Home

Deze school weet hoe bepalend een thuissituatie kan zijn, en haalt daarom alles uit de kast voor gelijke kansen

In de armoedecijfers neemt het aandeel werkende armen toe. Wat dat betekent voor hun kinderen blijkt op de Rotterdamse Koningin Wilhelmina School. Deze basisschool doet er alles aan om ze gelijke kansen te bieden.

is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over jeugdzorg en de toeslagenaffaire.

’s Ochtends voor achten brengt Tina (39) eerst haar dochter Alicia (8) naar school voordat ze aan de slag gaat als huishoudelijke hulp. Tot een uur of 2 ’s middags maakt ze woningen schoon, vooral van ouderen die dat zelf niet meer kunnen. Daarna haalt de geboren Rotterdamse haar dochter op en gaat ze thuis meteen de keuken in om de avondmaaltijd te bereiden. Want om half vijf begint haar volgende baan, schoonmaker van een kantoor.

Als ze om 8 uur ’s avonds thuis is, is ze ‘kapot’, vertelt ze. Haar oudere zoons van 17 en 19 jaar hebben dan meestal al de door haar bereide maaltijd opgewarmd en opgegeten met hun zusje. Zo gaat het vijf dagen per week en Tina houdt er netto zo’n 1.800 euro aan over.

Aangevuld met toeslagen kan het gezin er net van rondkomen in hun flatwoning – met een huur van zo’n 1.000 euro. Toch voelt Tina zich vaak schuldig. ‘Ik heb te weinig tijd voor Alicia en kan haar onvoldoende helpen met haar schoolwerk.’ Terwijl Tina één duidelijke wens heeft voor haar dochter: dat ze minimaal met een havo-advies de basisschool verlaat. ‘Ik wil dat ze later beter betaald werk krijgt dan ik.’

Mocht dat in haar dochter zitten, dan is de kans aanzienlijk dat Alicia dat advies ook zal krijgen. Tina’s dochter zit op de Koningin Wilhelmina School, een kleine basisschool van scholenkoepel Samen Ambitieus Rotterdams Onderwijs (Saro) in het Rotterdamse Crooswijk, een van de minder welvarende wijken van de stad.

Sibel Taslicukur is er sinds 2017 directeur. De energieke schoolleider bezweert er alles aan te doen om het hoogst mogelijke uit haar leerlingen te halen, ook als de omstandigheden thuis niet optimaal zijn. Taslicukur ziet meer ouders zoals Tina worstelen – om met vaak laagbetaalde banen voldoende brood op de plank te krijgen en er daarnaast ook nog voor hun kinderen te zijn.

Over thema’s zoals bestaanszekerheid en kansenongelijkheid gaat het nauwelijks nog in het politieke debat, maar op deze Rotterdamse basisschool maken ze deel uit van de dagelijkse realiteit. Onderzoeken maken duidelijk dat behalve het opleidingsniveau van de ouders ook hun inkomen en de mate van (financiële) stress thuis veel invloed hebben op de schoolprestaties van hun kinderen. Dat hoeft Taslicukur niet in een rapport te lezen. Dagelijks ziet ze het op haar school: ‘De basis moet op orde zijn, willen kinderen goed kunnen leren.’

Te weinig geld voor boodschappen

Het goede nieuws is dat het aantal mensen in Nederland dat onder de armoedegrens leeft, de afgelopen jaren sterk is afgenomen tot zo’n 540 duizend personen. Het zijn cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek; volgens zijn definitie is iemand arm als er na het betalen van de vaste lasten te weinig geld overblijft voor de boodschappen en andere basisbehoeften. Maar: onder hen is het aantal werkenden toegenomen, tot zo’n 40 procent, ruim 200 duizend personen. Daarnaast zijn er zo’n 1,2 miljoen Nederlanders die volgens de nieuwe rekenmethode net boven de armoedegrens zitten en weinig financiële buffers hebben. Er zijn, kortom, veel ouders zoals Tina, die het maar net lukt om de rekeningen te betalen.

Het totaal aantal werkende armen is niet toegenomen, beklemtoont Anna Custers, lector armoede-interventies aan de Hogeschool van Amsterdam. Wel ziet zij deze groep ‘dieper wegzakken onder de armoedegrens’. Custers: ‘Er is een groep werkenden verder achteropgeraakt. Zij hebben lager betaald werk, vaak in sectoren zonder cao, of zij werken minder uren, bijvoorbeeld omdat ze ook kinderen moeten opvoeden. Zij profiteren vaak niet van de loonstijgingen, terwijl veel kosten zoals voor huisvesting zijn gestegen.’

Extra probleem bij de zogenoemde werkende armen is volgens Custers dat zij minder vaak aankloppen voor inkomensondersteuning bij bijvoorbeeld hun gemeente. ‘De gemeenten weten wie hun bijstandsgerechtigden zijn, maar zij weten de werkenden minder goed te bereiken. Ook vragen zij minder vaak toeslagen aan.’

Om deze groep toch te bereiken, worden steeds vaker de scholen ingezet, ziet Custers. ‘Het gaat ook over kansenongelijkheid voor kinderen’, zegt de lector. ‘Die komt voor een belangrijk deel voort uit de stimulans die rijkere ouders hun kinderen kunnen bieden en minder welvarende ouders lang niet altijd.’

De Rotterdamse Koningin Wilhelmina School is zo’n school die zich extra inzet om alle leerlingen gelijke kansen te bieden. Bijzonder is hier dat schooldirecteur Taslicukur én sommige van haar juffen en meesters uit eigen ervaring weten hoe het is om met een achterstand aan je schoolcarrière te beginnen.

De ouders van Taslicukur zijn uit Turkije afkomstige gastarbeiders. Toen ze zelf in Rotterdam-Zuid voor het eerst naar de basisschool ging, kende ze maar twee Nederlandse woorden: ‘Juf, plassen.’ Tranen met tuiten huilde ze toen ze in groep 8 een mavo-advies kreeg, terwijl ze wist dat ze veel meer in haar mars had.

Die ervaring maakt haar extra gemotiveerd en ook alert. Ze ziet veel van zichzelf terug in haar leerlingen. En daarom laat ze het inkomen van de ouders bewust niet meespelen bij de beoordeling van haar leerlingen. ‘Wij werken vanuit hoge verwachtingen. Die moeten passend zijn bij het kind, ongeacht de situatie thuis.’

De schooldirecteur benadrukt dat haar leerlingen vaak opgroeien ‘in een huis dat rijk is aan liefde’. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor moeder Tina, die trots vertelt over de lenigheid van haar dochter. Ze zou Alicia graag op dansles of turnen laten gaan, maar het lukt Tina niet om haar erheen te brengen en op te halen. ‘Verschrikkelijk’ vindt ze het, dat ze vanwege haar werktijden haar kind niet alle kansen kan geven. ‘Alicia vertelt me dat ze zich soms eenzaam voelt, omdat ik weinig thuis ben. Gelukkig zegt de juf dat het op school goed met haar gaat.’

Tina vindt het lastig om over haar situatie te praten. Dat geldt voor meer werkende ouders die moeilijk rondkomen. Met hun verhaal hopen ze het beeld te doorbreken dat Nederlanders die arm zijn niet werken.

‘Niet dezelfde fout maken’

Vader Oswaldo (57) vertelt eveneens dat hij zich schuldig voelt tegenover zijn 5-jarige dochter, omdat hij en zijn vrouw te weinig tijd voor haar hebben. Vanwege hun werktijden zien ze elkaar doordeweeks soms nauwelijks. Als zijn vrouw thuiskomt, ligt hij alweer te slapen. Oswaldo begon vandaag om 5 uur op de bloemenveiling en is vanuit zijn werk naar school gereden om zijn dochter op te halen. Als hij thuiskomt, is het de vraag of hij zijn vrouw nog zal zien, omdat zij om 3 uur aan de slag gaat in een distributiecentrum.

Op zijn 18de kwam Oswaldo vanuit Kaapverdië naar Nederland. Hij heeft er spijt van dat hij toen geen opleiding heeft gevolgd. ‘Het komt nog wel, dacht ik toen. Maar ik heb die kans niet gepakt.’ Hij is blij met zijn werkgever, maar soms voelt hij dat hij veel meer zou kunnen. ‘Mijn dochter gaat niet dezelfde fout maken’, bezweert hij. ‘Zij gaat het beter doen, ik stimuleer haar 200 procent.’

Op de Koningin Wilhelmina School weten ze hoe bepalend de thuissituatie kan zijn. Als een nieuw kind er op school komt, gaan de leerkrachten eerst op huisbezoek. Zo zag de juf eens een woning die nauwelijks was ingericht. De school regelde toen een wasmachine en een fornuis. Op school staat een grote koelkast met boterhammen, die leerlingen kunnen pakken als ze trek hebben.

Daarnaast maakt de school educatieve uitstapjes met de leerlingen. Bijvoorbeeld naar musea – uitjes die voor veel kinderen in meer welvarende wijken vanzelfsprekender zijn. Vorige maand zijn ze met de hele school naar safaripark Beekse Bergen geweest. ‘Voor leerlingen die nooit naar attractieparken gaan, is het echt een belevenis’, vertelt Taslicukur. ‘Het is ook leerzaam. Ze vergroten hun woordenschat en berekenen bijvoorbeeld de af te leggen afstand.’

Zowel individuele ondersteuning zoals het ontbrekende witgoed als de schoolreis naar Beekse Bergen zijn betaald met geld van het Jeugdeducatiefonds. De Rotterdamse school is een van de inmiddels duizend basisscholen die zijn aangesloten bij dit fonds. Het ondersteunt kinderen en hun ouders waar nodig zodat de kinderen zich maximaal kunnen ontwikkelen.

Ook Hans Spekman, directeur van het Jeugdeducatiefonds, valt het op dat de ouders die zij ondersteunen vaker werkende armen zijn. Op de scholen die hij bezoekt, hoort hij schrijnende verhalen. Zoals vorige week op een Haagse basisschool, waar een leerkracht hem vertelde over een leerling die met het verzamelen van statiegeldflessen voldoende geld voor eten probeerde te bemachtigen. ‘Zijn moeder werkt als schoonmaker en kreeg niet doorbetaald toen ze ziek was, waardoor het gezin meteen in de knel was geraakt.’

‘In welvarende wijken helpen ouders hun kinderen met het schoolwerk, maar veel van onze leerlingen moeten het doen met wat de juf ze vertelt’, zegt leerkracht Ilham el Bouakili (30) van de Koningin Wilhelmina School. Net als de andere meesters en juffen besteedt ze extra aandacht aan taal, rekenen en lezen. Daarbij krijgen de kinderen huiswerk mee, ook voor in de vakanties. ‘Dan kunnen ze thuis nog eens herhalen wat we die week hebben geleerd’, zegt El Bouakili. ‘Waar nodig begeleiden we kinderen extra.’

El Bouakili vertelt hoe gemotiveerd ze is om net een stapje meer te zetten voor deze kinderen. Ook zij kreeg op haar basisschool een te laag advies. ‘Mijn Cito-score was havo-vwo, maar mijn advies werd mavo-havo.’

Dan klinkt er geschater, als de 4-jarige Jeromy door de gang rent. Zijn moeder Iromy (39) komt hem ophalen.‘Ik mis jouw zoon als hij er niet is’, zegt Taslicukur tegen Iromy. ‘Hij brengt leven in de brouwerij.’

Maar Jeromy kan ook in razernij ontsteken. Dan kan hij iemand op het kleine speelrek op het schoolplein een duw geven. ‘Mijn zoon is groot voor zijn leeftijd en kent zijn kracht niet, dat kan problemen geven’, zegt Iromy.

Ze voedt haar zoon alleen op. Eigenlijk wilde ze geen kinderen, omdat ze nachtmerries heeft dat haar kind uit huis wordt geplaatst, net zoals zijzelf destijds. Ze groeide op in een pleeggezin en instellingen en werd op haar 18de dakloos toen de jeugdzorg ophield. Om ’s nachts niet op straat te hoeven zwerven, ging ze in de horeca werken.

Inmiddels heeft ze alweer een aantal jaar een woning. Drie nachten werkt ze tot 5 uur ’s ochtends als garderobedame in een club, daarnaast maakt ze huizen schoon. Als haar inkomsten lager zijn dan een bijstandsuitkering, vult de gemeente die aan.

Omdat ze niet wil dat haar zoon het gevoel krijgt dat er weinig geld is, zorgt ze ervoor dat de koelkast altijd gevuld is. ‘Toen Jeromy jarig was, kregen we een taart van de voedselbank, geweldig. Laatst vertelde hij dat een vriendje in de klas niet veel centjes had. Ik zeg dan: wij hebben wel boterhammen.’

‘Zij heeft er niet om gevraagd’

Ook Iromy heeft er nu spijt van dat ze geen diploma’s heeft gehaald. Op het speciaal onderwijs kreeg ze een vwo-advies, maar door haar turbulente leven heeft ze de middelbare school niet afgemaakt. Haar zoon is slim, zegt ze trots. Ze hoopt op een mooi schooladvies. Voor meer vastigheid in haar leven heeft ze zichzelf een nieuw doel gesteld: trambestuurder worden bij RET. ‘Het zou toch fantastisch zijn als ik er mijn beroep van zou kunnen maken om mensen van A naar B te brengen in Rotterdam, de mooiste stad die er is.’

Dan komt ook moeder Tina de school binnen. Ze vertelt dat ze ontslag heeft genomen bij haar twee werkgevers. Ze wil aan de slag als verzorgende in bijvoorbeeld een verpleeghuis. ‘Dan werk ik minder uren voor meer geld.’ Ze doet het voor haar dochter, zegt ze. ‘Zij heeft niet om deze situatie gevraagd.’

De namen van Tina en Oswaldo zijn op hun verzoek gefingeerd.

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next