Het hing Moerdijk al decennialang boven het hoofd: het dorp gaat een keer verdwijnen. De dorpelingen willen dat Rijk, provincie en gemeente maandag een knoop doorhakken en kiezen voor het voortbestaan van Moerdijk of ‘het energiesysteem van de toekomst’. Wat ging vooraf?
is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant.
Het is deze dag kiezen tussen het minste van twee kwaden voor de gemeenteraad van Moerdijk: laten we één dorp verdwijnen of zetten we de leefbaarheid van meerdere dorpen op het spel? Die keuze tussen pest en cholera, vinden raadsleden, is ons door het Rijk door de strot geduwd. ‘Den Haag’ bepaalde dat de gemeente Moerdijk met ruim 38 duizend inwoners de beste – eigenlijk enige – plek in Nederland is voor Powerport.
De naam staat voor hoogspanningsstations, elektriciteitscentrales, een waterstoffabriek en reuzebatterijen voor energieopslag waarmee Moerdijk een sleutelpositie krijgt in het Nederlandse energienetwerk.
Er zijn twee locatieopties binnen de gemeentegrenzen: Zuidoost of Oost. Powerport komt tussen verschillende woonkernen met in totaal ruim 18 duizend inwoners, of aan de rand van de gemeente ten koste van 1.130 mensen.
Maandag overleggen Rijk en provincie over de keuze, maar met pijn in het hart hebben college en gemeenteraad die al gemaakt: Oost. Het betekent sloop van het dorp Moerdijk. De provincie gaat daar niet in mee en wil de komende maanden de kosten en baten van de verdwijning nog eens onderzoeken, blijkt afgelopen vrijdag.
Het uitstel is precies niet wat de dorpsbewoners willen. Want hoe pijnlijk ook, het besluit van de gemeenteraad was in elk geval duidelijk, na vele, vele jaren onzekerheid. Naarmate haven en bijbehorende industriegebied de afgelopen vijftig jaar groeiden, hing het einde van hun dorp de Moerdijkers steeds nadrukkelijker boven het hoofd.
Vijf jaar nadat landbouwgronden naast het vissersdorp Moerdijk zijn aangewezen als de plek waar een ver landinwaarts gelegen zeehaven en een groot industriegebied moeten komen, opent Shell er zijn eerste fabriek. Dat de multinational kennelijk in Moerdijk gelooft, is voor tal van bedrijven reden zich er ook te vestigen.
De nauwelijks beteugelde uitstoot van de chemische industrie tast de leefbaarheid van het dorp Moerdijk, ten oosten ervan, meer en meer aan. Als vanaf 1999 wordt geopperd haven en industriegebied nog verder uit te breiden om de Rotterdamse haven te ontlasten, begint het de bewoners te dagen dat hun dorp omsingeld kan gaan worden.
Regelmatig peilt BN DeStem ter plekke de stemming. Eind 2000 stelt de krant op een bewonersavond vast dat 40 procent van inwoners vindt dat hun dorp tegen de vlakte kan als de oprukkende, milieuvervuilende industrie niet tot staan wordt gebracht.
Vanaf de eerste keer dat het dorp openlijk en collectief spreekt over het eigen einde, is het bewonersgemoed somber, boos en machteloos – ‘anderen beslissen over ons’. In 2003 laat de Brabantse gedeputeerde Onno Hoes zich ontvallen dat milieuonderzoek kan uitwijzen dat het dorp Moerdijk niet kan blijven bestaan. Het doet een dorpeling in BN DeStem verzuchten: ‘Wat hullie in de kop hebben, gaat door. Het kan tien of twintig jaar duren, maar het gebeurt.’
Tot 5 januari 2011 is vooral de twijfelachtige leefbaarheid reden voor inwoners om te willen vertrekken. Na de zeer grote brand bij een van de bedrijven op het industriegebied, Chemie-Pack, komen daar gevoelens van onveiligheid bij. Na de chemische vuurzee gaat het in het dorp prompt weer over het eigen voortbestaan. Inclusief de daarbij horende twijfel van huizenbezitters: waar kan ik heen als mijn huis niks meer waard is?
In de nasleep van de brand en de voortdurende uitbreidingsplannen van de haven Moerdijk stelt oud-milieuminister Nijpels de gemeente voor een keuze: of ontwikkel het industriegebied verder óf kies voor een leefbaar dorp. ‘Beide is niet realistisch.’
Nijpels’ advies is om ‘een fundamentele discussie’ te voeren over de toekomst van het dorp. Maar doordat hij tegelijk een vertrekregeling voor de dorpelingen voorstelt, wordt zijn advies alom opgevat als: hef het dorp Moerdijk op.
De regeling die Nijpels voorstelt gaat in 2015 in. Maximaal 25 woningbezitters per jaar kunnen hun huis verkopen aan de gemeente tegen 95 procent van de waarde, die is gebaseerd op vergelijkbare woningen elders in de provincie.
Inwoners reageren positief, omdat ze weten waar ze aan toe zijn. Sommigen noemen de ‘Moerdijkregeling’ daarom een blijfregeling. In tien jaar schaft de gemeente Moerdijk 111 huizen aan van vertrekkers en verkoopt ze bijna allemaal. Ook aan vertrokken Moerdijkers die terugkeren. Het inwonertal van het dorp is al jaren stabiel.
In het debat in de Moerdijkse gemeenteraad over het voorstel van het college om Powerport op de plek van het dorp Moerdijk te leggen, blijkt de overgrote meerderheid voor. Dat betekent dat het over uiterlijk tien jaar zal zijn verdwenen.
Raad en college motiveren het duivels dilemma met de aanname dat Powerport er toch wel komt en het raadsbesluit het Rijk dwingt de dorpelingen maximaal te compenseren. Een nieuwe Moerdijkregeling gaat in waarbij het schadeloospercentage gaat van 95 naar 100.
Na afloop zegt Bekende Moerdijkse, Nel van Meel, beheerder van gemeenschapshuis De Ankerkuil en bijna vijftig jaar inwoner van het dorp, tegen BN DeStem: ‘Eerlijk is eerlijk: toen wij hier kwamen wonen, kregen we al een tekening te zien van de toekomst van Moerdijk. Die kwam erop neer dat er helemaal geen dorp meer zou zijn. Dus dit gevaar heeft altijd gedreigd.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant