Scenarioschrijver Frank Ketelaar heeft zijn politieke serie Buza nadrukkelijk in ons tijdsgewricht geplaatst, maar blijft gelukkig weg van bestaande figuren. In het tweede seizoen wordt de temperatuur gedurende zeven afleveringen vakkundig opgevoerd.
is kunstredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over films, series en fotografie.
Je kunt rustig vaststellen dat de Nederlandse politiek genoeg materiaal biedt voor drama en satire. De beste Britse, Amerikaanse en Deense voorbeelden hebben met hun fictieve politieke series altijd een parallelwereld gecreëerd. Je hoefde niets van de Deense politiek te weten om je toch diep betrokken te voelen bij de lotgevallen van Birgitte Nyborg (Sidse Babett Knudsen) in Borgen (2010-2022).
Frank Ketelaar heeft zijn politieke serie Buza (kort voor: Buitenlandse Zaken) nadrukkelijk in ons eigen tijdsgewricht geplaatst, met plotwendingen rond bedreigingen online, beveiligde politici en gemanipuleerde beelden, maar hij heeft er, godzijdank, geen ‘sleutelroman’ van gemaakt.
Al was het maar omdat het lastig is je een fictieve versie van het kabinet-Schoof voor te stellen, terwijl je tegelijk een serieus drama wilt maken over mensen die worstelen met de morele gevolgen van hun beslissingen.
In het eerste seizoen van Buza (2021) volgen we een nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, die ver buiten Haagse kringen zijn ervaring heeft opgedaan. Kees Prins was overtuigend als de dwarse minister Maarten Meinema, die worstelt met zijn nieuwe rol, het recente verlies van zijn vrouw en een drankprobleem dat onder het Haagse vergrootglas uitgroeit tot een pr-probleem.
In zijn staf speelde de kwestie van een (geheime) relatie tussen zijn woordvoerder Monique (Sanne Samina Hanssen) en zijn persoonlijk assistent Raoul (Werner Kolf). Met vier afleveringen voelde dat eerste seizoen te krap, met een plot waar iets te veel haast mee werd gemaakt.
Het tweede seizoen van zeven afleveringen heeft precies de goede lengte, met ruimte voor relevante subplots, naast de centrale kwestie van een Nederlandse vredesmissie onder druk in het fictieve Tazmenistan, waarin de centrale regering door diverse rebellenlegers bedreigd wordt.
Ketelaar is niet voor niets onze beste thrillerschrijver (sinds een paar weken staan de vier seizoenen van Klem ook op Netflix) en hij voegt een aantal ingrediënten toe die de temperatuur gedurende zeven afleveringen langzaam opvoeren.
Er duikt een oude, vage foto op waarop mogelijk te zien is hoe woordvoerder Monique in haar activistische studentenjaren een molotov cocktail naar de Amerikaanse ambassade heeft gegooid. Ze ontkent: gemanipuleerde beelden, volgens haar. Een bekende televisiejournalist (Jennifer Hoffman) heeft zich vastgebeten in deze kwestie, al was het maar omdat Meinema haar een ‘roddeltante’ noemde op nationale televisie.
Op het departement zien ze weliswaar de stormwolken aan de horizon, maar strompelen ze van de ene beslissing naar de andere onder het mantra: ‘volgende week heeft niemand het er meer over’. Iets waar ze zich elke week weer in vergissen.
Kees Prins is uitstekend als een man die worstelt met verleidingen (die zich op elke borrel aandienen) en een diepe vermoeidheid over Haagse mores, en die een gloeiende hekel heeft aan politieke compromissen. Dat laatste wordt verpersoonlijkt door Xander van Vledder als premier Walter Schoufour, een man zonder enig moreel kompas.
Wat ons betreft mag Buza voortaan fungeren als permanent schaduwkabinet. Kees Prins for president!
★★★★☆
Drama
Zevendelige serie van Frank Ketelaar
Met Kees Prins, Sanne Samina Hanssen, Werner Kolf
Te zien op NPO Start
Op zoek naar meer bingemateriaal?
Op volkskrant.nl/series vind je al onze serie-recensies, handig doorzoekbaar op genre, aanbieder en aantal sterren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant