Home

‘Familie kwam symbool te staan voor ruzie en stress, dus zocht ik mijn toevlucht bij vrienden’

Wat zijn dit voor vragen? Naar aanleiding van zijn boek Het blijft toch je familie? zes dilemma’s voor schrijver Haroon Ali (42). ‘Een familiebreuk is een open wond, en ik hoop dat dit boek een pleister kan zijn.’

‘Familie is een tirannie geregeerd door het zwakste lid’ of ‘familie is een heilige bloedband’?

‘Dit is meteen een lastige, maar ik kies toch voor het tirannie-citaat. Dat wordt toegeschreven aan de Ierse toneelschrijver George Bernard Shaw en gaat over dat elke schakel in een familie van invloed is op de rest. Als één iemand bijvoorbeeld met een depressie kampt, of niets van zijn leven weet te maken, leidt de rest daar ook onder. Tegelijkertijd wordt familie vaak gezien als een heilige bloedband: wat er ook gebeurt, je mag elkaar nooit in de steek laten. Hoe erg een familielid ook over je grenzen gaat.

‘In Het blijft toch je familie? onderzoek ik aan de hand van verhalen van ervaringsdeskundigen en andere experts wat het betekent om te breken met een familielid. Ik probeer daarin weg te blijven van een oordeel over of dat goed of slecht is, of wat daar goede of foute redenen voor zijn. Feit is dat het veel gebeurt: verschillende onderzoeken laten uiteenlopende cijfers zien, maar zelfs bij een voorzichtige schatting kunnen we ervan uitgaan dat zeker honderdduizenden mensen in Nederland te maken hebben gehad met een familiebreuk. Dat zijn situaties die verschillen van heel af en toe een appje tot helemaal geen contact.

‘Er is in de samenleving veel onbegrip rondom familiebreuken. Bij seksueel misbruik of mishandeling kunnen mensen nog wel begrijpen dat je de dader niet meer wilt zien. Maar vaak gaat het ook over psychologische oorlogsvoering, kleineren of intimideren, waardoor je eigenwaarde wordt verpulverd en je niet in staat bent normale relaties aan te gaan. Dat is veel ongrijpbaarder dan klappen krijgen, maar ook dan kan het helend zijn om te breken met een familielid.’

Eigen familie of gekozen familie?

‘Helaas komt het erop neer dat mijn gekozen familie belangrijker is. Ik kom uit een behoorlijk versplinterd gezin. Mijn vader is Pakistaans, mijn moeder Nederlands. Ik groeide op in Nederland, maar ik kreeg een islamitische opvoeding. Dat ging een tijdje goed, maar toen mijn vier jaar jongere zus en ik in de puberteit kwamen, en zij bijvoorbeeld strakke kleding wilde dragen, ontstond er een clash tussen het Pakistaanse huishouden dat mijn vader graag wilde en de vrije westerse samenleving daarbuiten.

‘Ik voelde me thuis altijd een beetje een diplomaat: iedereen had ruzie met elkaar en ik moest dan maar kalm en rustig blijven omdat niemand anders dat was. Mijn ouders gingen op mijn 20ste uit elkaar. Ik wist al sinds mijn 10de dat ik op jongens viel, maar ik heb lang gewacht om dat te vertellen, omdat er altijd gedoe was thuis. En ik wist dat mijn vader er niet blij mee zou zijn.

‘Een paar maanden na de scheiding ging ik een half jaar in Canada studeren. Bij terugkomst kwam ik uit de kast met een lange brief. Die had ik bij allebei mijn ouders onder het kussen gelegd en toen ge-sms’t: kijk onder je kussen. Mijn moeder kon het vrij snel accepteren en het was ook geen verrassing voor haar. Mijn vader heeft altijd moeite gehouden met mijn seksuele voorkeur en dat ik van de islam was afgestapt.

‘In mijn eerste boek Half probeer ik in het reine te komen met mijn Pakistaanse achtergrond en vraag ik me af wat ik moet met die islamitische bagage. Het was een poging mijn vader beter te begrijpen, maar hij wilde het boek niet lezen. Dat heeft onze relatie geen goed gedaan en we spreken elkaar al jaren niet meer.

‘Familie kwam symbool te staan voor ruzie en stress, dus zocht ik mijn toevlucht bij vrienden. Dat zie je bij meer queer mensen, die soms worden verstoten door hun familie om hun seksualiteit of genderidentiteit, vooral in streng religieuze gemeenschappen.

‘Ik kan soms te veeleisend zijn naar de mensen die ik liefheb. Mijn jeugd heeft toch geresulteerd in een mate van verlatingsangst. Ik vertrouw mensen niet snel en ga vaak uit van het slechtste scenario. Als ik een tijdje niets van iemand heb gehoord, ga ik al snel denken dat iemand me niet meer aardig vindt. Ik loop altijd rond met een brede glimlach, maar ik ben een vrij gespannen mens.

‘Ik heb wel zelfvertrouwen nu, maar dat is vooral gekoppeld aan werk. Eigenlijk ben ik een klassieke workaholic, die zijn eigenwaarde ontleent aan zijn prestaties. ‘Niet genoeg liefde vanuit thuis meegekregen’, zal elke psycholoog zeggen.’

Journalist of schrijver?

‘Ik ben begonnen als journalist en ik ben er inmiddels heilig van overtuigd dat objectieve journalistiek niet bestaat, omdat ieders blik is gekleurd door ervaringen en vooroordelen. Ik heb me de afgelopen jaren stevig uitgesproken tegen de genocide in Gaza en voor lhbti-rechten. Ideologische tegenstanders willen je dan graag wegzetten als activistisch, want dan hoeven ze je minder serieus te nemen als journalist.

‘Ik kies nu voor schrijver omdat ik vooral columns, essays en boeken schrijf. Maar de beste term is – en ik kots hier zelf ook van – verhalenverteller. Dat is in de kern wat ik doe: ik deel mijn eigen verhaal of verhalen van anderen. En onderzoek zo hoe mensen denken en leven en waarom we de dingen doen die we doen. Ik ben nu ook voorzichtig begonnen met fictieverhalen en ik zou heel graag ooit een roman schrijven.’

Hond of partner?

‘Ik zal mijn hond niet mijn kind noemen, maar ik werk veel thuis en mijn hele dagritme draait om de hond. Onlangs had hij een hap crackpoep genomen en was hij helemaal aan het trippen aan het infuus bij de dierenarts. Dan sla ik doodsangsten uit. Ik zou ontroostbaar zijn als hij er niet meer zou zijn. Maar ja, mijn partner met wie ik nu dertien jaar ben, is de liefde van mijn leven en die gaat dit lezen, dus ik zeg toch mijn partner.

‘We hebben als stel veel gesprekken gehad over kinderen, en hier ook samen met lesbische kennissen over gesproken, of we op die manier onze kinderwens konden verwezenlijken. Dat kwam er allemaal niet van, maar ik merkte dat ik heel erg de behoefte had om voor iets of iemand te zorgen. Als verrassing kreeg ik op mijn 40ste verjaardag van mijn partner en mijn beste vriendin een puppy. Daar kan ik nu al mijn vaderlijke gevoelens op botvieren.

‘Ik heb veel bevestiging en liefde nodig van mijn omgeving maar ik heb ook heel veel te geven. Ik denk eigenlijk dat ik ook heel zorgzaam ben, en een goede vriend, hoop ik. Ik ben sociaal, en vind het leuk om mensen om me heen te hebben.

Met een hoog stemmetje: ‘Echt een mensenmens.’

‘Nee, ik ben ook gewoon een cynische lul en ik vind mezelf vermoeiend en ik cringe aan de lopende band van mezelf en soms hoor ik mezelf praten en denk ik: jezus, zeik niet zo.’

Therapie of familieopstelling?

‘Familieopstellingen zijn momenteel erg populair, maar vooral systeem- en familietherapeuten zijn er kritisch op. Tijdens een familieopstelling wordt acteurs gevraagd om familieleden te spelen. Het is dus een soort toneelstukje gebaseerd op jouw eigen visie op een familieconflict. Dat is natuurlijk een beetje vertekenend, want die familieleden zijn er niet en kunnen die visie niet tegenspreken.

‘Ik heb een paar jaar individuele therapie gehad en eigenlijk geldt daar hetzelfde. Familietherapeuten proberen juist zo veel mogelijk leden van een gezin bij elkaar te krijgen zodat ze met elkaar gaan praten. Dan kun je alsnog een familieopstelling doen, maar is er ook de mogelijkheid om de verschillende visies op een conflict te vergelijken.

‘Ik zou dus kiezen voor familietherapie, omdat de erkenning die je van de ander krijgt voor de pijn of het verdriet dat jou is aangedaan, essentieel is voor het herstel van een band.’

Nooit meer contact of ooit weer contact?

‘Mijn hoop is ooit weer contact. Ik ben iemand die graag vooruit wil kijken, maar ik heb te maken met familieleden die graag achteruit blijven kijken. Ik heb het gevoel dat veel van mijn boosheid weg is, maar die boosheid zit er nog wel bij de anderen. Dat maakt het moeilijk.

‘In het voorjaar overleed mijn schoonmoeder, en dat leidde tot een hereniging van mijn partner en zijn broer. Ondanks, of misschien wel omdat, het heel verdrietig was, viel ook ineens de pijn en de wrok tussen hen weg, en zijn ze heel erg lief voor elkaar geweest in het rouwproces om hun moeder. Dat gaf mij hoop, omdat ik zag: er kunnen dingen gebeuren in het leven waardoor alle shit die zo’n breuk kan veroorzaken in één keer wegvalt.

‘Een familiebreuk is een open wond, en ik hoop dat dit boek een pleister kan zijn. Dat lezers er iets in herkennen, of hun eigen situatie er weer iets beter door begrijpen. En eigenlijk hoop ik ook dat sommige mensen het lezen en denken: o, bij mij valt het eigenlijk wel mee. Ik heb best wel lieve, leuke ouders en mijn broer of zus is mijn beste vriend, en dat is eigenlijk best bijzonder.’

Haroon Ali: Het blijft toch je familie? Eerste hulp bij gezinsbreuken. De Bezige Bij; 176 pagina’s; € 19,99.

Haroon Ali

1983 Geboren in Alkmaar
2007–2009 Master journalistiek & media (Universiteit van Amsterdam)
2009–2010 Junior redacteur Beau Monde
2010–2012 Cultuurredacteur de Volkskrant
2012–2013 Hoofdredacteur Vice Nederland
2013–heden Freelancejournalist
2020 Eerste boek, Half
2020–heden Wekelijkse column Noordhollands Dagblad
2022 Tv-documentaire Het M-woord, wint De Tegel
2023 Boek Spectrum – De regenbooggemeenschap in de 21ste eeuw
2025 Boek Het blijft toch je familie? Eerste hulp bij gezinsbreuken

Haroon Ali woont in Amsterdam met zijn partner en hond.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next