Home

Achtergebleven explosieven richten in Syrië een stil bloedbad aan

‘Een herder belde, hij heeft een Russische clustergranaat gevonden’

Bijna dagelijks komen er in Syrië kinderen en volwassenen om het leven bij ongelukken met niet-ontplofte explosieven uit de burgeroorlog. Professionele non-profitorganisaties ruimen de restanten nu op, één per keer. ‘We volgen de protocollen, maar vertrouwen op God.’

Door Jenne Jan Holtland

Fotografie en video Bülent Kiliç

In een leegstaande schuur, ergens op het Syrische platteland, klinken krakerige walkietalkies en gedempte commando’s. ‘Iedereen klaar?’ Zodra er over de portofoon een ‘ja’ binnenkomt, begint een man in het Engels af te tellen.
Three… two… one…

Een fractie van een seconde is het stil, gevolgd door een flinke explosie, drie- à vierhonderd meter verderop. Een wolk stof stijgt op uit het rulle zand, de wind gaat er gelijk mee aan de haal. De leden van de internationale opruimingsdienst kijken elkaar tevreden aan. Missie geslaagd. Hun beschermende pakken en helmen kunnen ze uittrekken, de klus voor deze middag zit erop.

Dit is de manier waarop de sporen van de Syrische burgeroorlog worden opgeruimd, één explosief per keer. Soms gaat het om oude tankgranaten of clusterbommen, of soms – zoals vandaag – om 100-millimeter mortiergranaten. Het opruimen van alle explosieven is ware sisyfusarbeid waar pas net een begin mee is gemaakt. Deze heuvelige streek in de provincie Idlib (zo’n drie uur noordwaarts van Damascus) is een erkend risicogebied. Bijna iedere dag zijn er ongelukken, bijvoorbeeld omdat kleine kinderen met de troep spelen.

De voorbije negen jaar, zo becijferde VN-organisatie Unicef eerder dit jaar, zijn er zo’n 422 duizend incidenten geweest, klein en groot, hetgeen neerkomt op gemiddeld meer dan honderd per dag. Soms overleven de betrokkenen weliswaar de klap, maar raken ze voor het leven getekend omdat ze een arm of een been verliezen. Het aantal doden in de eerste drie kwartalen van dit jaar schoot voorbij de zeshonderd. ‘Een stil bloedbad’, concluderen Syriëkenners.

Met name in de eerste maanden na de val van dictator Bashar al-Assad, maandag precies een jaar geleden, voltrok zich een golf van incidenten. Na jaren van ontheemding en ballingschap keerden Syriërs massaal terug naar hun oude huizen. Boeren zochten hun akkers weer op, kinderen in hun kielzog. Vrolijk, euforisch, onoplettend. In ziekenhuizen stroomde de eerste hulp vol.

En toch. Nu Assad weg is, kan er een begin worden gemaakt met het opruimen van de explosieven. Plattelandsgebieden waar opstandelingen jarenlang tegen Assads leger vochten, zijn eindelijk toegankelijk voor professionele ontmijningsorganisaties.

De organisatie waarbij de Volkskrant een ochtend mag meekijken, heet Halo Trust, een van oorsprong Britse non-profitorganisatie die wereldwijd in ongeveer dertig landen werkt en die op uitnodiging van Damascus actief is op Syrische bodem. ‘Ik ben in Zimbabwe (waar mijnen liggen uit de oorlog in de jaren zeventig, red.) geweest en in Somalië’, zegt het Zweedse afdelingshoofd, Felicia Lanevik (30), terwijl ze in de schaduw verkoeling zoekt. ‘Maar wat ik hier zie, is van een totaal andere orde. We ontdekken iedere dag nieuwe gebieden die moeten worden ontmijnd. Het is meer dan we als organisatie aankunnen.’

Deze streek, pal buiten de stad Saraqeb, was jarenlang een zwaarbestookte frontlinie tussen de soldaten van Assad en de extremistische opstandelingen van Hayat Tahrir al-Sham (HTS), die vorig jaar in een bliksemoorlog het hele land wist te veroveren. Hun frontman, Ahmad al-Sharaa, verwisselde zijn legergroene uniform daarna voor een maatpak en is nu interim-president.

Ploegleider Mamoun al-Zayton (42), een baard en zachte ogen, gaat voor naar een akker waar achttien landmijnen lagen – overblijfselen van de Assad-tijd. ‘Het begint vaak met telefoontjes van burgers die iets hebben gevonden’, zegt al-Zayton. Hij vertelt over een recent incident met een schaapherder. Een schaap was op een mijn gaan staan. Twaalf dieren waren op slag dood, de herder zelf raakte gewond. ‘We hadden hem nog gewaarschuwd daar niet te komen. Hij wilde niet luisteren.’

Die koppigheid is een terugkerend probleem, blijkt ook op de akker waar al-Zaytons collega’s bezig zijn. Het hele veld is omgewoeld en netjes ontmijnd, met uitzondering van één smalle strook. De strook is van een olijvenboer verderop, bromt al-Zayton. ‘Hij geeft ons geen toestemming om daar te werken. Hij denkt dat het veilig is, omdat hij er vaak gelopen heeft.’ Na een korte stilte: ‘Het is stupiditeit.’ De boer zelf is er deze middag niet.

Tijd om een bezoek te brengen aan het gehucht Majdaliya, twintig minuten rijden verderop. Onderweg: drie à vier Turkse legerbases, aan weerszijden van de hoofdweg, een herinnering aan het feit dat de Turken altijd nauw hebben samengewerkt (en dat nog doen) met de machthebbers van HTS. De politieke islam is hier de lingua franca. Op een verkeersbord prijkt een handschrift in hanenpoten: ‘Democratie is afgoderij.’

Het huis van de familie Hammoud is sinds een paar weken in rouw gedompeld. Ze hadden drie kinderen, vertelt vader Najib (30), maar dat zijn er nu twee. De jongste zoontjes waren op een namiddag buiten op straat. Ze vonden een onontplofte granaat of ander explosief, en begonnen ermee te spelen. ‘Toen ik hem tegen een muurtje aan smeet, gebeurde er niks’, zegt de 10-jarige Ahmad met een hoge en afgeknepen stem. ‘Maar toen mijn broertje dat deed, ontplofte dat ding.’

Ahmad liep een vleeswond op aan zijn linkerkuit. Hij sleept zich op zijn billen door het huis. ‘Mijn benen’, prevelt hij, ‘mijn benen.’ Zijn ranke lijf zit vol pijnstillers. Omdat het gezin vervoer noch geld heeft, verschonen ze zijn met jodium bevlekte verband zelf. Zijn 4-jarige zusje brengt hem kopjes water.

Het is niet de eerste keer dat er in het dorp doden vallen bij een dergelijk ongeluk. Vraag je de vader des huizes of hij zijn kinderen gewaarschuwd had, dan knikt hij. De in een nikab gehulde moeder Medyan (37) beaamt dat. Maar kleine Ahmad zegt iets heel anders. ‘Niemand heeft het ooit tegen me gezegd.’ Schaamt hij zich omdat hij niet geluisterd heeft? Wie de waarheid spreekt, ouder of kind, maakt wellicht weinig uit. In een door oorlog en trauma getekend land als Syrië is het de vraag of waarschuwingen werkelijk tot kinderen doordringen.

Verderop in de provincie, nabij de stad Ariha, zijn ook de Witte Helmen uitgerukt om explosieven op te ruimen. Onder Syriërs behoeven de Witte Helmen geen introductie – iedereen kent ze. In de Assad-dictatuur vestigden ze hun naam door met doodsverachting gewonden te redden uit de puinhopen van gebombardeerde huizen. Het leverde hun een Netflix-documentaire op en een nominatie, in 2016, voor de Nobelprijs voor de Vrede. Terwijl ze onder het vorige bewind nog diametraal tegenover de macht stonden, zijn hun relaties met de regering-Sharaa heel nauw. Per 1 januari gaan ze op in de nieuwe regering.

Een deel van de Witte Helmen is geschoold in het onschadelijk maken van explosieven. ‘We hebben een telefoontje gekregen van een herder’, zegt teamleider Ali Barhoum (35) vanachter het stuur van zijn Mitsubishi-busje. ‘Hij heeft een Russische clustergranaat gevonden. Zo’n granaat krijgt bij ons prioriteit. Ze hebben een gekke vorm, waardoor burgers ze zomaar oppakken.’ Om die reden doen de Witte Helmen al jaren aan voorlichting. Ze gaan langs op scholen en bij dagloners die het veld in gaan tijdens het oogstseizoen. ‘Scholieren reageren vaak geschokt als ze horen over de gevaren. Ze hebben niet door dat er doden bij vallen en zijn geneigd de risico’s weg te lachen.’

Barhoum en zijn collega’s stappen uit op een winderig veldje vol schapenkeutels. Ze doen helmen op en beschermende brillen. Er worden twee teams gemaakt. Het eerste is een ‘technisch team’ dat het gebied rond de granaat afsluit voor eventuele voorbijgangers. Rode verf betekent: niet betreden. Het is een riskante klus, zeggen de Witte Helmen. Een jaar geleden raakte een van hen gewond, toen er op een veldje niet een maar twee granaten bleken te liggen. Afgelopen zomer, tijdens grote bosbranden aan de Syrische westkust, liep het blussen grote vertraging op omdat het gebied vol lag met landmijnen.

Een van de nieuwste leden van de Witte Helmen is Malak Qassas, een 33-jarige oorlogsweduwe. Omdat haar stage nog bezig is, draagt ze als enige geen stevige schoenen maar witte pumps. Ze observeert, en hoeft niet mee te doen. Haar moeder was er aanvankelijk fel op tegen dat ze dit werk zou gaan doen. ‘Ze vond het gevaarlijk. Ze zei: hoe kun je dat nou doen? Toen heb ik gezegd: het is God die beslist over leven en dood, niet wij.’ Naast haar begint collega Jalal Bakir (42) te knikken. ‘We volgen de protocollen, maar vertrouwen op God.’

Het tweede team heeft in de tussentijd alles klaargelegd voor een gecontroleerde explosie. Een beetje lont, katoen, diesel en een vuurtje – meer is er niet nodig om het ding onschadelijk te maken. Iedereen kiest positie, honderden meters verderop, zodat er niets kan misgaan. Boem. Weer een erfenis van de oorlog opgeruimd.

Terug op zijn kantoor tuurt teamleider Barhoum op een iPad. Er is een nieuwe melding binnengekomen van een gevaarlijk projectiel. ‘Ik heb de vinder om foto’s gevraagd.’ In het huidige tempo, schat hij, gaat het zeker vijftig jaar duren voor alle troep is opgeruimd, en dat is nog optimistisch gerekend. Bij de andere organisatie, Halo Trust, gaat men uit van ruwweg tweehonderd jaar.

Het is ook een geldkwestie. De Syrische regering heeft een failliet land geërfd en ontbeert de middelen om op grote schaal werk te maken van ontmijning. Halo leunt op financiering uit het Westen, maar dat model staat in het tijdperk-Trump op de tocht. Ontwikkelingsorganisaties over de hele wereld moeten bezuinigen. Lanevik, het Zweedse afdelingshoofd, zegt dat de meeste contracten tot eind dit jaar lopen. ‘Komt er voor die tijd geen nieuw geld binnen, dan zullen we fors moeten afschalen.’

Terug naar het veld waar de Halo-teamleden de mortiergranaat hebben opgeruimd. Terwijl ze zich opmaken om te vertrekken, komen er twee mannen aangereden op een motor. De 58-jarige Khalid Mohammed al-Khalid, op slippers en met een kalasjnikov om de schouder, is een boer uit het dichtstbijzijnde dorp. Op zijn akker heeft hij een onontplofte drone-raket gevonden. ‘Dat was tien dagen geleden. Ik heb Halo gebeld en kreeg te horen dat ze een dag later zouden komen.’

De boer is woest. Er is niemand komen opdagen, ook al is het gevaar volgens hem acuut. ‘Ik heb arbeiders die me helpen. Er rennen daar kinderen rond. Het is levensgevaarlijk.’ Omzichtig probeert een Halo-medewerker de zaak te sussen. Zodra de organisatie er de tijd voor heeft, zegt hij, zullen ze de raket komen opruimen.

Mopperend vertrekt de boer weer. Er zijn vaker strubbelingen, legt Ibrahim Salibi (30) uit namens het ontruimingsteam. ‘We staan onder grote druk van de gemeenschap. Heel begrijpelijk dat mensen boos worden.’ Hij en zijn collega’s houden de moed erin. Een andere keus hebben ze niet. Pas als de laatste granaat is opgeruimd, is de oorlog echt voorbij.

In verwoest Aleppo sterft langzaam de hoop

Syrië bouwt aan een nieuwe toekomst sinds dictator Bashar al-Assad is verdreven. De verkiezingen van deze week zijn daarin een volgende stap. Hoe verloopt de wederopbouw na de jarenlange burgeroorlog?

Nu de dictator verjaagd is en Syrië bevrijd, keert Akram terug naar huis

Na een halve eeuw dictatuur en bijna veertien jaar oorlog werd Syrië in december bevrijd. De Volkskrant volgt Akram en zijn moeder Mariam op hun reis naar het thuis dat ze aan het begin van de oorlog moesten ontvluchten. ‘We moeten leren ons weer mens te voelen. Assad heeft onze zielen verbrijzeld.’

Rond Calais maken meer migrantenbootjes dan ooit de oversteek

Een van de beloften van de Brexit was: minder migratie. Maar doordat het Verenigd Koninkrijk nu buiten het Europese asielsysteem valt, is het land aantrekkelijker dan ooit geworden. In Noord-Frankrijk is dat goed te zien.

Source: Volkskrant

Previous

Next