In Parijs is een tentoonstelling te zien over vijfduizend jaar draken in de Aziatische kunst en cultuur. In Azië symboliseert het fabeldier de levensweg van de mens en de verhouding van mensen met de natuur – heel anders dan de gevaarlijke westerse draak.
schrijft voor de Volkskrant over kunst, cultuur en moderne mores.
De draak had makkelijk kunnen winnen. Maar hij deed het niet. Toen de Jadekeizer, een godheid in het taoïsme, een wedstrijd aankondigde voor alle dieren, beloofde hij volgens de legende dat de twaalf snelste dieren in de Chinese dierenriem zouden worden geplaatst. De draak wist dat het een makkie was. Competitie met een os, een tijger, een slang, een paard? Van al die dieren had hij de beste eigenschappen, zo had de filosoof Wang Fu al in de 2de eeuw na Christus opgeschreven: ‘een nek als een slang, poten als een tijger, oren als een os’. Natuurlijk kon de draak winnen.
Maar tijdens de wedstrijd zag hij dat boeren leden onder droogte en besloot hij regenwolken te creëren met zijn adem; in tegenstelling tot westerse draken spuwt de Chinese draak geen vuur, maar mist. Door die liefdadige actie werd hij slechts vijfde. Daarom vindt op de vijfde dag van de vijfde maand van de Chinese kalender jaarlijks nog altijd het beroemde Drakenbootfestival plaats. De mooiste drakenvormige roeiboten strijden dan met elkaar in een traditie die zeker tweeduizend jaar oud is. En om de twaalf jaar, als het een jaar van de draak is, ziet China steevast een piek in het geboortecijfer, want een drakenkind brengt geluk.
De legende van de Jadekeizer stamt uit de periode tussen de 7de en 10de eeuw na Christus. Toen was de draak al bejaard in de Chinese cultuur: de eerste tekeningen van draken, in rode steen, werden gemaakt rond het 5de millennium voor Christus. De eerste beeldjes van draken, pas in 1987 opgegraven in het noorden van China, stammen uit de Hongshancultuur – in de Chinese geschiedenis zijn culturen en dynastieën vaak de beste tijdsaanduiding, omdat ‘voor en na Christus’ een nogal westerse manier van meten is. Hongshan, dat betekent tussen 4700 en 2900 voor Christus.
De weldadige tentoonstelling Dragons (Draken) in Musée du Quai Branly in Parijs gaat van start met zo’n piepklein beeldje. Het is een opgerold minidraakje met een varkenssnuit, gemaakt van lichtgroene jade. Het komt uit het Paleismuseum in Taipei, dat samenwerkte met Quai Branly om dit overzicht te maken van vijfduizend jaar draken in de Chinese cultuur.
Het Musée du Quai Branly, dat langs de Seine ligt nabij de Eiffeltoren en waar je via een mooie hortus binnentreedt, heeft een reputatie opgebouwd van tentoonstellingen waarin degelijke context en geschiedenis wordt gecombineerd met verrassende onderwerpen, zoals zombiecultuur, dodenoffers van papier of wapens in Oceanië. De drakententoonstelling is zo’n tentoonstelling, interessant voor wie ingevoerd is of niet. Een expositie over mythische wezens en legenden, over vakmanschap in kalligrafie, steen en brons. En over de cultuurgeschiedenis van de Chinezen, voor wie dit fictieve dier het alledaagse leven bepaalt.
Ook daarin verschilt deze draak van de westerse versie: de Chinese draak is een beschermer. Heerser van de elementen, brenger van regen, geluk, voorspoed, wijsheid, macht en kracht. Daarmee is de Chinese draak niet te vergelijken met welk fenomeen in de Europese cultuur dan ook, want dit gaat verder dan mythe en folklore. Deze draak begeleidt álle mensen.
En, een beetje zoals bij de vele katholieke heiligen op de roomse kalender, is er in de Chinese cultuur voor elk probleem wel een andere draak aan te roepen. De witte draak is er voor rouw, de rode voor geluk (en is dus een vaste aanwezige op bruiloften en nieuwjaar), de blauwe voor regen en wind in de landbouw, en de gele draak, de edelste, beheerst niet alleen de seizoenen, maar staat ook symbool voor de keizer.
Sterker nog, hij staat gelijk aan de keizer. Keizer Liu Bang, grondlegger van de Han-dynastie (206 v.Chr. - 220 n.Chr.), kwam als eerste met de claim dat hij was verwekt door een draak; zijn moeder zou in een droom onbevlekt ontvangen zijn. Later, in de 12de eeuw (Yuan-dynastie), werd vanuit het hof verordonneerd dat de keizer en de draak één waren. Afbeeldingen van de gele draak, met vijf klauwen en twee hoorns, waren vanaf toen strikt verboden voor anderen. Ze behoorden alleen de keizer toe.
Overal in de tentoonstelling is die keizerlijke symboliek te vinden. Op een drinkvaas van jade uit de Han-dynastie, van rond het begin van onze jaartelling, staan een sierlijk kronkelende draak en een feniks in reliëf verbeeld: de keizer als draak, de keizerin als feniks, op een sokkel van golven, alsof ze uit de zee opduiken. In gouddraad doemt een vijfpotige keizersdraak op uit elegante borduursels, omringd door vlammen en bloemen. De beeldtaal maakt duidelijk dat de keizer een hemels mandaat had: hij was zowel religieus leider als heerser van het volk en het leger. Op een zware keizersmantel, type kazuifel uit de katholieke kerk, staat een grote gele draak geborduurd met gouddraad.
Wie wil zien hoe nauw de draak is verweven in de Chinese keizerlijke beeldtaal, moet vooral eens zoeken naar beelden van de drakentroon in de Verboden Stad in Beijing, het keizerscomplex waar tussen de 15de en de 20ste eeuw 24 keizers zetelden. In de hal van de troon zijn 12.600 draken verbeeld: geschilderd, uit marmer gehouwen of uit hout gesneden. Dertien draken krullen in bladgoud om de keizer heen op zijn zetel, tegen een achtergrond van uit hout gesneden draken in gouden panelen.
In Parijs zijn van verschillende keizers die daar huisden verfijnd geschilderde portretten op papier te zien, ook met bladgoud bewerkt. Op een adembenemende, meterslange kalligrafische tekening uit de 13de eeuw kronkelen negen ‘zonen van de draak’, negen felle en krachtige wezens, uit de wolken. Het werk is een absoluut toppunt van kalligrafische kunst, en uniek omdat het zo oud en goed bewaard is. Het bevindt zich in het Boston Museum en is helaas te kwetsbaar om in z’n volle 15 meter in Parijs te tonen. Maar een film in de tentoonstelling toont het kunstwerk in detail. Eromheen liggen sierlijke kalligrafische tekeningen van later datum.
Voor iemand die niet is opgegroeid in deze cultuur is het een stap om een mythisch wezen te zien als zo’n vanzelfsprekende waarde, speels en alomtegenwoordig in het handelen en de verbeelding van een volk. Niet alleen zijn westerse draken doorgaans kwaadaardig (reden voor de Chinese regering om in 2024 af te zien van de draak als symbool van de Olympische Spelen, ze wilde negatieve associaties vermijden), je moet ook voorbij de wereld van films, games, kinderboeken en volksverhalen kijken om er inzicht in te krijgen.
De Chinese draak is een veranderlijk en veelzijdig wezen, dat piepklein of reusachtig kan zijn, dat woont in zee of in de wolken, dat altijd kan transformeren en dat juist daardoor zijn invloed uitstrekt tot de belangrijkste én de meest alledaagse handelingen.
Zo soepel is de aard van de draak dat hij zich manifesteert in de drie grote religies uit China: taoïsme, confucianisme en boeddhisme. In elk van de drie levensleren heeft hij een rol, steeds net een beetje anders. Lao Tse, de grondlegger van het taoïsme, heeft volgens de overlevering Confucius nog ontmoet. Beide filosofen leefden in de 6de eeuw voor Christus en zijn bepalend geworden voor de Chinese cultuur. Lao Tse adviseerde de iets jongere Confucius om zich te ontdoen van verlangen en overmoed, en ijdelheid en zelfbedrog. Confucius zou later over Lao Tse hebben gezegd: ‘Ik weet dat vogels vliegen, vissen zwemmen en wilde dieren rennen. Om ze te vangen heb je pijlen nodig, en hengels en netten. Maar ik had geen idee van de draak, vliegend op de wind en de wolken, zwevend in de hemel – tot ik Lao Tse ontmoette.’
Voor Lao Tse en zijn volgers is die transformatieve waarde van de draak het belangrijkste. Taoïsme streeft naar harmonie tussen mens, hemel en natuur, en de draak vult daarin een overbruggende rol. De draak wordt beschouwd als de figuur die verandering veroorzaakt en staat symbool voor de kernwaarden van het taoïsme, zoals compassie en innerlijke rust.
Die harmonie is verbeeld op een grote, fijnmazige tekening in de tentoonstelling, waarop acht figuren uit het taoïstische pantheon staan, ‘de onsterfelijken’. Links in de lucht komt een goudbekroonde, kleurrijk uitgedoste onsterfelijke aanvliegen op een groene draak met brede klauwen, hoorns en een gekartelde ruggenwervel. Vleugels heeft de draak niet, die komen – weer een contrast met de draak in het Westen – nauwelijks voor in Chinese verbeeldingen.
Voor Confucius lag de waarde van de draak net anders. Zijn filosofisch motto ‘heers door deugd’ schreef voor dat de moraal altijd leidend moet zijn. De draak is daarmee ook een dominanter wezen. Hij representeert kracht, doortastendheid, waardigheid, eer en integriteit. Een beetje vergelijkbaar misschien met de deugden van een ridder in de middeleeuwen, die ook werd geacht eer en moraal te combineren met fysieke kracht en strijdvaardigheid. Die machtige versie van de draak zie je in de keizerlijke kunstwerken goed terug.
In het boeddhisme, dat rond de christelijke jaartelling vanuit India naar China kwam, ligt het accent op verlichting en onthechting. Daarin staat de draak symbool voor reflectie voor de gelovige. De uitdrukking ‘de draak ontmoeten in de grot’ komt bijvoorbeeld hieruit voort, een metafoor voor het onder ogen komen van je eigen angsten en obstakels.
Op een 17de-eeuwse zwart-wittekening zitten zeven boeddhistische monniken onder de gedetailleerde bladeren van een hoge boom. Een van hen giet iets uit een fles, een rookpluim waaruit als de geest in de fles een hagedisachtige draak ontspringt.
Gaandeweg in de tentoonstelling wordt er nog iets duidelijk, namelijk hoe gewend de westerse museumbezoeker is aan bepaalde materialen. Wij zien de westerse geschiedenis doorgaans in olieverf, marmer of hout. De Griekse mythen, de Bijbel, de veldslagen, de hele iconografie van de westerse moraal – gedenk te sterven! – komt in musea in die materialen tot ons. Hoe vertrouwd je oog daarmee is, merk je pas op als je, zoals hier in Parijs, de verbeelding van een volk ziet in heel andere materialen: jade, kalligrafie, porselein en brons. Het is genieten van al deze verhalen, die ontstaan zijn door kunde en verbeelding in andere vormen. Jade en kalligrafie waren de belangrijkste, ze behoorden tot de taal van het keizerlijk hof, en het is dus is het niet meer dan begrijpelijk dat we de draak daarin terugvinden. Nog een reden die deze tentoonstelling de omweg waard maakt.
Dragons, t/m 1/3, Musée du Quai Branly - Jacques Chirac, Parijs.
Wie dichter bij huis Chinese draken wil zien, kan naar de porseleintentoonstelling Dragons & Demons in het Groninger Museum, t/m 21/6.
Hoe de goedaardige Aziatische draak de westerse popcultuur insloop:
• The Neverending Story, boek van Michael Ende uit 1979. Verfilmd door Wolfgang Petersen in 1984: ‘Never give up, and good luck will find you’, de uitspraak van de hondachtige draak Falkor inspireerde miljoenen in de deugd van doorzettingsvermogen.
• How to Train Your Dragon (Hoe tem je een draak), boek van Cressida Cowell uit 2003. Verfilmd als animatiefilm door Chris Sanders en Dean DeBlois in 2010 en als liveactionfilm door Dean DeBlois in 2025. De tandeloze draak Toothless (Tandloos) wordt vriend van de jonge Viking Hiccup (Hikkie) als die hem niet durft te doden.
• Mulan, Disneyfilm door Chris Sanders uit 1998. Ook een liveactionremake door Niki Caro uit 2020. Gebaseerd op de Chinese legende De ballade van Mulan. De kleine draak Mushu is Mulans beschermer, adviseur en een typische Disney-sidekick van de hoofdpersoon.
• Raya and the Last Dragon, Disneyfilm door Don Hall en Carlos Lopéz Estrada uit 2021. Rapper-actrice Akwafina vertolkt de stem van de dappere, grappige draak Sisu, die prinses Raya helpt om de oude draken en het leven terug te brengen in het land Kumandru. Geïnspireerd door Chinese volksverhalen.
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant