De dreiging van oorlog tussen Israël en Hezbollah is even uit de lucht na een gesprek tussen Israëlische en Libanese diplomaten. Maar de ontwapening van Hezbollah, die Israël eist, is voor de Libanese regering praktisch onmogelijk.
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.
Voor het eerst in ruim veertig jaar tijd hebben civiele vertegenwoordigers van Libanon en Israël met elkaar gesproken. De twee buurlanden hebben formeel geen diplomatieke banden, en dus is de ontmoeting van woensdagochtend opmerkelijk. Aan Libanese kant hoopt de regering dat de ontmoeting kan leiden tot een vermindering van de militaire spanningen, terwijl Israël een stap verder gaat en mikt op een 24-karaats vredesakkoord.
De ontmoeting tussen de twee zorgvuldig geselecteerde diplomaten, Simon Karam en Uri Resnick, vond plaats in het hoofdkwartier van VN-vredesmacht Unifil in het Zuid-Libanese kustplaatsje Naqoura, luttele minuten van de grens met Israël. Karam is oud-ambassadeur voor Libanon in de Verenigde Staten, terwijl Resnick lid is van Israëls nationale veiligheidsraad. Foto’s zijn er niet vrijgegeven, daarvoor zijn de gevoeligheden veel te groot. Onduidelijk is ook of de mannen direct (lees: in dezelfde ruimte) spraken of indirect, via tussenpersonen.
Het gaat om een initiatief van de Amerikanen die zelf hun Libanon-gezant Morgan Ortagus afvaardigden. Sinds weken hangt er angst in de lucht voor een nieuwe ronde gevechten tussen Israël en de militante beweging Hezbollah – een scenario waar vrijwel niemand op zit te wachten. Diplomaten in het Midden-Oosten draaien daarom overuren. Weliswaar geldt er sinds een jaar een staakt-het-vuren, maar dat is na zo’n 1.200 schendingen van Israël een dode letter geworden.
Het duo Amerika-Israël hamert voortdurend op hetzelfde aambeeld: de Libanese autoriteiten moeten meer haast maken met de ontwapening van Hezbollah (zoals afgesproken in de tekst van het bestand). De groepering zou zelfs bezig zijn zich te herbewapenen, onder meer via buurland Syrië. Als Hezbollah niet ontwapend is ‘voor het einde van het jaar’, zo dreigde minister Israel Katz (Defensie) een week geleden, zal Israël opnieuw ‘met kracht interveniëren’.
Dat laatste dreigement was min of meer voor de bühne, aangezien alle betrokkenen dondersgoed weten dat Libanon die deadline niet gaat halen. Hezbollah heeft een geschat wapenarsenaal van tienduizenden raketten, en is als politieke beweging geworteld in de Libanese maatschappij. Een gedwongen ontwapening zou uitmonden in een burgeroorlog. Wel versterkten de dreigementen de indruk dat Tel Aviv op zoek was naar een reden om de bombardementen (die feitelijk nooit gestopt zijn) fors uit te breiden.
Dankzij de dialoog van deze week (die eind december een vervolg krijgt) is de dreiging van oorlog uit de lucht, althans voorlopig. Tijdens de ontmoeting zou er gesproken zijn over ‘economische samenwerking’, bijvoorbeeld in de vorm van een door Amerika bedachte ‘Trump economic zone’ in zuidelijk Libanon, volledig vrij van de wapens van Hezbollah.
Toch blijven er grote vraagtekens. Dat begint al bij de vraag hoeveel gewicht de ontmoeting van woensdag moet krijgen. Was dit een voorzichtig, verkennend gesprek, zoals Libanons regering het ziet, of een enorm symbolische stap, zoals Israël het probeert te verkopen? Een woordvoerder van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu had het jubelend over een ‘historische ontwikkeling’, als gevolg van Israëls pogingen de machtsverhoudingen in het hele Midden-Oosten 180 graden te kantelen. ‘Er liggen unieke kansen om vrede te bewerkstelligen met onze buren.’
Als het aan Israël ligt, gaat Libanon toetreden tot de zogeheten Abraham-akkoorden, een reeks vredesakkoorden (2020) met Israël die eerder door onder meer Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten werden ondertekend. Ook Kazachstan trad onlangs toe, en de Amerikaanse president Donald Trump zou maar wat graag een reeks Arabische landen zien volgen.
Maar zover is het nog lang niet. Voor een deel van de Libanese bevolking is ‘normalisatie’ van de betrekkingen vloeken in de kerk, zeker na twee jaar van bijna non-stop Israëlische bombardementen op het zuiden en de oostelijke Bekaavallei. In een peiling van de Libanese krant An-Nahar, eerder dit jaar, zei driekwart van de respondenten Israël te zien als vijand nummer één. Tegelijkertijd groeit bij veel groepen (christenen, soennieten) het gevoel dat het tijd is voor vrede, ook als een manier om Hezbollah definitief de pas af te snijden.
De regering durft het niet aan. ‘Dit zijn geen vredesbesprekingen’, haastte premier Nawaf Salam zich woensdag te zeggen. Wel hoopt zijn kabinet te bewerkstelligen dat het Israëlische leger zich terugtrekt uit één of meer van de vijf bezette punten in Zuid-Libanon. Zo’n stap zou Hezbollah de wind uit de zeilen nemen, is de hoop, en binnenlands meer draagvlak creëren voor de regering.
Salam weet echter ook dat de nieuwe dialoog geen gesprek is tussen gelijken. Israël is in alle opzichten de bovenliggende partij: militair, strategisch en diplomatiek. Het kan op normalisatie aansturen, of op harde veiligheidseisen, en in beide gevallen zal het voor Beiroet niet meevallen nee te zeggen. Het is slikken of stikken. Of, in de woorden van een Libanese krant: ‘Normalisatie of oorlog.’
In 1983, toen er voor het laatst kortstondig een Libanees-Israëlisch akkoord lag voor vrede, waren er machtige spelers (Syrië voorop) die een spaak tussen de wielen staken. ‘Nu is dat anders. Libanon is geïsoleerd’, concludeert Michael Young, een Libanese analist verbonden aan denktank Carnegie Middle East Center. ‘Israël heeft de Amerikanen achter zich. En de meeste van Libanons bondgenoten staan beduidend dichter bij de VS dan bij felle tegenstanders zoals Iran.’
Hoe dominant Israël is, bleek donderdag opnieuw, toen het leger vier dorpen (Hezbollah-munitiedepots, naar eigen zeggen) in Zuid-Libanon bombardeerde. De boodschap was zonneklaar: deze oorlog is niet voorbij. Met ons valt te praten, maar uitsluitend op onze voorwaarden.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant