Cameron Winter is pas 23, maar al uitgeroepen tot de Bob Dylan van gen Z. De New Yorker combineert zijn bezwerende manier van zingen met cryptische teksten en een mysterieuze persona.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en human interest.
Kun je tegelijk in de lach schieten en in extase raken? Probeer het uit en luister naar $0 van Cameron Winter, een jonge singer-songwriter uit New York, gekoesterd door de media en aanbeden door fans. Na een intro van haast animaal gekreun ontvouwt zich een ballad waarin het lijkt alsof de jonge zanger, die zichzelf waardeloos acht, zijn liefde betuigt in een kabbelend meertje van piano en violen. Winter zingt in zichzelf gekeerd.
Maar in het refrein wordt hij opgestuwd door een prachtig, meerstemmig lallend koortje, steeds een treetje hoger, totdat hij zich losmaakt van de begeleiding en zich schrap zet voor de apotheose.
Een teug adem, opperste concentratie en dan komt het, langgerekt, operatesk en onbevangen: ‘Gooooooooood is real, God is real. I’m not kidding, God is actually real. I’m not kidding this time. I think God is actually for real. God is real, God is actually real. God is real, I wouldn’t joke about this. I’m not kidding this time.’ Daar dus, daar, na vier minuten en vier seconden, kan het zomaar gebeuren dat je gevloerd wordt door schoonheid én bevangen door een lachstuip.
En dan komen de vragen. Wat doet God in een zwijmelend liefdesliedje? Geen idee. Is dit een op toon gezette religieuze openbaring? Misschien. Is het ironisch bedoeld? Zou kunnen. Winter getuigt namelijk ook van een sardonisch gevoel voor humor. In het nummer The Rolling Stones zingt hij: ‘Like Brian Jones I was born to swim.’ Jones was de Stones-gitarist die in 1969 verdronk in een zwembad.
Misschien wist Winter zelf niet eens waarom God een onverwachte gastrol speelt in zijn liefdesliedje, maar voelde hij dat die regels je zouden meeslepen in zijn eigen extase. Want die lach voelt als een deur die zich opent naar een transcendente ervaring.
$0 staat op het debuutalbum Heavy Metal, dat niet alleen een van de mooiste albums van vorig jaar is, maar ook wedijvert om de prijs van meest misleidende titel. Heavy Metal is geen heavy metal. Het is een verzameling imponerende songs van zo’n slordige schoonheid dat je verwacht dat ze elk moment uit elkaar kunnen vallen. Dan is er die stem. Soms is hij soulvol, dan weer vlijt Winter langgerekte lettergrepen over de vleugel als Rufus Wainwright, kraakt hij als Tom Waits of galmt als Pavarotti. Aanstellerig? Eerder intuïtief. Zo klinkt het als iemand zijn ziel blootlegt.
Nick Cave, met wie hij zijn bezwerende manier van zingen gemeen heeft, prees Winter op zijn website Red Hand Files om zijn ‘glorieuze, emoties oproepende stem’. Winter werd al uitgeroepen tot de Bob Dylan van gen Z. Er waren vergelijkingen met popgoden als Tom Waits en Leonard Cohen, ook mannen wiens aanbidding gecentreerd is rond een hoogst persoonlijk, particulier oeuvre. En The New York Times wijdde eerder dit jaar een profiel aan de eigenzinnige muzikant.
Winter komt niet uit het niets. Hij is ook de zanger van de New Yorkse rockband Geese, die bij het uitkomen van hun album 3D Country in 2023 een hype veroorzaakte. Toen al noemde tijdschrift Rolling Stone de band ‘ware wonderkinderen van de indierock’ en Geese haalde ook de cover van het Britse NME. Hier werden de nieuwe vaandeldragers van New Yorkse rockscene, zoals ooit de Ramones en The Strokes, binnengehaald.
En dan kwam in het kielzog van Winters eerste soloalbum ook Geese’ album Getting Killed dit jaar uit. De plaat staat bol van niet nader geduide, moderne onvrede en kookt op plekken over van frustratie en agressie. In Trinidad onderdrukt Winter nog zijn ontgoocheling als hij fluisterend zingt: ‘I tried. I tried so hard.’ Maar de hele bliksemse boel vat vlam en in een muzikale kakofonie krijst Winter: ‘There’s a bomb in my car!’
Op Getting Killed leidt de instinctmatige manier van muziek maken tot bezwerende, tribale ritmes, op Heavy Metal tot poëtische introspectie. Nina + Field Of Cops – waarschijnlijk een eerbetoon aan een mateloos bewonderde Nina Simone – klinkt als een koortsachtig, op toon gezet gebed van een verwarde straathoekpreker. Alles trilt in een delirium waarin je als luisteraar wordt meegesleurd. De tekst is een stroom beeldende beatpoëzie. Je krijgt er geen vat op maar het komt als een mokerslag binnen:
Your building is full of people who hate you
And bite off fingers and eat from piles
And someone’s knocking
All things spit towards and stutter at you
Closer and closer until the whole city falls over
While the music breaks a window
De cryptische, maar diepe zeggingskracht leidde ertoe dat fans zich al aan de exegese van Winters teksten hebben overgegeven. Sommigen hebben hem zelfs toevertrouwd dat zijn muziek hen van zelfmoord heeft weerhouden.
Wat zegt Winter zelf? In interviews gedraagt hij zich zoals een overgetalenteerde jongeman van 23 jaar het betaamt. Eentje met de uitstraling van een slacker, verwend door een waterval van loftuitingen. Hij is ongrijpbaar, schept afstand en sart, maar geeft ook geestige antwoorden waarvan je niet weet of ze misschien verzonnen zijn.
Zoals het verhaal dat hij zijn plaat deels in drie New Yorkse gitaarwinkels heeft opgenomen waar hij als pseudoklant kwam buurten; hij bezwoer in de Brisbane Times dat het waar was. ‘Uiteindelijk komt er wel iemand naar je toe om te vragen wat je aan het doen bent. Maar ik draai dan de charmeknop open. Ik vraag: hoe gaat het met je? Doe ik dit wel goed? Kun je me hiermee helpen? Mensen vinden het fijn als ze ergens bij betrokken worden.’
En dan zijn er die lange interviewstiltes. Een journalist van The Guardian verwoordde het zo: ‘Het voelt alsof de seizoenen veranderen en geheel nieuwe soorten evolueren voordat hij eindelijk bereid is te antwoorden.’
Heel soms laat hij meer van zichzelf zien. In het profiel van The New York Times vertelt Winter dat hij als zoon van een componist en schrijver alle ruimte kreeg om zijn eigen creatieve paden te bewandelen. Hij kreeg pianolessen vanaf zijn 6de en scheef songs vanaf zijn 10de. Tien jaar later had hij echter het gevoel dat hij vastzat in een conventionele manier van songschrijven. Zijn soloalbum was een poging om aan beperkende regels te ontsnappen.
Niet meer een verhaal vertellen of een punt maken, maar meer vanuit zijn instinct schrijven. Hij noemt onder anderen Federico García Lorca en Leonard Cohen als zijn invloeden. ‘Die hebben dat gevoel van onschuldige naaktheid. Het is zo simpel en verschrikkelijk tegelijk dat het pijn doet. Ik weet niet hoe ze dat voor elkaar krijgen.’
En in het interview met Brisbane Times breekt er opeens geanimeerdheid door het masker van argwanende zwijgzaamheid als schrijver James Joyce ter sprake komt. ‘Ik ben dol op Joyce omdat hij zo menselijk is in zijn stream of consciousness. Het is geen esthetische rotzooi. Hij probeert iets heel dieps te pakken te krijgen en je voelt zijn opwinding. Hij heeft zo veel mededogen in zijn hart.’
Winter groef ook naar iets heel puurs, onbesmet door ratio. Daarmee is hij de kunstenaar die volledig toegewijd is aan het werk dat hij wil maken en zich, ten koste van zichzelf, daaraan overgeeft. Toen hij zijn liedjes voor het eerst liet horen, zeiden vrienden en intimi dat de plaat zou floppen. En zijn platenlabel vertelde de jonge artiest, die toen nog bij zijn ouders woonde, dat Heavy Metal niet de plaat was waardoor hij op zichzelf kon gaan wonen.
In plaats van in te binden zette hij door en schakelde hij zijn ego uit. Winter besloot geen vreugde te voelen als het een hit werd, geen teleurstelling als het zou floppen. Dus toen de journalist van The Guardian aan hem vroeg of hij blij was met alle plotse adoratie, volgde het pesterige, maar begrijpelijke antwoord: ‘Tja, moet ik nu een ererondje gaan lopen of zo?’
Tuurlijk, gaf hij toe, hij mag mensen graag in verwarring brengen, maar uiteindelijk gaat het om de ervaring die hij doorgeeft. In The Guardian vertelt hij dat als die ‘God is real’-passage live voorbijkomt, mensen die het nooit hebben gehoord in lachen uitbarsten. Anderen sluiten hun ogen in vervoering en beginnen te huilen. ‘Het voelt heel goed om een song te hebben die zo’n scala aan emoties kan oproepen. Je zou het zelfs een religieuze ervaring kunnen noemen.’ Misschien heeft hij er toen bij gegrijnsd. Misschien ook niet.
Cameron Winter treedt dinsdag op in TivoliVredenburg in Utrecht.
Cameron Winter: Heavy Metal (Pias). Geese: Getting Killed (Pias).
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant