Home

59 keer per jaar een pakket voor de deur: onze alsmaar groeiende bestelhonger in zes grafieken

Webwinkels Nederlanders kopen graag bij webshops. Sinds het bestellen tijdens de coronapandemie een vlucht nam, is het koopgedrag blijvend veranderd.

Bedrijfsgebied SHIPP 21,

Ding dong – daar gaat de deurbel. Alweer, denk je. Een pakketbezorger geeft je een kartonnen doos of papieren zak met daarin spullen, besteld bij een webshop. Eigenlijk weet je niet meer precies wat je ook alweer gekocht had. Terwijl je ’s avonds laat op je telefoon aan het scrollen was, kwam je duim net iets te dicht bij de koopknop. En nu ben je weer een pakketje rijker, terwijl je schuldbewust denkt aan de stapel dozen die echt echt echt vandaag teruggebracht moeten worden naar het pakketpunt. Of de bezorger ook wat pakketjes voor de buren mag afgeven?

Nederlandse huishoudens kregen in 2024 gemiddeld 59 pakketten per jaar thuisbezorgd. Gemiddeld, dus als je nu denkt: dit gaat niet over mij, dan staan daar mensen tegenover die nog veel meer bestellen. Dit is nog buiten brievenbuspakketjes gerekend, daarvan werden er vorig jaar 71 miljoen afgeleverd.

Sinds de fysieke winkels tijdens de coronalockdowns hun deuren moesten sluiten, is het koopgedrag van Nederlanders veranderd. Werden er in 2019 in totaal nog 282 miljoen pakketten bij consumenten thuisbezorgd, in 2021 was dat aantal geëxplodeerd naar 504 miljoen. Na de pandemie nam de besteldrift weliswaar licht af, maar terug naar de oude niveaus gingen de bezorgcijfers niet meer.

Vier op de vijf pakketjes werden vorig jaar aan huis bezorgd. Voor bezorgdiensten is dat relatief kostbaar: als iemand niet thuis is, zijn de kilometers voor niks gereden. Ze proberen ontvangers te stimuleren om voor alternatieven te kiezen: ophalen bij een servicepunt, of in een onbemande pakketkluis.

Het aantal afhaalautomaten neemt snel toe: vorig jaar waren er vijf keer zoveel als in 2021. Maar tot een grote gedragsverandering leidt dat nog niet. Kiezen voor een pakketpunt of -automaat wordt vaak gepromoot als duurzamere optie. De bezorger kan de pakketjes immers sowieso afgeven en hoeft geen tweede keer met dezelfde bestelling te rijden. Maar dat geldt alleen als ontvangers hun pakketje vervolgens te voet of met de fiets ophalen, als ze met de auto naar het pakketpunt gaan, doen ze de milieuwinst meteen teniet.

De meeste pakketten worden door de oranje-witte busjes van PostNL bezorgd, met als grootste concurrent DHL. Daarnaast is er nog een reeks aan kleinere spelers actief. Bij ruim twee op de drie pakketjes wordt de levering trouwens niet door de bedrijven zelf gedaan, maar door onderaannemers.

De eigen bezorgdiensten van webshops zijn in de cijfers niet meegenomen, terwijl winkeliers daar juist steeds meer op inzetten. Coolblue heeft al tijden een eigen vloot van felblauwe busjes, bol experimenteert sinds kort ook met een eigen bezorgdienst. Amazon heeft zelfs een eigen luchtvaartmaatschappij en kondigde onlangs een investering aan in zijn Nederlandse logistiek. Vinted laat klanten inmiddels ook pakketjes opsturen zonder dat de inhoud eerst via het eigen tweedehandskledingplatform is verkocht.

De afgelopen jaren is er een tsunami aan pakketjes uit China naar Europa gekomen, aangejaagd door de populariteit van de spotgoedkope webshops Shein en Temu. Die toestroom wordt almaar groter, afgelopen september lag de totale waarde van Chinese pakketjes dit jaar al hoger dan in heel 2024.

Op zowel Europees als landelijk niveau worden er pogingen gedaan om barrières op te werpen in de vorm van pakjestaksen en importheffingen. Erg voorspoedig loopt dat nog niet, er is veel frustratie over de Europese stroperigheid.

Iedere dag komen er zo’n 12 miljoen pakketjes uit China de EU binnen, waarvan een kwart via de Nederlandse (lucht)havens. Dat maakt het voor de Douane onmogelijk om nog goed te controleren wat er binnenkomt, waardoor ook onveilige producten bij mensen thuis belanden.

De 3 miljoen pakketjes die in Rotterdam en op Schiphol aankomen, blijven niet allemaal in Nederland. Een groot deel heeft een eindbestemming in andere EU-landen. Nederlanders plaatsen verreweg hun meeste bestellingen nog altijd bij Nederlandse webwinkels, hoewel het aandeel van Chinese webshops snel groeit. „Het gaat om de snelheid van de groei, het tempo waarop de markt betreden wordt door Chinese partijen”, zei directeur Marlene ten Ham van brancheorganisatie Thuiswinkel.org daar in maart over tegen NRC.

Webshoppen is de afgelopen jaren onmiskenbaar gegroeid. Tegelijkertijd wordt er ook nog heel veel in fysieke winkels gekocht. Minder dan 30 procent van de aankopen wordt online gedaan. Als je boodschappen – die mensen nog altijd vooral in traditionele supermarkten kopen – ook meerekent, daalt het aandeel van webwinkels zelfs naar 11 procent.

Genoeg ruimte voor groei dus, denken veel webwinkeliers. Die pakketbezorger kan het de komende jaren nog veel drukker krijgen.

Dit artikel is gebaseerd op gegevens uit de ACM Post- en Pakketmonitor, de Thuiswinkel Markt Monitor en cijfers van de Chinese douane.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next