Michel van Hulten (1930-2025) | oud-staatssecretaris Als medeoprichter van de PPR stond Michel van Hulten midden in de progressieve politiek van de jaren zeventig. Zijn verzet tegen het afsluiten van de Oosterschelde gaf hem een eigen profiel binnen het kabinet-Den Uyl. Van Hulten overleed maandag op 95-jarige leeftijd.
Michel van Hulten tijdens een reünie van het kabinet-Den Uyl in 2025. Van Hulten was staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat in dat kabinet (1973-1977).
Op hun jaarlijkse reünie met de bewindslieden van het kabinet-Den Uyl, begin vorige maand, had Michel van Hulten al gewaarschuwd: „We moeten ervan uitgaan dat het nu is gebeurd. Alles wat me nu nog gegeven is, is een zegen.”
En het is gebeurd: oud-politicus Michel van Hulten, in 1968 medeoprichter van de Politieke Partij Radikalen (PPR) – een van de partijen waaruit GroenLinks is voortgekomen – is maandag op 95-jarige leeftijd overleden.
De oud-staatssecretaris en toenmalige representant van het ‘christen radicale geweten’, was een van de weinig overgeblevenen uit het legendarische kabinet. En als dat weer eens werd besproken dan wel gevierd, was Van Hulten steevast van de partij. Het kabinet-Den Uyl (1973-1977) was zíjn kabinet, in de tijd toen nog ruimte bestond voor „revolutionair denken”, zoals Van Hulten dat uitdrukte.
Een „onvermoeibaar voorvechter van gratis openbaar vervoer die zijn kennis en ervaring inzette voor een betere wereld”, noemt Van Hultens familie hem in de overlijdensadvertentie, daarmee verwijzend naar die revolutionaire opvattingen.
Van Hulten was opgeleid als sociaalgeograaf en gepromoveerd op de marxistisch-collectivistische landbouw in Polen. Onder meer werd hij van 1973 tot 1977 staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat in het kabinet-Den Uyl. De in 1968 mede door hem opgerichte PPR (zeven zetels in de Tweede Kamer) leverde voor de regeringsploeg twee ministers en een staatssecretaris.
Van Hulten was, zoals zoveel leden in de begintijd van de PPR, afkomstig uit de Katholieke Volkspartij (KVP), waar hij behoorde tot de groep christen-radicalen die wilden dat de confessionele partijen zich „progressief” gingen opstellen. Hun „breekijzerwerk” mislukte, met als gevolg dat de radicalen de KVP na een nachtelijke vergadering verlieten. Een maand later werd de PPR geboren. Van Hulten voerde vanuit zijn nieuwbouwwoning in het toen 160 inwoners tellende Lelystad het secretariaat van de nieuwe partij.
Najaarscongres van de PPR in Amersfoort in 1981. Erik Jurgens (PPR, rechts) en Michel van Hulten (PPR, kandidaat-voorzitter).
Hij kwam in 1971 in de Eerste Kamer en verhuisde anderhalf jaar later voor korte tijd naar de Tweede Kamer, totdat hij staatssecretaris werd. Dankzij die portefeuille van Verkeer en Waterstaat raakte hij indirect betrokken bij een van de hoofdpijndossiers: de afsluiting van de Oosterschelde als onderdeel van het Deltaplan. Van Hulten was uit milieuoverwegingen erop tegen dat de zee-inham omwille van de dam zou veranderen in een zoetwaterbassin. Hij dreigde op te stappen uit het toch al wankele kabinet.
De oplossing was typisch Nederlands: een compromis. De Oosterschelde bleef niet open, maar werd ook niet afgesloten. Er kwam een waterdoorlaatbare dam waarvan de schuiven bij extreem hoog water konden worden dichtgeschoven. De rekening bedroeg 5,5 miljard gulden (2,5 miljard euro), het vijftienvoudige van het oorspronkelijke plan, maar Nederland was wel een over de hele wereld bewonderd waterbouwkundig hoogstandje rijker.
De tot dan toe weinig opvallende Van Hulten kreeg door het Oosterschelde-standpunt politiek profiel. Overigens was zijn minister, KVP-politicus Tjerk Westerterp de hoofdverantwoordelijke voor het dossier. Van Hultens uitgesproken opvatting kwam de toch al broze verhouding tussen de staatssecretaris en diens politieke ‘baas’ niet ten goede.
Eerder had Westerterp al het onderdeel luchtvaart naar zich toegetrokken, nadat Van Hulten had gezegd dat het aantal vluchten wel gehalveerd kon worden. Toen Van Hulten zich tijdens de oliecrisis van eind 1973 liet ontvallen dat de autoloze zondag kon worden voortgezet, nam Westerterp hem de verantwoordelijkheid voor het pas opgezette systeem van benzinedistributie af.
Van Hulten kreeg in 1975 te maken met protesten van binnenvaartschippers die zich keerden tegen een nieuw systeem van vrachtverdeling. Ook joeg hij door de invoering van de tachograaf – die snelheid en rijtijden registreert – vrachtwagenchauffeurs tegen zich in het harnas. In Den Haag trof hij PTT-ambtenaren tegenover zich die zich keerden tegen hun gedwongen verhuizing naar Groningen als onderdeel van het plan om Rijksdiensten daarheen te verhuizen.
Na het kabinet-Den Uyl ging hij voor de VN werken in onder andere Mali, Maleisië en New York. Partijpolitiek gezien begon Van Hulten te dolen. Hij voelde zich al snel niet meer thuis bij de PPR, die zich volgens hem te ver verwijderde van het midden. Er volgde een reeks van partijen, wat Van Hulten het predicaat „partijkameleon” opleverde, van de nooit tot wasdom gekomen nieuwe partij Alliantie, naar D66, 50Plus en ten slotte de PvdA. Voor die laatste partij nam Van Hultens zoon Michiel begin deze eeuw plaats in het Europees Parlement en was daarvan deze twee jaar (2005-2007) partijvoorzitter.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC