Home

‘Ik kreeg urenlang stoeptegels en vuurwerk naar m’n hoofd’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Sjoerdtje Helder (59) werd als ME’er ingezet bij de rellen tijdens Project X in Haren. ‘Het leek wel oorlog.’

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘De rellen rond Project X in het Groningse dorp Haren heb ik van begin tot eind meegemaakt. Het was verschrikkelijk, voor mij leek het wel oorlog. Ik heb urenlang straatstenen, fietsen, verkeersborden en vuurwerk naar m’n hoofd gekregen. Dit was mijn heftigste ME-inzet ooit, en de enige waarbij ik dacht: jongens, waar blijft het traangas?

‘Project X begon met de uitnodiging voor de 16de verjaardag van een meisje, Merthe, op Facebook. Ze had die uitnodiging op ‘openbaar’ gezet, met het idee dat iedereen die haar kende welkom was. Maar het draaide erop uit dat er die dag, 21 september 2012, duizenden jongeren in het dorp kwamen rellen.

‘Ik had dienst op ons bureau in Leek, maar ik ben ook lid van de ME in Groningen. Rond drie uur ’s middags reden wij in twee ME-bussen met tien of elf ME’ers naar het station in Groningen, waar we jongeren moesten aanspreken: ‘Ga niet naar dat feestje in Haren, er ís geen feest.’ We moesten daarbij ons gewone politieuniform dragen en voor de zekerheid onze ME-uitrusting meenemen.

Massa jongeren

‘Aan het einde van de middag werden we plotseling naar Haren geroepen, waar de platte petten – de collega’s in het gewone blauwe uniform – met stenen werden bekogeld. Dus wij reden daar met toeters en bellen naartoe. Op het bureau in Haren trokken we supersnel onze ME-uitrusting aan, waarna we naar dat huis van Merthe moesten, waar een massa jongeren stond te rellen.

‘Onze commandant zei dat we onze portofoons moesten overschakelen naar een ander kanaal. Dat ging niet bij iedereen goed waardoor ik, en ook andere collega’s, de verbinding verloren. Alles moest supersnel, ik had geen tijd om dat nieuwe kanaal te testen, en alles wat wij moesten doen werd ter plekke bedacht.

‘Bij Merthe’s huis zagen we de blauwe collega’s in het nauw. Zij droegen geen beschermingsmiddelen zoals wij, en werden met van alles bekogeld. Wij sprongen uit die twee bussen om hen te beschermen. Je hoorde joelen, muziek uit gettoblasters, geschreeuw, gescheld en knalvuurwerk.

Steeds nieuwe treinen

‘We wilden charges uitvoeren, maar waarnaartoe? Ik hoorde niks omdat ik geen verbinding had. Dus je kijkt wat je collega’s doen, en je doet hetzelfde. Vooruit chargeren, proberen de groep uit elkaar te slaan, en weer terugtrekken terwijl je met je schild de straatstenen en vuurwerk afweert. Dat heb ik met mijn collega’s uren volgehouden. Heel wat stenen ketsten op m’n helm. Ondertussen stopten er steeds nieuwe treinen met nog meer jongeren. Het werden er duizenden.

‘In de hectiek raakte ik mijn groep kwijt, want toen hadden we nog niet, zoals nu, onderscheidende kleurtjes per ME-groep. En alles was zwaar. M’n helm, m’n koppel, de hele tijd sta je daar met geheven armen terwijl je je schild en wapenstok gebruikt. Ik was bekaf.

‘Er was geen tijd voor een sanitaire stop, urenlang niet. We hadden ook niks gegeten. We zweetten onder onze uitrusting en kregen na een paar uur zo’n dorst dat onze commandant met een Rivella-fles van een buurtbewoner vol water ons één voor één uit de linie haalde: vizier omhoog, hoofd naar achteren, mond open en hup, er werd water in gegoten.

‘Op een gegeven moment kón ik echt niet meer. Toen ben ik tien minuten achter op een treeplank van de bus gaan zitten om even bij te komen. En dan zie je wat een gevecht zich daar afspeelt. Ik zag buurtbewoners met een hockeystick hun erf beschermen, er vloog van alles door de lucht, overal walmde rook van vuurwerk. Een oude man met een rollator kwam als een ramptoerist kijken, ik zag kwetsbare mensjes die door onze linie probeerden naar hun huis te komen en ik dacht: ga daar weg! Zie je niet welk gevaar je loopt?

Tweehonderd ME’ers

‘Het was een ravage. Straatmeubilair werd vernield, er werden ruiten ingetrapt, winkels geplunderd en een auto in brand gestoken. Vijftien collega’s raakten gewond, er kwamen steeds meer rellers en steeds meer politie, uiteindelijk stonden we in dat dorp met meer dan tweehonderd ME’ers te knokken.

‘Toen het donker, kouder en later werd, begonnen jongeren uit zichzelf naar huis te gaan. Na middernacht zag ik de ingegooide ramen en geplunderde winkels. We waren allemaal aangeslagen. Het debriefen op het bureau in Groningen was kort, iedereen wilde naar bed. Ik lag er pas om vier uur in.

‘Project X was een harde leerschool. Het besef drong door dat sociale media een heel krachtig middel zijn om samenscholingen te creëren die ook snel kunnen ontsporen. We waren in Haren niet goed genoeg voorbereid. We hebben ervan geleerd en gaan daar nu anders mee om. Maar dat moeten we met elkaar doen, ook bijvoorbeeld ouders met hun kinderen. De politie zet altijd wel een stap naar voren, maar iederéén is verantwoordelijk voor de veiligheid in onze maatschappij. Wij kunnen dat niet alleen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next