Home

Rekenkamer: zowel UWV als minister had lang ‘blinde vlek’ voor grote problemen met WIA-uitkeringen

Een ‘blinde vlek’ voor problemen, gebrek aan sturing en toezicht door opeenvolgende ministers en uitblijven van fundamentele hervormingen hebben ertoe geleid dat tienduizenden foutieve arbeidsongeschiktheidsuitkeringen onopgemerkt bleven. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer woensdag in een uiterst kritisch rapport.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over pensioenen en sociale zekerheid.

Over de grootschalige problemen bij uitkeringsinstantie UWV was al veel bekend. Vorig jaar kwam aan het licht dat van 2020 tot 2024 fouten zijn gemaakt in de berekening van tienduizenden arbeidsongeschiktheidsuitkeringen (WIA). De uitkeringen vielen daardoor te laag of te hoog uit. In sommige gevallen kwamen mensen hierdoor financieel in de knel.

Wat de kwestie nog ernstiger maakt, is dat het UWV de grootschalige fouten zelf niet als zodanig herkende en dat de problemen pas naar buiten kwamen nadat het AD en EenVandaag er op waren gedoken. Daardoor rees de vraag in hoeverre de uitkeringsinstantie nog wel de controle had. Mede daarom vroeg toenmalig minister van Sociale Zaken Eddy van Hijum (NSC) de Algemene Rekenkamer om onderzoek te doen naar de problemen bij het UWV.

De Rekenkamer ziet een vastgelopen organisatie die te midden van personeelstekorten worstelt met een te complex en zelfs ‘onuitvoerbaar’ arbeidsongeschiktheidsstelsel. Daarbovenop kwam in 2020 de coronacris, waardoor UWV-medewerkers op grote schaal moesten thuiswerken. Als gevolg daarvan werden er veel minder controles uitgevoerd naar de kwaliteit van de beoordelingen en berekeningen van uitkeringen. Bovendien verdween de ‘ruggenspraak’ op de werkvloer, waardoor er meer fouten in het proces slopen.

In grote lijnen komt dat overeen met de analyse die het UWV zelf ook al maakte over de oorzaken. Maar de Rekenkamer keek in aanvulling daarop ook naar de vraag hoe het kon dat die zolang onopgemerkt bleven. Daarover oordeelt de Rekenkamer hard. Binnen het UWV ging het op verschillende niveaus mis. Zo werden de controles op de kwaliteit van berekeningen ook na de coronacrisis niet opgevoerd. Dat kwam deels doordat de afdeling die verantwoordelijk is voor de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ‘opmerkelijk’ autonoom kon opereren: het UWV-bestuur had daar nauwelijks zicht op.

Gebrek aan kennis

Binnen het UWV werd bovendien ‘niet doorgevraagd’ op momenten dat er toch voorzichtig signalen naar boven kwamen. Het ontbrak bij de organisatie ook aan kennis. In rapportages werd gesproken over ‘kleine’ en ‘administratieve fouten’, waardoor het bestuur ten onrechte werd gerustgesteld. Wat niet hielp, was dat er bij de top van het UWV een ‘eenzijdige focus’ was op het wegwerken van de enorme wachtlijsten van de beoordelingen van de uitkeringen, waardoor er sowieso minder aandacht was voor de kwaliteit.

Die kritiek betreft ook het ministerie van Sociale Zaken, dat eveneens een ‘blinde vlek’ had voor de zich opstapelende problemen. Opeenvolgende ministers hadden ‘nauwelijks aandacht’ voor de kwaliteit van de beoordelingen, waren ‘niet alert’ op mogelijke risico’s en hielden de aandacht daarvoor niet vast. Het toezicht had ‘beperkte diepgang en scherpte’, aldus de Rekenkamer.

Maar het grootste probleem is volgens de Rekenkamer dat er vanuit Den Haag nauwelijks iets is ondernomen om de onderliggende problemen aan te pakken. Dat het arbeidsongeschiktheidsstelsel door tussentijds gesleutel en introductie van nieuwe regelingen en uitzonderingen haast onuitvoerbaar is geworden, is immers geen geheim. Er liggen inmiddels ook kant-en-klare adviezen om het stelsel grondig te hervormen.

Ook het UWV heeft al meermaals op knelpunten gewezen. Toch ziet de Rekenkamer dat de politiek niet met concrete verbeteringen komt en zelfs mogelijkheden ‘onbenut’ laat die geen grondige – en dure –hervorming vergen.

Tempo maken

In dat licht doet de Rekenkamer ook een oproep aan de partijen die het komende kabinet gaan vormen. Zij moeten ‘tempo maken’ met een fundamentele hervorming van het stelsel om problemen in de toekomst te voorkomen.

In hun tussenverslag spraken D66 en CDA dat voornemen deze week uit, al moet dat nog wel concreet vorm krijgen. Bovendien kost een hervorming naar verwachting 1- tot 2 miljard euro per jaar en kan een herziening voor bepaalde groepen pijnlijk uitpakken. Hoe weerbarstig de praktijk kan zijn, bleek afgelopen jaren al: ook het vorige kabinet wilde een grondige herziening, maar er is nog altijd geen knoop doorgehakt.

Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next