Yvonne heeft een geweldige relatie met Mirjam, maar de toenadering van een derde vrouw gooit roet in het eten. Een serie over mensen die spijt hebben van hun beslissing.
Barbara van Beukering is journalist. Voor Volkskrant magazine interviewt zij wekelijks mensen over spijt.
‘We hadden een perfect leven. We maakten veel lol, konden ontzettend goed met elkaar praten en lieten elkaar volkomen vrij. Ik was 30 toen ik Mirjam in een bruine kroeg in Groningen ontmoette. Ze was mooi, groot en had een enorme uitstraling. Het klikte meteen. Binnen een maand woonden we samen. Ik wist niet hoe ik in en uit moest ademen van geluk. Toen we na zes jaar trouwden, waren we nog steeds verliefd. Er was niets aan haar dat ik niet leuk vond.
Voor een lezing in de Rode Hoed had ik een voor mij onbekende vrouw uitgenodigd om op een avond te komen spreken. De vrouw deed dat goed en grappig. Om twee uur ’s nachts ontving ik een appje of ik een keer met haar wilde eten. Ik moest nadenken wie het was. Haar naam, Alice, stond niet in mijn telefoon. Ik stuurde terug dat ik geen tijd had, waarop zij antwoordde: ‘Hoe kan ik je overhalen?’ Typisch, vond ik. Toen ik het de volgende dag aan Mirjam liet lezen, suggereerde zij om terug te sturen: ‘Kom anders een borreltje drinken bij mij en mijn partner Mirjam’. Alice aanvaarde de uitnodiging meteen. Mirjam vond het grappig, ik vond het vreemd.
Ik had een borreltijdstip voorgesteld waarna ik zelf naar aquareltekenles moest, zodat we een goede reden hadden om het binnen de perken te houden. Alice vroeg me tijdens de borrel of ik met haar wilde samenwerken. Ik antwoordde dat haar bedrijf helemaal niets voor mij was. Op het moment dat ik opstond om weg te gaan, vroeg Mirjam aan Alice: ‘Zullen wij dan nog ééntje doen?’ Nee hè, dacht ik, dit was niet de afspraak. Toen ik ’s avonds om elf uur thuiskwam was het hele huis verlicht en hoorde ik de muziek buiten al. Ik trof de dames die veel te veel wijn hadden gedronken in een jolige stemming. Mirjam vertelde enthousiast dat Alice had gevraagd of zíj misschien met haar wilde samenwerken. Ik keek Mirjam aan of ze ter plekke neer kon vallen. Deze dame was trouble, dat voelde ik aan mijn water.
Toen ze eenmaal samenwerkten probeerde ik mijn wantrouwen jegens Alice los te laten. Ze hadden veel plezier en wat kon ik daar op tegen hebben? Mirjam was de eerlijkste persoon die ik kende en zolang wij maar open tegen elkaar waren, was er niks aan de hand. Mijn intuïtie ten opzichte van Alice was niet goed, maar mijn vertrouwen in Mirjam was enorm.
Opeens kreeg ik kritiek. Mijn gymschoenen waren suf. Niet veel later deugden mijn T-shirts ook niet meer. Mirjam veranderde, ons contact werd moeizamer. De enige reden die ik daarvoor kon aanvoeren, was dat er toch iets speelde met Alice. Maar dat ontkende ze stellig. Hoe ik het in mijn hoofd haalde. We praatten steeds minder, dat was niks voor ons. Normaal keken we elkaar in de ogen en wisten we dat het goed was. Maar er veranderde iets waar ik geen grip op kon krijgen.
Op een wanhopig moment smeekte ik: ‘Ook al ontken je het al een half jaar, zeg het alsjeblieft tegen mij, want zo gaat het niet goed.’ Toen kwam het eruit. Mirjam vertelde dat ze meerdere keren intiem was geweest met Alice. Ik herinner me dat ik het woord ‘intiem’ ontzettend stom vond. Ze zei ook dat ze er zelf een punt achter had gezet, achter de affaire maar ook achter de samenwerking. Ik was flabbergasted. Ik veranderde in een vrieskast en zei: ‘Ik wil dat je haar nu een mail stuurt met mij in de cc waarin je schrijft dat je het mij verteld hebt.’ Ze tikte: ‘Ik zit hier met Yvonne en ik heb haar net verteld dat wij meerdere keren intiem zijn geweest.’ Gebruikte ze dat rotwoord weer. Ik wilde uit een soort zelfkastijding exact weten op welke dag, waar en hoe. Ze biechtte op dat het ook een keer in ons eigen bed gebeurd was. Op dat moment flipte ik. Ik voelde me zó verneukt.
Er volgden maanden waarin we langs elkaar heen manoeuvreerden. Het lukte maar niet om in gesprek te raken, we konden elkaar niet meer bereiken. Mirjam bleef maar herhalen dat het niks voorstelde. Ik moest niet te moeilijk doen. Ze zei dat verliefdheid een mindfuck was: ‘Googel het maar’.
Mirjam stelde voor dat ik met twee goede vriendinnen van haar zou praten. Als het haar niet lukte om het aan mij uit te leggen, konden die vriendinnen het misschien verklaren, want zij begrepen het wel. Als ik ergens spijt van heb, is het dat ik dat heb geweigerd. Ik vond het belachelijk om met haar vrienden in gesprek te gaan terwijl wijzelf altijd zo goed konden praten. Zo stom, want achteraf denk ik dat die vrienden de brug wel hadden kunnen slaan.
Op een gegeven moment is Mirjam met een psycholoog gaan praten en ze vroeg of ik ook een keer meeging. De dame zetelde op een zolderkamertje midden in de stad, op haar bureau stond een pinautomaat. Ze leek op Marjan Berk. Haar eerste zin was: ‘Het doel is dat jullie niet uit elkaar gaan.’ Ik zei: ‘Hoezo? We zitten hier om te praten. Het is mijn doel niet om uit elkaar te gaan, maar als je nu al zeker weet dat we niet uit elkaar gaan, wat doen we hier dan?’ Aan het eind van het gesprek schoof ze dat pinkastje naar ons toe. Ik ben niet meer gegaan. In plaats daarvan zei ik tegen Mirjam dat ik tijd nodig had om te helen en vertrok voor onbepaalde tijd naar een huurhuis. Ik heb mijn rug naar haar toegewend en me van haar afgekeerd.
Na een jaar zijn we naar een andere therapeut gegaan. Dit keer ging het wel goed, we verstonden elkaar eindelijk weer. We hadden drie constructieve en openhartige gesprekken. Opgelucht en blij vertelde ik mijn vrienden dat het toch goed zou komen. Mirjam zou een afspraak maken voor een vierde gesprek, maar dat deed ze niet. Toen ik vroeg wat er aan de hand was, zei ze: ‘Er is iemand anders.’ Ik begreep er niks van, maar ze verklaarde: ‘Als je je niet zo lang had afgezonderd, was het niet gebeurd.’
Ik heb enorme spijt dat ik vanuit boosheid een Berlijnse Muur om me heen heb opgetrokken. En dat voor zo’n lange tijd. Van nature sta ik altijd open voor een gesprek, ik ben helemaal geen haatdragend mens. Maar alle touwtjes waren geknapt. Ik besefte pas veel te laat wat ik haar heb aangedaan met mijn gedrag. Terwijl zij tot me door probeerde te dringen was ik alleen maar bezig met mezelf en blijven hangen in rancune en boosheid. Dat neem ik mezelf ontzettend kwalijk.
In het begin heb ik steeds gedacht dat ze wel terug zou komen. De vrouw met wie ze was, was net van een man gescheiden. Ik suste mezelf met de gedachte dat het tijdelijk was, dat ze troost zochten bij elkaar. Mirjam en ik waren tenslotte zielsverwanten. Maar na drie jaar is ze nog steeds bij die vrouw en is de hoop vervlogen. Ik heb iets prachtigs kapot gemaakt, daar heb ik iedere dag verdriet van. Ik probeer het te relativeren met de gedachte dat je nooit zeker weet of het goed was gekomen als ik het beter had gedaan. Maar ik denk van wel. De tijd heelt wonden, maar niet de wond van het enorme gemis.’
Op verzoek van de geïnterviewde zijn de namen gefingeerd. Kampt u ook met diepe gevoelens van spijt en wilt u daarover in deze rubriek praten, stuur dan een mailtje naar b.vanbeukering@gmail.com
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant