Minder vliegen, elektrisch rijden, geen of minder vlees eten, energie besparen en tweedehands kleding kopen: veel mensen doen hun best om duurzaam te leven. Maar hoe regel je dat je dood ook een beetje duurzaam is?
is wetenschapsjournalist en epidemioloog en schrijft voor de Volkskrant vooral over biomedische onderwerpen
Dat hangt onder andere af van wat er na de dood met je lichaam gebeurt. De wet biedt daar een beperkt aantal mogelijkheden voor: cremeren, begraven of doneren aan de wetenschap (of, in zeldzame gevallen, een zeemansgraf). Per jaar doneren een paar honderd mensen hun lichaam. Ruim twee derde van de overledenen koos vorig jaar voor cremeren.
Kies je voor begraven, dan kan dat op een ‘gewone’ begraafplaats of op een natuurbegraafplaats. Bij die laatste gaat het lichaam van de overledene letterlijk op in de natuur van een natuurgebied en is er geen herkenbaar graf – nabestaanden krijgen wel de coördinaten.
Als het aan de Gezondheidsraad ligt, komt daar binnenkort een optie bij: resomeren. De Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu koos eind 2021 voor deze methode omdat die het milieuvriendelijkst zou zijn. Bij resomeren, ook wel ‘watercrematie’ of het wat chemisch klinkende ‘alkalische hydrolyse’ genoemd, wordt het lichaam van de overledene in een verwarmd drukvat opgelost in een basische vloeistof, kaliumhydroxide. Na een paar uur blijven alleen het skelet, anderhalve tot twee kuub stroperige vloeistof en eventuele medische prothesen, zoals chirurgisch staal, over.
Nog een optie waar de Gezondheidsraad naar keek: veraarden of humaan composteren. Een lichaam belandt dan op een soort open composthoop of in een cabine waar het onder gecontroleerde omstandigheden vergaat, met toevoer van warmte, verse lucht en vocht.
Maar onder meer omdat er geen standaardmanier is van humaan composteren en omdat veel ziektekiemen het in zo’n warme, zuurstofrijke omgeving doorgaans ook wel prettig vinden, oordeelde de Gezondheidsraad dat er nog te veel onduidelijk is om de methode toe te laten.
De vraag welke manier van lijkbezorging het duurzaamst is, fascineert kennelijk ook uitvaartondernemers. DELA en Yarden (inmiddels ook onderdeel van DELA) lieten in de afgelopen jaren zogenoemde Life Cycle Assessments uitvoeren om een inschatting te maken van hoe vervuilend hun zaken zijn.
De meest voor de hand liggende milieu-impact zit ’m in de CO2-uitstoot. Die is het hoogst bij cremeren op gas, concluderen de rapporten van TNO en adviesbureau Hedgehog eensgezind - 181 CO2-equivalenten, volgens Hedgehog. Dit bureau berekende tevens dat resomeren 118 kilogram CO2-equivalenten oplevert en natuurbegraven 40. TNO gebruikte andere rekenmethoden en maakte geen vergelijking met natuurbegraven.
Dat natuurbegraven het duurzaamst lijkt, komt volgens Roy van Boekel-Gosens, directeur van Natuurbegraven Nederland, ook doordat alleen natuurlijke materialen welkom zijn in een natuurgraf. De kist moet van onbehandeld hout zijn, kleding van natuurlijke materialen, zoals hennep, katoen of wol – zonder kunststof knoopjes. Sieraden mogen niet mee de kist in, zelfs brillen niet. Verwijderbare prothesen, zoals van een arm of een been, gaan liefst ook niet mee onder de grond. Pacemakers worden vooraf verwijderd – bij cremeren is dat zelfs verplicht omdat de batterij kan ontploffen.
Uit onderzoek in opdracht van de provincie Gelderland blijkt dat natuurbegraven waarschijnlijk niet leidt tot vervuiling van grondwater en bodem, bijvoorbeeld door medicijnresten. ‘Als je wordt begraven, breken micro-organismen het lichaam af. Allerlei stoffen die daarin zitten, zullen dan vrijkomen en vervolgens ook worden afgebroken door die micro-organismen. Met medicijnresten gaat dat in de grond effectiever dan in je lichaam’, vertelt toxicoloog Martin van den Berg in een filmpje dat Natuurbegraven Nederland liet maken.
Ook chemotherapie is volgens het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis binnen zeven tot tien dagen uit je lichaam, maar de meeste mensen die dat krijgen, overlijden niet binnen die periode. Alleen als je bestraling hebt gehad met jodiumbronnen voor prostaatkanker is cremeren soms niet mogelijk, al oordeelde het RIVM dat dat waarschijnlijk niet vaak genoeg voorkomt om een echt risico te zijn.
En kunstheupen en borstprothesen, wat gebeurt daarmee in de grond? Die vergaan op den duur ook vanzelf en vormen nauwelijks een milieurisico, denkt Van den Berg. Van Boekel-Gosens: ‘Al zullen de archeologen van de toekomst daar vast nog wel resten van tegenkomen.’
Dé duurzame uitvaart bestaat niet, denkt journalist Marieke Henselmans, auteur van de boeken Laat je niet kisten door de commercie en De duurzame uitvaart hoeft niet duur. Hoe duurzaam je laatste reis is, hangt namelijk ook af van het vervoer van de overledene en nabestaanden, de productie van een grafsteen en grafkist, de kleding van de overledene, de koeling tijdens het opbaren, de rouwkaarten, de catering en de afvalproductie. Vaak scheelt de duurzaamste optie van deze zaken nog geld ook, al doen sommige uitvaartondernemers volgens Henselmans het voorkomen van niet.
In haar boek verzamelde Henselmans praktische tips om een uitvaart zo duurzaam mogelijk te maken. ‘Kies bijvoorbeeld voor een plechtigheid op één locatie, want dat scheelt vervoersbewegingen. En vraag na of het vervoer elektrisch kan, of zelfs per fiets’, zegt ze.
En ook bij een ‘gewone’ begrafenis kun je, in verband met de milieubelasting, beter niet in je mooiste pantykousen de kist in, maar liever in een katoenen legging. En over die kist gesproken: kies een kist van snelgroeiend Nederlands hout, adviseert Henselmans.
Maar de belangrijkste vraag is volgens Henselmans misschien wel: ‘Wil je een duurzame uitvaart? Of een betaalbare uitvaart die zo duurzaam mogelijk is?’
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoordt de Volkskrant, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant