beelden ervan werden uitgezonden op een Egyptische nieuwszender. Te zien is dat de mannen hun handen in de lucht houden, waarna ze het bevel krijgen om op de grond te gaan liggen. Vervolgens worden ze van dichtbij doodgeschoten.

De Israëlische troepen hadden het op de mannen gemunt in het kader van een grote ‘contraterreuroperatie’ in het noorden van de bezette Westelijke Jordaanoever. Het tweetal had zich in een gebouw verschanst, van waaruit ze flitsgranaten gooiden. De Israëlische politie en het leger verklaarden dat de doodgeschoten mannen lid waren van een terroristische organisatie in Jenin. Ze zouden ook in het verleden al Israëlische troepen aangevallen hebben.

De mannen verlieten hun schuilplaats nadat Israëlische bulldozers het gebouw deels met de grond gelijk gemaakt hadden. Na hun arrestatie controleerde de grenspolitie of ze explosieven bij zich droegen. De Israëlische krant Haaretz citeert bronnen bij de grenspolitie die stellen dat een van hen een „verdachte” beweging maakte terwijl ze op de grond lagen, waarop de officier besloot te schieten.

De kwestie doet denken aan een voorval in 2016, toen de Israëlische soldaat Elor Azaria een roerloze Palestijnse aanvaller door het hoofd schoot. Destijds werd schande gesproken vande buitengerechtelijke executie, maar Azaria groeide uit tot held van extreemrechts. Na negen maanden in de gevangenis werd hij vrijgelaten.

Foltering in gevangenissen

Behalve het wetsvoorstel over de doodstraf ligt ook de behandeling van Palestijnen in Israëlische gevangenissen onder vuur. Vorige week concludeerde het VN-comité tegen Foltering in een rapport dat Israël de afgelopen twee jaar „een de facto staatsbeleid van georganiseerde en wijdverbreide foltering” voert. Het VN-comité uit zijn zorgen over de straffeloosheid van de Israëlische veiligheidstroepen.

Het comité sprak zijn „diepe bezorgdheid” uit over beschuldigingen dat Palestijnen herhaaldelijk ernstig mishandeld worden, aangevallen door honden, geëlektrocuteerd, aan waterboarding onderworpen, langdurig in pijnlijke houdingen moeten zitten en onderworpen worden aan seksueel geweld.

Israël houdt duizenden Palestijnse mannen, vrouwen en kinderen zonder aanklacht vast. Volgens de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem is het aantal ‘administratieve gevangenen’, die vastzitten zonder aanklacht, opgelopen tot 3.474. Daar zitten kinderen onder de twaalf bij, aldus het VN-comité. Sinds de Hamas-aanval van 7 oktober 2023 zijn 75 Palestijnen in gevangenschap overleden, volgens het comité een „abnormaal hoog” aantal.

Minister Itamar Ben-Gvir (Nationale Veiligheid).

Israël ontkent de beschuldigingen. Het comité wijst erop dat vervolgingen voor buitensporig geweld erg zeldzaam zijn: in de afgelopen twee jaar werd er één soldaat veroordeeld voor het mishandelen van Palestijnse gevangenen. Hij kreeg tot zeven maanden cel wegens het aanvallen van vastgebonden en geblinddoekte gevangenen met zijn vuisten, een knuppel en een geweer. Die straf, concludeert het comité, „lijkt niet in verhouding te staan tot de ernst van het misdrijf”.

Minister Ben-Gvir heeft intussen een bezoek gebracht aan de afdeling van de grenspolitie die betrokken was bij de executies in Jenin. Hij gaf de commandant van de divisie promotie en stelde, terwijl diverse agenten door het leger ondervraagd werden, dat hij gekomen was om de „heldhaftige strijders te steunen en te omhelzen”.

Aan de strafrechtelijke procedure tegen de agenten moet een einde komen, aldus Ben-Gvir. „Wanneer een van onze strijders een terrorist neerschiet, nemen we hem onmiddellijk mee voor verhoor. Dat moet stoppen. We vechten tegen vijanden en moordenaars die vrouwen willen verkrachten en baby’s willen verbranden.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next