Voor de vierde achtereenvolgende winter verrijst bij pretpark Walibi in Biddinghuizen een noodopvang voor vluchtelingen. ‘Als de Spreidingswet straks wordt ingetrokken’, zegt de burgemeester, ‘dan was dit de laatste keer hier.’
Veertien straten telt het tijdelijke dorp dit jaar, veertien kaarsrechte straten met aan weerszijden beige containerwoningen. De straten zijn overdekt met gloednieuwe golfplaten, zodat de bewoners droog naar de gedeelde keukens en het sanitair kunnen lopen. In de woningen staan eenvoudige bedden, lockers en een koelkast.
Ja, het is hier sober, erkent burgemeester van Dronten Jean Paul Gebben tijdens een natte wandeling over de noodopvanglocatie. Maar de omstandigheden zijn al veel beter dan vier jaar geleden, toen ze hier op het parkeerterrein van Walibi voor het eerst vluchtelingen opvingen. ‘We hadden tenten met kamerschermen tussen de slaapplekken. De straten lagen vol modder. En we verwarmden de boel met dieselgeneratoren. Daar hebben we van geleerd. Het wordt elk jaar beter.’
De afgelopen weken arriveerden hier in Flevoland ongeveer 1.250 vluchtelingen. Daarmee verlicht Biddinghuizen opnieuw de druk op het aanmeldcentrum in Ter Apel, waar de afgelopen maanden geregeld meer dan het afgesproken aantal van tweeduizend asielzoekers sliep.
Opvallend: er was hier rond de besluitvorming weinig weerstand, zoals elders in het land, waar de ME soms moet uitrukken zodat azc-protesten niet uit de hand lopen. VNG-voorzitter Sharon Dijksma klaagde afgelopen zondag bij Buitenhof nog over de ‘halfhartige’ steun die gemeenten vanuit Den Haag krijgen rond de opvang van asielzoekers.
In Dronten kwamen dit jaar slechts negentien bezwaren binnen tegen de komst van de noodopvang, zegt Gebben, ‘waarvan sommige afkomstig van hetzelfde adres’. Dat maakt de noodopvang in Biddinghuizen tot een succesverhaal. Al zijn er ook kanttekeningen.
Allereerst: waarom gaat de opvang hier zo goed, in deze gemeente die ook al dertig jaar beschikt over een regulier azc, waar momenteel 1.300 mensen wonen? Gebben verwijst daarvoor naar de geschiedenis van Oostelijk Flevoland, dat in de jaren vijftig werd drooggelegd. ‘Deze gemeente is zestig jaar geleden ontstaan, op een vlakte van grijze en bruine klei. De bewoners, een schop in de hand, moesten er samen de schouders onder zetten. Die mentaliteit zit nog steeds in het DNA.’
Dat bleek vier jaar geleden, zegt Gebben, toen vluchtelingen wekenlang in het gras in Ter Apel sliepen. De burgemeester kreeg toen ‘een inzicht’. Ze bouwen op het terrein van Walibi drie keer per jaar ‘een stad voor 70 duizend inwoners’ voor festivals als Defqon en Lowlands. Dan konden ze daar toch ook een tijdelijk dorp voor 1.250 vluchtelingen neerzetten?
Gebben herinnert zich het debat destijds in de gemeenteraad. Daarin vroeg een raadslid zich af of ze in Dronten niet al voldoende deden, met dat azc. Daarop reageerde een ander raadslid met iets wat de burgemeester raakte, en wat hij sindsdien als motto voert: ‘In tijden van nood is veel doen niet goed genoeg.’
De raad ging akkoord, en dat gebeurde in de jaren daarna telkens opnieuw, zonder al te veel toestanden. Elsa van der Hoek, locatiemanager van zowel het azc als de noodopvang, noemde de gemeente Dronten vorig jaar zelfs liefkozend ‘de asielhoofdstad van Nederland’, al leidde dat ook tot kritische vragen in de gemeenteraad.
Van der Hoek geeft desgevraagd nog twee andere verklaringen voor de souplesse waarmee hier elk jaar een noodopvang wordt opgetuigd. ‘Het terrein ligt in the middle of nowhere. En mensen zijn door het reguliere azc gewend geraakt aan asielopvang.’
Toch vertelt de noodopvang in Biddinghuizen ook een ander verhaal. Deze veertien straten tonen dat het opvangbeleid nog altijd hapert, waardoor telkens tijdelijke locaties moeten worden opgetuigd en afgebroken. Dat is duur. Een gemiddelde plek in de noodopvang kost 184 euro per dag, een plek in de reguliere opvang 91 euro. Volgens het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) kunnen er miljarden worden bespaard met meer structurele azc’s.
Ook Gebben, van huis uit VVD’er, stoort zich aan het landelijke beleid. Neem het gedoe rond de Spreidingswet, die tot een betere verdeling van asielzoekers over gemeenten moet leiden. ‘Die wet is na rijp beraad aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer. Dan vind ik het tamelijk bizar dat het kabinet-Schoof die wet weer wil intrekken. Zonder dat er een alternatief ligt.’
Door de aanhoudende onzekerheid over het voortbestaan van de Spreidingswet treuzelen veel gemeenten nu bij het realiseren van nieuwe opvanglocaties. Mede daardoor zijn tijdelijke opvanglocaties als in Biddinghuizen nog altijd noodzakelijk.
Dat is ook voor vluchtelingen vervelend, zegt Van der Hoek van het COA. ‘We proberen er hier het beste van te maken, maar het blijft een parkeerterrein. In het reguliere azc hebben we een fitnessruimte, een tweedehandskledingwinkel, een muziekruimte en een houtwerkplaats.’ Bovendien is het voor bewoners prettiger om langere tijd op dezelfde plek te kunnen blijven.
Ondertussen rijst de vraag hoelang behulpzame gemeenten nog bereid zijn bij te springen als Den Haag de structurele problemen in de asielopvang niet oplost. Gebben en de gemeenteraad van Dronten zijn duidelijk: ‘Als de Spreidingswet straks wordt ingetrokken, dan was dit de laatste keer hier.’
Zulke grote vragen vormen op het parkeerterrein van Walibi niet het gesprek van de dag. Daar draait het om dagelijkse zaken: het eten, de was en de lessen Nederlands in een provisorisch schooltje met vier klaslokalen.
Alice, een van de vrijwilligers die hier dagelijks taallessen geven, begeleidt vandaag twaalf vrouwen. Ze werkte eerder op het azc in Dronten, tot ze werd afgekeurd vanwege long covid. ‘Ik kon geen afscheid nemen van onze asielzoekers. Werken kan ik niet meer, maar twee keer in de week een paar uur lesgeven gaat nog prima.’
‘Fijn dat u dit doet’, zegt de burgemeester. ‘Hartstikke goed.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant