Een jaar na de machtsovername heeft Damascus zich herpakt. Vluchtelingen keren terug, ook vanuit Nederland. Maar het trauma klinkt nog overal in de Syrische hoofdstad.
Damascus maakt zich op om Bevrijdingsdag te vieren. Bijna een jaar nadat islamitische rebellen op 8 december 2024 een einde hadden gemaakt aan de dictatuur van alleenheerser Bashar al-Assad, hangen overal in de Syrische hoofdstad posters die de naderende feestdag aankondigen. ‘Het zwarte tijdperk is voorbij.’ Ook: ‘Het land straalt weer.’
Een jaar na de machtsovername heeft Damascus zich razendsnel herpakt. Wegen worden geasfalteerd. Gloednieuwe politieauto’s rijden rond. De hoofdstad, in de nadagen van Assad internationaal geïsoleerd, opent zich voor de wereld. Op straat hoor je behalve Arabisch ineens ook Duits, Zweeds en Nederlands.
Syriërs die gevlucht zijn voor Assad en de nietsontziende burgeroorlog die hij ontketende, keren terug. Met hun verwonderde kinderen, opgegroeid in Europa, dwalen ze voor het eerst door de historische steegjes van de oude stad. Een korte vakantie is veilig, zegt Feyad Allolah uit Hilversum. ‘Hier wonen kan niet. Scholen, ziekenhuizen, verzekeringen, dat staat op nul.’
Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Ze doet momenteel, een jaar na de machtsovername in Syrië, verslag vanuit Damascus. Eerder was Van Es correspondent in het Midden-Oosten.
‘De geschiedenis wordt opnieuw geschreven’, is de boodschap op een poster voor Bevrijdingsdag. De nieuwe president van Syrië, Ahmed al-Sharaa, werd een jaar geleden internationaal gezocht als jihadistisch terrorist met een verleden bij Al-Qaida. Hoe anders is het nu. Onlangs werd Sharaa met alle egards ontvangen door zijn Amerikaanse ambtgenoot Donald Trump in het Witte Huis.
Op straat zie je, anders dan onder zijn voorganger Assad, nergens afbeeldingen van de nieuwe leider. Sharaa vindt dat ongepaste zelfverheerlijking, klinkt het. Misschien past het ook niet bij zijn conservatieve islamitische waarden. Op de schitterende binnenplaats van de 8ste-eeuwse Omajjadenmoskee liepen mannen en vrouwen begin dit jaar nog samen. Nu worden ze gescheiden door roestige dranghekken. ‘Niet verkeerd’ en ‘veiliger’, klinkt het aan de vooravond van Bevrijdingsdag.
Vlak na de machtsovername hing de stad vol met posters van vermisten: namen en gezichten van duizenden jonge mannen en vrouwen die onder Assad spoorloos verdwenen. De meesten zijn niet teruggevonden. Toch zijn de posters weggeboend, alsof ze niet meer passen in de stad die het zwarte tijdperk wil afsluiten.
Ondertussen klinkt het trauma van Damascus overal. Broers die vermist zijn, een vrouw die werd opgepakt, het verlies van een vader en zoon door scherpschutterskogels, of je man in de oorlog. Dat laatste overkwam gepensioneerd basisschoollerares Mona. De nieuwe president is ‘echt aardig’, zegt ze. Alleen: zij komt als weduwe nauwelijks rond, net zoals eerder onder Assad. ‘Ik hoop dat de grote veranderingen nog komen.’
Bevrijdingsdag? Het ligt eraan wie je het vraagt. In Damascus klinken stemmen vol hoop. ‘Een overheid die haar best doet, dat hebben wij nooit eerder gehad’, zegt de 20-jarige student Rose Najah el-Najeb. Ze moest met haar familie twee keer vluchten voor bombardementen van het leger van Assad. Rose wil diplomaat worden. ‘Een jaar geleden had ik zulke dromen niet.’
Maar op een pleintje in de oude stad klinkt angst. ‘Ik ga ’s avonds mijn huis niet meer uit’, zegt Marjeh Sukkariyah. Hij is christen en hoort tot een van de minderheden die in het nieuwe Syrië niet vooraan staan. Hij vertelt over de aanslag op een kerk afgelopen zomer: dertig doden. ‘De bevrijding bracht niet wat we ervan hadden verwacht.’
Bij een theestalletje op het Ottomaanse Marjehplein zit een man, onberispelijk in pak, doelloos op een krukje. Abbas Hussein was onder Assad ambtenaar bij het ministerie van Onderwijs. Nu zit hij al bijna een jaar thuis, net als talloze andere Syriërs die aan de verkeerde kant stonden. Een misverstand dat vast gauw opgehelderd wordt, meent hij. De nieuwe machthebbers moeten het ‘nog leren’.
De economie draait nauwelijks, klinkt het op de eeuwenoude overdekte markt in de oude stad. Onder Assad waren ‘corrupte ambtenaren’ tenminste nog vaste klant, maar die zijn nu werkloos. De lokale munt is zwak. En de nieuwe regering wil de elektriciteitsprijzen verhogen, een onzalig plan.
Hier zit de vooruitgang: deze kritiek kun je nu uitspreken, zegt Zaher Qabbani, tweede generatie uitbater van een snoepwinkel. ‘Bedenk: een jaar geleden had ik dit allemaal niet tegen jou kunnen zeggen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant