De uitzendbranche lag afgelopen weken onder vuur. Volgens de oppositie zou het door de lobby van de sector zijn dat minister Mariëlle Paul afzag van een maatregel die arbeidsmigranten beter moet beschermen. Hoe kijkt directeur Jurriën Koops van de uitzendbranche naar zijn sector?
De uitzendbranche stond er niet mooi op tijdens het debat dat de Tweede Kamer afgelopen donderdag hield over de huisvestingskosten van arbeidsmigranten. Partijen van links tot rechts kwamen in het geweer tegen het voornemen van minister Mariëlle Paul (VVD) van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om het percentage dat uitzendbureaus mogen aftrekken van het salaris van arbeidsmigranten voor de huisvesting toch níét te verlagen.
Uitgerekend Pauls voorganger Eddy van Hijum (NSC) suggereerde op LinkedIn dat het besluit van de demissionair minister het resultaat was van de actie van de uitzendlobby. Van Hijum wilde juist van de regeling af omdat die arbeidsmigranten afhankelijk maakt van hun werkgever, die door de koppeling van werk en woning zowel baas als huurbaas is.
Voor vrijwel de hele Kamer was het reden om een debat te eisen. En hoewel Paul het een ‘smerige gedachte’ noemde dat ze zich door ‘welke lobby dan ook’ liet leiden, bleef het verwijt donderdag terugkomen. ‘U bent hier enkel en alleen de uitzendlobby aan het dienen’, sneerde SP-leider Jimmy Dijk.
In het zenuwcentrum van die lobby, het onopmerkelijke kantoor van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) in het Noord-Hollandse Lijnden, werpt directeur Jurriën Koops de beschuldigingen verre van zich. ‘Natuurlijk hebben wij ons zegje gedaan op het moment dat we dat konden doen, maar wij zitten hier niet achter’, bezweert hij. ‘Ik denk eerder dat mijn leden soms denken: wanneer gaat die man in Lijnden eens leveren?’
Koops is het inmiddels wel gewend om onder vuur te liggen. De oud-vakbondsman is al tien jaar het gezicht van wat hij ‘een gouden branche met een zwart randje’ noemt. Dat goud, dat zijn uitzendondernemingen die hij vertegenwoordigt, dat zwarte randje zijn de malafide uitzendondernemingen die op de journaals komen als er weer eens arbeidsmigranten in schimmelige slaapkamers worden aangetroffen.
Opvallend genoeg deelt Koops deels de kritiek op zijn sector. Want ook hij vindt dat het uit de hand is gelopen. ‘Er is een enorme wildgroei geweest’, zegt hij. ‘Er staan officieel 20 duizend uitzendbureaus geregistreerd, en als je de ondernemingen erbij optelt voor wie uitzenden een nevenactiviteit is, komen er nog vele duizenden bij.’
Voor de verklaring van die ‘wildgroei’ wijst Koops op de jaren negentig. Toen was het toenmalig minister en de latere informateur Hans Wijers (D66) die in het kader van de deregulering het vergunningstelsel voor uitzendbureaus op de helling zette. ‘Zijn doel was om allerlei kwaliteitskeurmerken en vergunningen af te schaffen om ruimte te bieden aan marktwerking’, aldus Koops. ‘En die ruimte werd aan onze sector ook geboden.’
De vergunningsplicht ging van tafel en sindsdien kan ‘elke idioot een uitzendbureau beginnen’. ‘Het werd hier gevierd als een groot succes, maar als we nu terugkijken, zou ik de slingers niet ophangen. Omdat je kunt constateren dat er te veel uitzendondernemers zijn gekomen; we zijn gegroeid van zo’n twee- naar twintigduizend. En daarmee is ook ruimte gekomen voor klaplopers in de sector.
‘Tel daarbij op dat een paar jaar later de grenzen opengingen en er grote groepen arbeidsmigranten naar Nederland kwamen (Nederland telt er inmiddels 900 duizend, red.). Dus met de kennis van nu zou ik zeggen: het was een historische vergissing.’
Weliswaar is de afgelopen twee decennia geprobeerd zelfregulering in de branche te stimuleren, maar dat werkte ‘niet louterend genoeg’. Slechts 500 uitzendbureaus hebben zich bij de ABU aangesloten, nog eens 4.500 laten zich jaarlijks controleren door het eigen keurmerk SNA. Het merendeel van de ondernemers opereert ongecontroleerd en vaak onzichtbaar. Zij komen pas in beeld als er ergens een misstand opduikt.
Vanaf 2028 komt er weer een toelatingsstelsel voor uitzendbureaus. Hoe kijkt u hiernaar?
‘Het is goed dat dat er komt. Omdat er dan iets van een toegangsdrempel komt om binnen te komen, dat er controles zijn en er handhavend wordt opgetreden als je je niet aan de regels houdt. Dat laatste is essentieel. Anders wordt het nog interessanter om malafide actief te zijn, omdat je goedkoper bent dan de concurrent die zich wel aan de regels houdt.’
U zegt eigenlijk: zit er vooral stevig op. Gooi er bij de Arbeidsinspectie een paar honderd fte tegenaan?
‘Veel van het succes van het toelatingsstelsel zal afhangen van hoe snel iemand bij de kladden wordt gegrepen die zich eraan onttrekt. Dat is niet zo ingewikkeld: je kunt gewoon een bordje op de deur timmeren ‘uitzendbureau’ totdat iemand komt om je op de vingers te tikken.
‘Dus ik denk dat ook bij het ministerie verwachtingsvol en met enige zorg wordt gekeken naar: gaat dit stelsel werken? En het móét werken. Want er zijn weinig alternatieven. Anders ga je in de overtreffende trap: een uitzendverbod. Maar dat is echt geen oplossing. Dat is zo disproportioneel richting goedbedoelende bedrijven.’
Maar daar gaat wel een normerende werking van uit. Niet voor niets dreigde voormalig minister Van Hijum vorig jaar met zo’n verbod in de vleessector.
‘Dan hebben die Bulgaarse of Roemeense arbeidsmigranten straks een vast contract in plaats van dat ze uitzendwerk doen. Maar ze worden naar Nederland gehaald via diezelfde intermediairs, op dezelfde manier gehuisvest en komen bij die opdrachtgever op diezelfde beroerde werkplek. Ze hebben dan alleen het voorrecht dat ze een contract voor onbepaalde tijd hebben. Maar wat is er voor de rest veranderd?’
Toch wel iets essentieels. Want veel problemen die er nu zijn, zoals de dakloosheid, komen ook voort uit tijdelijkheid van het uitzendcontract waarmee arbeidsmigranten werken.
‘Veel arbeidsmigranten vinden het heel prettig als ze flexibel zijn en op gezette tijden terugkunnen naar hun eigen land. Wat het ingewikkeld maakt, is dat als er geen uitzendbureau tussen zit, er vaak geen huisvesting is. Het zijn niet de opdrachtgevers maar de uitzenders die dat regelen. Bovendien blijft staan dat de goeien onder kwaden lijden en dat is niet proportioneel.
‘Voordat je een uitzendverbod invoert, ben je overigens twee jaar verder, en dan is er het toelatingsstelsel waarmee je heel gericht kunt zeggen: dat uitzendbureau mag niet meer meedoen.’
Met een generiek verbod hoef je de slechte uitzendbureaus er niet een voor een uit te filteren.
‘Maar dan timmert de slechte uitzender gewoon een bordje op de deur en schrijft erop: contractingbedrijf.’
Hoe kan het dat er in deze branche steeds sluiproutes ontstaan?
‘Omdat het over werk en mensen gaat en omdat we in Nederland heel arbeidsintensieve sectoren hebben waarin de prijs van arbeid grote impact heeft. Omdat er relatief veel arbeidsmigranten zijn die tegen een relatief bescheiden loon bereid zijn het werk te doen. En omdat we het te gemakkelijk hebben gemaakt om een uitzendbureau te beginnen.
‘Maar een belangrijk deel ligt ook bij de opdrachtgever die steeds voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten en vervolgens wegkijkt voor de gevolgen. De markt vraagt nog steeds aan intermediairs: kan het een onsje goedkoper en een onsje flexibeler? Ik ken heel gerenommeerde opdrachtgevers die soms heel verkeerde vragen stellen.
‘Zo vroeg een opdrachtgever in de steigerbouw laatst aan een lid van mij of hij zijn uitzendbedrijf niet op papier naar Litouwen kon verplaatsen omdat dat goedkoper is. Tegelijkertijd klaagt diezelfde sector nu over de louche constructies die zijn ontstaan.
‘En natuurlijk is die opdrachtgever ook afhankelijk van de consument. Wij willen uiteindelijk gewoon dat een pakketje de volgende dag bezorgd wordt en daar willen we liever niet voor betalen. Ik maak hier niet de hele samenleving deelgenoot, maar uiteindelijk zit dat wel voor een deel in het systeem.’
Volgens de Arbeidsinspectie zou de oplossing voor de problemen dan ook moeten worden gezocht in het beperken van arbeidsmigratie. Mede daarom was de toezichthouder voorstander van het afschaffen van de huisvestingsregeling: die zou een verdienmodel zijn voor uitzendbedrijven en ertoe leiden dat er meer arbeidsmigranten naar Nederland komen.
‘Onzin’, zegt Koops. ‘Het is geen verdienmodel. Uitzenders bieden alleen huisvesting omdat ze anders niet kunnen uitzenden. Maar jullie geloven me waarschijnlijk niet, want het is een welles-nietesdiscussie. En het is ook niet zo dat er minder arbeidsmigranten komen als er minder huisvesting is. Mensen zullen blijven komen omdat ze hier in hun levensonderhoud kunnen voorzien, op een betere manier dan elders.’
Moeten we dan niet gewoon af van die heel goedkope arbeid?
‘Zeker. Daarom zeg ik ook: een sector die voor 80 procent op flexibel en goedkoop personeel draait, moet zich echt goed achter de oren krabben of dat een duurzaam model is. Wij vinden ook dat we grip op arbeidsmigratie moeten krijgen, want we hebben het ons als Nederland de afgelopen dertig jaar laten overkomen en het is in een vorm en mate gekomen die we misschien niet wenselijk vinden.
‘Wat we weten, is dat sectoren die heel arbeidsintensief en laagproductief zijn, minder toekomst hebben dan de sectoren die hoogproductief en arbeidsextensief zijn. Daar moet een verschuiving plaatsvinden.
‘De grotere discussie die daarachter schuilgaat, is natuurlijk: hoe houden we de welvaart in Nederland op peil? Met minder werkenden, terwijl er een enorme zorgvraag komt en een enorme uitdaging om te bouwen. Daarvoor zul je altijd arbeidsmigratie nodig hebben.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant