Voor de verkiezingen wist heel Den Haag het zeker: de tijd van experimenten is voorbij. Nu is de stemming weer omgeslagen: een minderheidskabinet is misschien zo gek nog niet, hoe uitzonderlijk ook.
‘De geoliede ommekeer is een Nederlandse traditie die teruggaat op Willem van Oranje, die het verwijt kreeg zo makkelijk van religie te veranderen – luthers, katholiek, calvinistisch – als een ander van overjas’, schreef ex-Volkskrant-columnist Martin Sommer in zijn boek De nieuwe standenstaat. ‘Koning Willem II werd ook in één nacht van conservatief liberaal.’
Gaan we nu weer zo’n geoliede ommekeer zien? Vlak voor de verkiezingen was de communis opinio in Den Haag dat het bestuur back to basic moest. Geen extraparlementair, zaken-, minderheidskabinet, of welke andere exotische variant dan ook. Daarvoor is de situatie te kritiek.
Politiek redacteur Frank Hendrickx bericht wekelijks over de mechanismen achter de politieke gebeurtenissen.
Op enkele terreinen, zoals stikstof en asielopvang, zijn de problemen de afgelopen twee jaar alleen maar gegroeid. De geopolitieke situatie verslechterde eveneens, met twee grootmachten, China en de VS, die hun spierballen laten rollen, en een steeds brutaler kwaadaardig regime in Rusland.
Niet voor niets zei een prominente CDA’er voor de verkiezingen dat een volgend kabinet moet gaan werken met een regeerakkoord vol dichtgetimmerde afspraken om de grootste problemen aan te kunnen pakken. ‘Dan doen we daar een corset omheen en gooien voor vier jaar de sleutel weg.’
Opvattingen zijn in Den Haag altijd afhankelijk van de omstandigheden. Nu een ‘gewoon’ meerderheidskabinet met een ingesnoerd regeerakkoord moeilijk haalbaar lijkt, verdwijnt opeens weer de weerzin tegen experimenten.
Getalsmatig is een combinatie van D66, VVD, CDA en GroenLinks-PvdA de enige serieuze optie voor een bijna-klassiek meerderheidskabinet. In de Tweede Kamer hebben die partijen een meerderheid van 86 zetels en in de Eerste Kamer – mede dankzij de gestage leegloop van de BBB – een bijna-meerderheid van 36 zetels. Verder komen alleen combinaties met zes partijen of meer in de buurt van dergelijke zetelaantallen in de beide Kamers.
De mathematische realiteit is iets anders dan de politieke realiteit. In haar gesprek met verkenner Wouter Koolmees liet partijleider Dilan Yesilgöz geen enkele bewegingsruimte voor zo’n samenwerking met GL-PvdA. ‘Uitgesloten op grond van inhoudelijke en politieke verschillen met GL-PvdA’, aldus de VVD-leider.
Yesilgöz zet nog steeds vol in op een coalitie van D66, VVD, CDA, JA21 en mogelijk 50Plus – de oude ruziepartij die nu weer terug is met twee zetels. In de Tweede Kamer heeft zo’n combinatie 77 zetels en in de Eerste Kamer een armzalige 25 zetels, waardoor de oppositie dus twee keer zo groot is.
Volgens Yesilgöz is dat geen probleem, want de vorige kabinetten hadden volgens haar ook geen meerderheid in de senaat. Wie iets langer terugkijkt, ziet iets anders. Het laatste grote hervormingskabinet was Rutte II (2012-2017). Juist dat kabinet verkeek zich tijdens de formatie op de remkracht van de Eerste Kamer.
Om de grote stelselwijzigingen en bezuinigingen toch door de senaat te krijgen, werd zelfs nog even overwogen om D66 alsnog in het kabinet te trekken. Uiteindelijk zocht premier Mark Rutte de oplossing in vaak moeizaam uitonderhandelde gedoogakkoorden met constructieve oppositiepartijen.
Dat is ook de reden waarom een minderheidskabinet nu opeens in beeld is. Een klassiek meerderheidskabinet met D66, VVD, CDA GL-PvdA wordt geboycot door VVD-leider Yesilgöz. De combinatie met JA21 en 50Plus komt zetels tekort in de Eerste Kamer. Er moeten dan nog steeds deals worden gesloten met oppositiepartijen. Bovendien zal het nog heel wat onderhandelingen vergen om D66 en JA21 op één lijn te krijgen.
Als er hoe dan ook akkoorden moeten worden gesloten met de oppositie, is een echt minderheidskabinet nog niet zo’n gekke optie. Dat kan waarschijnlijk veel sneller op het bordes staan, wat vanwege het disfunctioneren van het huidige kabinet-Schoof van toenemend belang is. De combinatie van D66, CDA en VVD lijkt daarbij het meest voor de hand te liggen, omdat rechts in beide Kamers nu eenmaal in de meerderheid is. Een minderheidskabinet van D66, CDA en GL-PvdA is minder waarschijnlijk.
De voordelen van een minderheidskabinet zijn zo wel duidelijk, maar daarmee zijn de nadelen niet verdwenen. Geen van de huidige kopstukken heeft van dichtbij kunnen zien hoe premier Rutte tijdens het hervormingskabinet Rutte II al zijn onderhandelings- en verleidingskunsten moest inzetten om deals te sluiten met de constructieve oppositie. Hij moest daarbij voortdurend schipperen tussen de wensen van de oppositie en het chagrijn van zijn eigen coalitie vanwege alle concessies. Of Jetten vergelijkbare gaven heeft, is ongewis.
Voor de nieuwe premier zullen de omstandigheden nog moeilijker zijn dan destijds. Er zijn minder partijen die in aanmerking komen voor de rol van constructieve oppositie dan in 2012-2017. De compromisloze oppositie is juist gegroeid. Daarnaast is het medialandschap ook nóg genadelozer geworden. De kleinste incidenten leiden tot non-stop ophef op sociale media.
Een minderheidskabinet blijft zo een enorm waagstuk, maar bij gebrek aan veel betere alternatieven lijkt de weerzin langzaam te verdampen. Politici moeten zich soms dwingen om ergens in te gaan geloven, zelfs tegen beter weten in. Schrale troost is dat ze zich daarmee scharen in een lange traditie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant