Home

Doorstroomtoets helpt ook niet tegen onderadvisering meisjes, maar staatssecretaris schuift aanpassing op lange baan

Meisjes krijgen ondanks de doorstroomtoets in groep 8 nog altijd ten onrechte minder vaak dan jongens een vervolgadvies voor de havo of het vwo. Toch schuift de nieuwe staatssecretaris aanpassing op de lange baan.

Dat meisjes worden ondergeadviseerd terwijl ze de eindtoets zelfs wat beter maken dan jongens, blijkt uit nieuw onderzoek van DUO. Met de invoering van de doorstroomtoets moest vorig jaar juist een einde komen aan de eerder in onderzoek aangetoonde onderschatting van leerlingen met een migratieachtergrond, plattelandskinderen en ook meisjes.

De toets moest dienen als objectieve tegenhanger van het oordeel van de leerkracht. Als een leerling hoger scoort dan diens voorlopige advies, moet de school het advies in principe naar boven toe bijstellen. Het advies kan niet vanwege de toets naar beneden worden bijgesteld.

Na de eerste afname in 2024 kwam ongeveer een derde van de leerlingen in aanmerking voor bijstelling. Driekwart daarvan kreeg die bijstelling ook daadwerkelijk. ‘Leerlingen krijgen door de nieuwe doorstroomtoets gelijkere kansen’, stelde het ministerie destijds. ‘Precies zoals we voor ogen hadden met de nieuwe wetgeving’, zei toenmalig staatssecretaris Mariëlle Paul, die daarbij meisjes expliciet noemde.

Die conclusie blijkt nu voorbarig. Leerkrachten geven jongens vaker een voorlopig havo- of vwo-advies, terwijl meisjes in de toetsresultaten juist vaker op een vwo-advies uitkomen. ‘Toch vertaalt dit zich niet door in het definitieve schooladvies: dat jongens vaker een hoger advies krijgen, blijft ook in definitief advies bestaan’, concluderen de DUO-onderzoekers.

Vangnet

Volgens onderwijswetenschapper Martijn Meeter (Vrije Universiteit) laat dit zien dat de toets als objectief tegenwicht niet functioneert. ‘De doorstroomtoets is niet het vangnet dat die zou moeten zijn. En dat is uiterst eigenaardig, want inmiddels zou iedereen in het onderwijs moeten weten dat meisjes het over het algemeen beter doen dan jongens.’

DUO onderzocht geen verklaringen voor de scheve advisering, maar Meeter ziet twee mogelijke oorzaken. ‘Ten eerste hebben leerkrachten de neiging jongens te overschatten’, zegt hij. ‘Uit onderzoek naar hoogbegaafdheid blijkt dat ouders en leerkrachten denken dat jongens dat vaker zijn dan meisjes.’

Daarnaast spelen de leerlingen zelf een rol. ‘Jongens overschatten zichzelf veel vaker dan meisjes. Ze hebben meer zelfvertrouwen, soms te veel. Leerkrachten zien dat mogelijk als bewijs dat een jongen meer kan dan hij laat zien. Of ze denken dat ‘geloven in jezelf’ automatisch tot betere prestaties leidt.’

Dat laatste is niet het geval, blijkt uit de cijfers van DUO: in het derde leerjaar zakken jongens relatief vaak af, terwijl meisjes inmiddels vaker dan jongens op havo- of vwo-niveau zitten. Zij maken hun lagere adviezen in het voortgezet onderwijs dus ruimschoots goed.

Onverklaarbare verschillen

Als instrument om de kansengelijkheid te bevorderen stelt de doorstroomtoets in meerdere opzichten teleur. Uit onderzoek van de Volkskrant bleek dat de acht verschillende doorstroomtoetsen waaruit scholen kunnen kiezen grote en deels onverklaarbare verschillen veroorzaken. Ook waren er meteen zorgen over de verplichte bijstelling naar boven: zouden leerlingen hierdoor niet te hoog worden ingeschat?

Een analyse van de PO-Raad, de belangenbehartiger van het basisonderwijs, liet bovendien zien dat omhoog bijstellen vaker gebeurt op scholen met relatief weinig leerlingen met lageropgeleide en armere ouders. De vraag of de toets daadwerkelijk gelijkere kansen bevordert of juist bestaande verschillen versterkt, is daarmee urgenter geworden.

De Tweede Kamer is inmiddels voor één landelijke doorstroomtoets. Tegelijkertijd wil een meerderheid dat de toets minder bepalend wordt.

Toch schuift de nieuwe staatssecretaris van Onderwijs, Pauls opvolger Koen Becking (VVD), het hoofdpijndossier op de lange baan. ‘Ik sta welwillend tegenover de mogelijke stelselovergang naar één doorstroomtoets. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk dat we hierover een weloverwogen besluit nemen’, schreef hij dinsdagavond aan de Tweede Kamer. Als er in 2026 een knoop wordt doorgehakt over een nieuw toetssysteem, stelt Becking, dan ‘ligt invoering in het schooljaar 2029-2030 in de rede.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next