Home

Opinie: Koop dat noodpakket vooral! Maar daarmee zijn we er niet – integendeel

Als de stofwolken zijn opgetrokken en de hype rond noodpakketten is verdwenen, wordt het tijd te spreken over het echte probleem in crisissituaties: structurele ongelijkheid.

De voorgestelde oplossingen uit de overheidscampagne Denk vooruit, en uit de vele reacties daarop, om de samenleving weerbaarder te maken zijn waardevol. Echter ontbreekt nog te vaak de vraag wie het hardst geraakt wordt door een crisis, en waarom.

De crises waar de campagne over spreekt zijn overwegend fysiek van aard. En onvoorbereid kun je er inderdaad behoorlijk last van ondervinden. Maar ze zijn vooral ook sociaal bepaald: gebeurtenissen worden pas tot ‘crisis’ gemaakt doordat we ze zo benoemen, duiden en prioriteren.

Wat als beheersbaar geldt, en wat als urgent, wordt sociaal en politiek vastgesteld. Daarmee wordt ook zichtbaar wiens ervaringen erkend worden en wiens niet.

Over de auteur
Kees Boersma
is hoogleraar organisatorische en technologische innovatie en maatschappelijke veerkracht aan de Universiteit van Amsterdam.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Onderliggende problematiek

Noodpakketten zijn nuttig voor plotselinge rampen. Maar veel van de crises waarmee we vandaag te maken hebben, komen voort uit langdurige, onderliggende problematiek. Als we dat erkennen, is het onvoldoende om alleen acute problemen te bestrijden of draaiboeken uit te breiden. Crises leggen diepgewortelde ongelijkheid bloot én versterken die.

Wie in een slecht geïsoleerd huis woont, lijdt extra onder een hittegolf. Wie al te maken heeft met sociale uitsluiting, raakt tijdens een crisis verder achterop. Wie afhankelijk is van beperkt openbaar vervoer, kan bij een overstroming die vraagt om evacuatie of tijdens een ander transportprobleem moeilijker hulp krijgen of essentiële voorzieningen bereiken.

Echter, het is vooral een gebrek aan eigen regie dat de kern vormt van kwetsbaarheid en ongelijkheid. Toegang tot middelen, informatie, zorg en sociale netwerken bepaalt immers hoe zwaar iemand wordt getroffen en hoe snel herstel mogelijk is. Dit verklaart waarom impact zich vaak concentreert in dezelfde huishoudens, buurten en wijken.

Eenvoudig instrument

Koop dat noodpakket dus vooral! Maar daarmee zijn we er niet – integendeel. Het risico bestaat dat we denken dat kwetsbaarheid en ongelijkheid met één eenvoudig instrument kunnen worden opgelost. We moeten verder kijken dan dit traditionele denken en kiezen voor een integrale crisisaanpak. Het is essentieel duurzaam aandacht te besteden aan bestaande achterstanden en ongelijkheden.

Helaas blijft de bestuurlijke logica nog te vaak gericht op formele verantwoordelijkheden, mandaten en protocollen, waardoor kennis over kenmerken van lokale gemeenschappen uit beeld raakt. We moeten actief investeren in het terugdringen van structurele kwetsbaarheid.

De kennis over kwetsbaarheid en ongelijkheid is wel degelijk aanwezig bij gemeenten, die als eerstverantwoordelijke zorg dragen voor de bevolking, en in toenemende mate ook bij de veiligheidsregio’s, die vanuit hun mandaat primair focussen op de fysieke kant van crises.

Beide partijen erkennen de noodzaak van een weerbare, crisisbestendige samenleving, zoals blijkt uit de oproepen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) om hierin te investeren. Inzichten over kwetsbare inwoners worden echter nog onvoldoende gedeeld tussen de verschillende overheden en onvoldoende benut in de crisisaanpak.

Tegelijk tonen mensen veerkracht. Het is al vaak benoemd: buurtbewoners organiseren hulp, delen informatie en ondersteunen elkaar, wat precies de aanknopingspunten biedt voor een veerkrachtige aanpak. Toch blijft waardevolle kennis in buurten vaak onbenut, door ontbrekende routines bij overheden en door wantrouwen dat is opgebouwd door achterstelling of bureaucratische obstakels, waardoor bewoners terughoudend zijn met het delen van informatie, bijvoorbeeld over hittegevoelige wijken of energiearmoede.

Crisisaanpak

Een rechtvaardige crisisaanpak vraagt dan ook om drie richtingen: allereerst het terugdringen van ongelijkheid door te investeren in lokale veerkracht, door buurten, gemeenschappen en maatschappelijke organisaties een vaste plaats te geven in de crisisaanpak. Vervolgens het ontwikkelen van een meer participatieve vorm van governance op basis van onderling vertrouwen, waarbij beleids- en besluitvorming samen met de bewonersgemeenschappen plaatsvinden. Ten slotte, het creëren van nieuwe organisatievormen om flexibel te kunnen reageren vóór, tijdens en na een crisis. Waarbij het benutten van lokale kennis en netwerken centraal staat.

Deze aanpak werkt alleen als ze duurzaam onderdeel gaat uitmaken van concrete praktijken, bijvoorbeeld doordat samenwerkingsnetwerken tussen kwetsbare groepen en overheden niet alleen tijdens crises actief zijn, maar ook voor preventie en voorbereiding.

Geulgebied

Een voorbeeld is het samenwerkingsproject in het Geulgebied, waar dorpsbewoners en gemeenten samen plannen tegen wateroverlast opstellen. Deze samenwerking richt zich niet op een acute crisis, maar op structurele preventie en voorbereiding voor toekomstige overstromingen. Door hun kennis en betrokkenheid kunnen bewoners actief meebeslissen over beschermingsmaatregelen, waardoor zij beter voorbereid zijn en minder kwetsbaar voor wateroverlast.

Vanuit deze benadering kunnen ‘leren en improviseren’ zich op een organische wijze ontwikkelen. Zo bouwen we aan een samenleving die beter is voorbereid op rampsituaties, omdat het kwetsbaarheid actief vermindert en zorgt dat iedereen er eerlijker uitkomt.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next