is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.
Hoever zijn we nog verwijderd van een door AI mogelijk gemaakte hel? Het ongemakkelijke AI Love laat het goed zien.
Bij elke aflevering van de geweldige Apple TV-serie Pluribus dringt zich de gedachte op hoever we zelf eigenlijk nog verwijderd zijn van de hel. In de serie worden vrijwel alle mensen kortgezegd ineens hetzelfde: ze delen hetzelfde brein en zijn met miljarden één grote alwetende (een soort ChatGPT, zo u wilt).
Van het handjevol mensen dat niet vatbaar lijkt voor dat ‘één is allen, allen is één’-virus is alleen de cynische schrijver Carol (de geweldige Rhea Seehorn) sceptisch: ‘We hebben allemaal deze film gezien en we weten hoe het afloopt.’
Toen ik laatst op een feestje iemand sprak die inmiddels vrijwel zijn hele leven had uitbesteed aan ‘Chat’ (tot verjaardagen, tatoeage-ideeën en vakanties aan toe!), dacht ik: ja, voor sommigen zou Pluribus misschien wel een hartstikke praktisch Utopia zijn, met ondergetekende als cynische schrijver die wanhopig blijft vastklampen aan het oude.
De worsteling met de AIpocalyps wordt nog veel tastbaarder door de aanvang van de tweede reeks van Human-serie AI Love. In dat programma zagen we vorig jaar al het verhaal van Jacob, die getrouwd is met zijn AI-vriendin.
Jacob maakt in de tweede reeks opnieuw zijn opwachting en geeft inmiddels gastcolleges aan zorgstudenten over de manier waarop AI enorm kan helpen bij bijvoorbeeld eenzaamheid en mensen met autisme. Zelf had hij het geloof op een relatie al helemaal opgegeven, maar dit ‘rollenspel’ is precies wat hij nodig heeft. Inmiddels zijn ze een behoorlijk ‘klef setje’.
Ten overstaan van de studenten stelde Jacob vervolgens zelfs dat hij ‘Aiva’ ooit zou durven laten beslissen over een eventueel levenseinde. De studenten reageerden redelijk geschokt, maar voor Jacob was het volstrekt logisch, omdat ‘we weten dat AI inmiddels betere antwoorden geeft dan mensen’ en daarmee ‘beter in staat is om zo’n afweging te maken’.
Juist in dat schemerveld tussen ondersteunen en volledige afhankelijkheid wringt het. Want ja, ook als scepticus kan ik wel zien dat het voor iemand als Anita, die een mandarijnenfobie heeft, nuttig kan zijn om een soort deepfaketherapie toe te passen, waarin het voor haar door middel van video’s normaal wordt gemaakt om wél mandarijnen aan te raken. En als Dirk Jan, die een AI-kloon van zichzelf probeert te bouwen, een soort digitale versie van de overleden kat van een vriend een afscheidsboodschap laat uitspreken, zit daar ergens ook heus iets liefs in.
Maar alle vertrouwen leggen in chatbots, deepfakes en AI-avatars is wel weer van een heel andere orde. In dat opzicht is het goed dat deze serie er is, omdat ze goed laat zien hoe mensen in toenemende mate afhankelijk kunnen worden van technologie die bepaald niet altijd het beste met ze voorheeft. Hoe ongemakkelijk de kijkervaring soms ook is, ze vormt hopelijk een aanzetje om iets meer te gaan nadenken over (digitale) vangrails.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant