Voor de kust van Oost-Timor kun je zwemmen met blauwe vinvissen.
Goed voor de toeristenindustrie, maar wat doet het met het grootste dier op aarde?
Wetenschappers waarschuwen dat toezicht ontbreekt op de snorkeltripjes naar het majestueuze, maar kwetsbare dier.
Door Noël van Bemmel
Fotografie en video Hendra Eka
Het valt niet mee om een blauwe vinvis te vinden in een blauwe zee. De walvis is weliswaar 20 meter lang en 90 ton zwaar, maar de zeestraat langs de noordkust van Oost-Timor is 30 kilometer breed en 3.000 meter diep. Dus stuiteren we in een bootje van een plaatselijk duikcentrum urenlang oostwaarts op zoek naar een rookpluim aan de horizon, want daar doet de ademhaling van een blauwe vinvis – via een spuitgat op zijn kop – nog het meeste aan denken. ‘Spouuut!’, roept eindelijk de schipper die achterwaarts wijst. ‘Daar – op vijf uur – 200 meter. Klaarmaken om te springen!’
Oost-Timor – het kleine land dat een eiland deelt met Indonesië – is de enige plek op aarde waar je kunt zwemmen met het grootste dier op aarde. Tijdens de jaarlijkse walvismigratie, tussen oktober en december, passeren dwerg blauwe vinvissen (balaenoptera musculus brevicauda; een ondersoort die zijn naam geen eer aandoet) daar vlak langs de kust. Vanaf hun kraamkamers ergens in de Bandazee zwemmen ze door de Straat Wetar naar voedselrijk water in de buurt van Antarctica; een tocht van circa vijfduizend kilometer. Een buitenkans voor snorkelaars en freedivers uit de hele wereld. Een buitenkans ook voor de Oost-Timorese regering, die naarstig op zoek is naar een nieuwe inkomstenbron nu het belangrijkste olieveld leeg raakt.
De schipper manoeuvreert ons bootje, drie keer zo klein als het naderende zeezoogdier, in diens pad. Althans, dat is de bedoeling. Maar de walvis duikt naar beneden, zijn staart steekt druipend in de lucht, zo groot als een garagedeur, en de schipper blikt geroutineerd op zijn horloge. Hij timet de duik, 10 minuten, 14 minuten, hij schat de koers van het dier in, en kiest opnieuw positie. ‘Ja, daar! Spring!’ De schipper brult aanwijzingen tijdens het snorkelen. ‘Sneller! Sneller! Naar links, naar rechts, terug naar links!’ We blijken te traag. Waar de vinvis zou moeten verschijnen, glijdt slechts een langgerekte schim onder ons door.
‘We zijn tegenwoordig twee jaar van tevoren volgeboekt’, zegt mede-eigenaar Marianne Woodward van duikcentrum Dive Timor Lorosae. Toen de Britse in 2006 arriveerde als duikinstructeur speelden walvissen helemaal geen rol. ‘Hier kwamen ervaren duikers voor de meest biodiverse riffen ter wereld.’ Rond 2017 arriveerden volgens Woodward de eerste walvisliefhebbers. ‘Ze hadden filmpjes op sociale media gezien en wilden dat ook.’ Tot genoegen van de plaatselijke duikindustrie – zelf kocht Woodward onlangs een derde boot –, maar zij waarschuwt ook: het walvisseizoen duurt maar kort. ‘Oost-Timor heeft het hele jaar toeristen nodig.’ Het zou helpen, stelt zij, als de overheid ook de mooie stranden, bosrijke bergen, watervallen en heetwaterbronnen zou promoten. ‘En de ticketprijzen moeten omlaag, anders kiezen toeristen liever een andere bestemming.’
De beste tactiek om een blauwe vinvis te naderen wordt al snel duidelijk: volg gewoon de pijlsnelle duikgids. Dat is vandaag de 30-jarige Rianne Schoonderwoerd uit Alkmaar, een voormalige schoonzwemster die eerst aan de slag ging in Australië als jillaroo (vrouwelijke cowboy) en daarna als duikinstructeur in Oost-Timor. Ze waarschuwt vooraf: ‘De blauwe vinvis negeert je totaal.’ Veel snorkelaars en freedivers hopen volgens haar op een blik van verstandhouding met het zeezoogdier. Op een soort spirituele ervaring. ‘Dan kun je beter op zoek gaan naar een bultrug of een potvis, die hebben minder haast en zijn nieuwsgieriger.’
Met een vaartje van vijf knopen zwemt de vinvis door de Straat Wetar. Vlak langs het 27 meter hoge Christusbeeld op een klif naast de hoofdstad Dili, en vlak langs de haven waar olietankers aanleggen. De zeestraat is een belangrijke verbinding tussen de Grote en de Indische Oceaan waar voedselrijk water opwelt uit de diepte, waaronder krill (kleine garnaaltjes), waarmee de blauwe vinvis zich onderweg voedt. Helaas moet de blauwe vinvis niet alleen snorkelaars vermijden, maar ook snelvarende vrachtschepen, visnetten, olie- en gasplatformen en een enkele inheemse jager met harpoen.
De Australische marien ecoloog Karen Edyvane (Charles Darwin Universiteit) schat de populatie dwerg blauwe vinvissen in dit deel van de Indische oceaan op 650 tot 1.750 dieren. Of de populatie met uitsterven wordt bedreigd, is volgens haar onbekend. ‘Het is een majestueus, maar kwetsbaar dier. Ik maak me zorgen over het gebrek aan regelgeving en toezicht in de wateren van Indonesië en Oost-Timor. Dat is hard nodig om blauwe vinvissen te beschermen tegen toerisme, scheepvaart, verstrikkingen en geluidsoverlast onder water.’ In de Straat Wetar hebben de vinvissen, die zij al meer dan tien jaar onderzoekt vanuit een observatiepost op een berghelling, volgens haar last van aanvaringen en van het motorgeluid van toeristenboten. ‘Continue verstoring van de dieren kan ertoe leiden dat ze ondervoed raken.’
De duikcentra in Oost-Timor, vaak gerund door expats, hebben met elkaar regels afgesproken. ‘Een moeder met kalf vermijden we, we houden altijd 100 meter afstand, niet meer dan drie boten per walvis en niet meer dan een paar uur meevaren’, zegt de schipper. Hij houdt zich vandaag aan de eigen regels.
Maar volgens professor Edyvane is het hoog tijd dat de overheid regels formuleert en toezicht gaat houden. ‘Oost-Timor is de enige plek ter wereld waar je kunt zwemmen met blauwe vinvissen, een geweldige kans voor de opkomende toerisme-industrie, maar pak dat wel duurzaam en verantwoord aan.’ Australië heeft volgens haar, als rijk buurland waar walvissafari’s populair zijn, de morele plicht meer onderzoek te helpen opzetten. ‘We weten nog steeds niet waar in Indonesië de blauwe vinvis kalft en zoogt. Dat soort kennis is essentieel, als je een populatie wilt beschermen.’
Poging nummer zes moet lukken. Gespannen als pijlen in een boog wachten we op het commando van de schipper. Daar koerst de rug van een walvis door de golven, recht op ons af en we schieten het water in. Rechts–links–rechts, volgas achter duikgids Rianne aan. Tot we bijna op de walvis botsen. Het reusachtige dier duikt ontspannen onder, met een minimale staartbeweging, waarna de brede borstvinnen zich uitspreiden als vleugels. Zo glijdt de blauwe vinvis langs, het zonlicht kaatst van zijn elegante rug, de krullende mondhoeken doen denken aan een minzame glimlach en de half geloken ogen bevestigen: het grootste dier ter wereld is tevens het meest stoïcijnse.
Noël van Bemmel is correspondent Zuidoost-Azië voor de Volkskrant. Hij woont in Denpasar.
Hendra Eka is fotojournalist en woont in Jakarta. Hij werkt voor de Volkskrant in heel Zuid-Oost Azië.
Bij de verkiezing van Wildlife Photographer of the Year draait het niet alleen om natuurlijke schoonheid zo bewijzen de winnaars in alle categorieën van 2025.
Indonesië viert dit weekend 80 jaar onafhankelijkheid van Nederland. De Volkskrant interviewde gewone Indonesiërs van dezelfde leeftijd over de veranderingen in hun land.
Het Indonesische eiland Java kampt al jaren met ernstige overstromingen. De president wil dat er eindelijk haast wordt gemaakt met de bouw van een reusachtige dijk in zee.
Source: Volkskrant