Voormalig ING-topman Ralph Hamers hoeft definitief niet voor de rechter te verschijnen vanwege de witwasproblemen bij ING Nederland. Dat heeft het gerechtshof Den Haag besloten.
Vervolging van Hamers is volgens het Hof "niet zinvol" meer. Dat komt enerzijds omdat de problemen inmiddels zo lang geleden hebben plaatsgevonden, dat ze bijna verjaard zijn. Door een uitgebreid onderzoek van het Openbaar Ministerie vindt het hof anderzijds dat er een duidelijk signaal is afgegeven aan topbankiers: "De norm is bevestigd dat ook bestuurders van een bank niet vrijuit gaan als zij hun verantwoordelijkheid niet nemen."
Vijf jaar terug gaf het gerechtshof het OM opdracht om te onderzoeken of Hamers als hoogste baas leidinggaf aan strafbare feiten bij ING. Via ING Nederland konden criminelen tussen 2010 en 2016 bankrekeningen gebruiken om honderden miljoenen euro's wit te wassen. ING schikte deze zaak in 2018 met een recordboete van 775 miljoen euro.
Pieter Lakeman, voorzitter van de Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie (SOBI), spande met succes bij het gerechtshof een procedure aan over het besluit van het OM om niemand bij ING te vervolgen. Na jaren van onderzoek concludeerde het OM een jaar geleden dat er "onvoldoende bewijs" was gevonden om Hamers persoonlijk aan te klagen.
Bij het eerdere besluit om justitie onderzoek naar Hamers te laten doen, verweet het hof de ING'er nog dat hij niet zelf was komen opdagen bij de zittingen. Indertijd was hij topman van de Zwitserse grootbank UBS. Hamers' advocaat stelde dat hij het hof expliciet had gevraagd of zijn cliënt naar Den Haag moest komen, maar dat hij te horen had gekregen dat dit niet nodig was.
In het vandaag verschenen besluit schrijft het hof het belangrijk was dat Hamers nu wel is verschenen. "Hij heeft vragen beantwoord en inzicht gegeven in zijn rol als topman bij een complexe internationale bank." Verder erkent het hof dat ING inmiddels de witwascontroles heeft verbeterd.
Economie
Deel artikel: