Voetbal Curaçao plaatste zich met bondscoach Dick Advocaat (78) voor het WK voetbal. Zijn ervaringen op het eiland lijken in niets op wat hij eerder in zijn carrière meemaakte. „Wat kan mij het schelen, ik knuffel gewoon met de spelers mee.”
Dick Advocaat: "Soms huil ik om niets, heel vreemd."
Het was half november groot nieuws: bondscoach Dick Advocaat van Curaçao verlaat „vanwege familieomstandigheden” het trainingskamp en mist daardoor het allesbeslissende WK-kwalificatieduel tegen Jamaica. Ondanks zijn afwezigheid plaatste het eiland zich voor het eerst in de geschiedenis voor het mondiale eindtoernooi.
Voor de derde keer gaat Advocaat volgend jaar als bondscoach naar een WK. Eerder gaf hij leiding aan het Nederlands elftal (in 1994) en Zuid-Korea (2006). Zijn ervaringen op Curaçao lijken in niets op alle eerdere, vertelt hij woensdag in een wegrestaurant in Voorschoten, niet ver van waar hij woont. Het is de dag voor zijn vertrek naar Washington, waar vrijdag de loting voor het WK wordt gehouden. Daar begeeft hij zich tussen beroemdheden als president Donald Trump, zanger Andrea Bocelli en fotomodel Heidi Klum.
Advocaat werd de afgelopen weken overspoeld met berichten. Want iedereen begrijpt dat het om een eenmalig iets gaat, zegt hij. En iedereen wil weten hoe het afloopt. „Ik krijg veel aanvragen van kranten, tijdschriften, tv-programma’s en podcastmakers. Maar ik sla bijna alles af. Ik hoef niets meer te bewijzen, zei ik tegen mijn perschef. En dat bedoel ik niet arrogant.”
„Ik ben gezond. Op mijn leeftijd is dat het belangrijkste. Ik ben blij als ik ’s ochtends gezond wakker word. Om mij heen zie ik veel narigheid. Zoals een zieke oud-voetballer, van mijn leeftijd, die fit moest worden voor een operatie. Of [voormalig tv-presentatrice] Viola Holt die vanuit het niets wegviel. Ik kende Viola niet goed, maar schrok wel van het bericht.”
„Ik ben panisch voor ziekenhuizen. Afgezien van de keer dat ik aan mijn neus geopereerd werd omdat ik mijn reuk kwijt was, ik was toen coach van de Russische club Zenit, kom ik daar gelukkig weinig. Ik laat me medisch goed controleren door de artsen van de clubs en bonden waar ik werk. Dat neemt niet weg dat ik bang ben: hoelang nog? Met alles wat ik doe denk ik: hoelang nog?”
„Mijn vertrek was achteraf gezien wat voorbarig, maar toen de dokter me belde, en heel duidelijk was, voelde ik dat ik moest gaan. En als ik iets in mijn hoofd heb, lukt het niemand om me op andere gedachten te brengen.”
Hij is even stil. „Als je ouder wordt zitten emoties meer aan de oppervlakte. Dat is soms vervelend, maar het is niet anders. Soms huil ik om niets, heel vreemd. Als ik voor mijn vertrek naar de spelers was gegaan, was ik volgeschoten.”
„Dat ze medelijden met me kregen. Bij Goedemorgen Eredivisie kreeg ik een paar filmpjes te zien van spelers die wat tegen me wilden zeggen. Ik keek recht voor me uit, omdat ik wist dat ik anders zou breken.”
Hij lacht. „O, dat weten ze wel. Maar je moet het niet, eh…”
„Ja, precies.”
Hij is even stil.
Hij knikt.
„Ik schrok toen mijn moeder overleed, maar ze was wel 89, en kwam op een mooie manier aan haar einde. Het was nieuwjaarsdag, ze had de dag ervoor paling bij mijn broer gegeten. De volgende ochtend vond hij haar in een stoel, het kopje thee was uit haar hand gegleden. Twee dagen na haar dood vloog ik terug.”
„Ik dacht: het zal mij niet overkomen dat er iets gebeurt, en dat ik er niet bij ben.”
De ober, een jonge man, serveert koffie. „Gefeliciteerd met de plaatsing”, zegt hij. „Echt netjes, goed gedaan. Ik heb nu al zin in het WK.” Advocaat glimlacht. „Is dat zo? Geniet ervan.”
„Dat komt doordat de spelers zo fanatiek trainen en spelen, zó graag voor hun land willen excelleren… dat heb ik nog niet eerder meegemaakt. Ze wilden in een krakkemikkige schoolbus zonder ramen vervoerd worden. In die bus wilden ze harde muziek draaien – niet mijn muziek, maar ik ging erin mee. Ze wilden in het hotel tussen de gasten eten, niet in een conferentiezaal. Allemaal dingen waar ik normaal nooit in mee zou gaan. Omdat het wat de organisatie betreft tegen mijn principes ingaat.”
„Misschien omdat ik denk: het is mijn laatste klus.”
Hij lacht. „Het verschilt sterk van wat spelers normaal doen: elkaar een hand geven. Maar ik dacht: kan mij het schelen, ik ga gewoon mee knuffelen. Het is ook leuk om te zien hoe ze bij wedstrijden in een kring gaan staan. Een van hen, meestal Kenji Gorré, spreekt de groep dan toe. Ik ga mee in die emotie. Als de spelers samen bidden ga ik er ook tussen staan.”
„Qua presentatie ben ik heel erg gevormd door Rinus Michels, van wie ik vijf, zes jaar assistent ben geweest bij Oranje. Rinus was als coach spijkerhard.” Hij trekt een streng gezicht en steekt een wijsvinger op. „Je moet altijd scherp zijn, zodat ze je niet kunnen verrassen, zei hij. Spreek in korte zinnen. Ik moest een keer twee spelers halen. Eén zou te horen krijgen waarom hij niet speelde. Tegenwoordig komen trainers met een hele uitleg, maar Rinus leunde achterover en zei: jij speelt, jij niet. Dat was het.”
Advocaat vertelt over zijn assistent-coach Dean Gorré (de vader van Kenji), van wie hij rond 1990 coach was bij SVV in Schiedam, in die jaren gefuseerd tot SVV-Dordrecht’90. Niet lang geleden zaten ze een keer te praten op het veld toen Gorré zei dat Advocaat bij SVV „een vervelende man” was. „Maar we zijn toch kampioen geworden”, antwoordde Advocaat verbaasd. Gorré zei dat hij vroeger bang voor hem was. „U schold me uit.” Maar het had hem „als voetballer en mens” wel geholpen om zich te ontwikkelen.
„Dat hij gelijk had. Zo was ik. Spelers moesten aan de bak. Als het niet ging zoals ik wilde was ik een vervelende man.”
„Zo extreem heb ik het zelf niet ervaren, maar ook spelers van Glasgow Rangers en Zenit hebben dat soort dingen wel eens over me gezegd. Zo heb ik bij Glasgow ooit een speler, een extreem mooie Italiaan, gedreigd naar huis te sturen omdat hij een trainingspak van Louis Vuitton droeg. We zouden met de ploeg naar Noorwegen gaan voor een week. Ik heb hem twee keuzes gegeven: óf je kleedt je om, óf je gaat naar huis. Zijn ploeggenoten lachen natuurlijk. Later noemde hij me in een boek een little dictator.”
Hij slaat zijn armen over elkaar. „Soms zijn dingen een pose.”
„Dat ik driftig word en zeg wat er moet gebeuren.”
„Als duidelijk wordt dat je twijfelt kunnen mensen daar gebruik van maken. Daarom vind ik het zo vervelend dat die emoties de laatste jaren vanuit het niets komen. Met wedstrijden heb ik daar geen last van. Wel als we soms met de groep bij elkaar zitten en iemand vertelt een verhaal. Dan moet ik oppassen. Daarom ben ik ook niet naar de spelers gegaan om te vertellen dat ik naar Nederland zou terugvliegen. De aanvoerder, Leandro Bacuna, met wie ik een goede band heb, wilde met me praten. Ik kon dat niet opbrengen.”
„Ik kon niet anders.”
Dick Advocaat: „Qua presentatie ben ik heel erg gevormd door Rinus Michels. Als coach was Rinus spijkerhard.”
Advocaat vertelt hoe hij januari 2024 bondscoach van Curaçao werd, het eiland dat hij slechts één keer had bezocht voor hij de functie kreeg: als 18-jarige voor een voetbaltoernooi. Via zaakwaarnemer Robert Pot, zoon van Advocaats vaste assistent-coach Cor Pot, hoorde hij dat Curaçaose voetbalbond interesse had.
Hij knikt. „Ze wisten dat ik het anders niet zou doen. Bondsvoorzitter Martina heeft gezorgd dat er sponsors kwamen. De spelers krijgen nu op tijd hun geld. Vliegtuigstoelen en hotels worden door een sponsor geregeld. Het is nog niet op het niveau van het Nederlands elftal, maar wel beter dan het ooit is geweest.”
„Ja. En nou zit ik straks bij de loting in dezelfde ruimte als Donald Trump. Gek, toch?”
„Ik zal nooit vergeten dat ik op mijn verjaardag bij hem moest komen. Ik had net besloten dat ik Zenit Sint-Petersburg na tweeënhalf jaar ging verlaten. De club was al op de hoogte. Poetin, die uit Sint-Petersburg komt, begreep daar niets van. Tot die tijd had ik hem alleen telefonisch gesproken na het behalen van prijzen, nu zat ik tegenover hem met een tolk. ‘Ik heb gehoord dat je weggaat, maar dat gebeurt niet’, zei hij. ‘Jawel’, zei ik. ‘Wat bevalt je dan niet’, vroeg hij. Ik had getekend bij Australië, maar dat wist hij niet. Toen verzon ik maar dat ik niet tevreden was over het prachtige Kempinski hotel, waar ik een halve zaal tot mijn beschikking had. En dat de vlucht naar Nederland zo lang duurde. Hij stond op om een telefoontje te plegen. Vijf minuten later zat hij weer tegenover me. ‘Er ligt een nieuw contract en dat ga je tekenen’, zei hij. Ik kreeg het grootste penthouse van Sint-Petersburg en mocht voortaan in een privéjet vliegen. Dus ja, toen moest ik wel. Na een half jaar ben ik alsnog vertrokken.”
„Niet anders dan de meesten. Ik ben nog steeds ereburger van Sint-Petersburg. Op mijn verjaardag krijg ik elk jaar een prachtige brief, maar het hoofdstuk Rusland is afgesloten. Gisteren schrok ik toen ik las wat Poetin had gezegd: we zijn klaar om tegen Europa te vechten.”
„Dat ben ik altijd. Kijk, we zijn niet het sterkste team. En soms moet je slim zijn. Op de Gold Cup speelden we afgelopen zomer gelijk tegen Canada, een veel groter land. We werden uitgeschakeld in de poulefase, maar voor ons was het al geweldig om mee te doen. Dus je kan soms met een tactiek, uitgaande van de kwaliteiten van de spelers, best voor een verrassing zorgen.”
„We zullen niet de meest aanvallende ploeg zijn op het WK, maar geven ons volledig. We gaan ‘prikken’, zeg ik altijd: de momenten zoeken dat we het kunnen doen. Er zit een enorme bereidheid in de ploeg.”
„Die verhalen hoor ik ook. Ze werken hard, zijn dingen aan het verbeteren. Ik zie dan de trots van de mensen, dat straalt uit hun hele lichaam. Zo mooi. Toen we in september thuis met 3-2 van Bermuda wonnen, stonden inwoners buiten te dansen. En na de laatste thuiswedstrijd kwamen we bij het hotel, stond al het personeel om de spelersbus heen.”Hij is even stil, kijkt naar de tafel.
„Ik heb ze een groot cadeau gegeven, maar er is natuurlijk nog steeds veel armoede. Je wil alles veranderen, als je zou kunnen. Dan zie je die kids met hun guitige koppies, geweldig als ze door voetbal of honkbal iets kunnen bereiken. En dan denk ik ook aan mijn ouders, jammer dat ik te weinig voor hun terug heb kunnen doen. Het is te laat.”
„Mijn vader overleed al jong, ik was zeventien. Toen ik later bij Glasgow ging werken kon ik mijn moeder een huis en een tv geven. Dat heb ik nog wel gedaan, maar in mijn kinderjaren was het moeilijk. Soms zit ik met die gedachten, terwijl ik een geweldige jeugd heb gehad.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet
Source: NRC