Home

Smartphonevrij opgroeien werkt niet voor iedereen

Lezersbrieven U schreef ons over de vorige weekendbijlage over de wooncrisis, de ‘haat’ voor Albert Heijn en Geert Mak.

We zijn in Nederland bezig met een groot sociaal experiment. We willen kinderen de technologie verbieden die hun wereld structureert, en noemen dat „bescherming”. Het initiatief Smartphonevrij Opgroeien presenteert dat als dappere keuze voor het weerloze kind. Maar welk kind precies? Wat wringt is niet dat er zorgen zijn over algoritmes, verdienmodellen en verslavingsmechanismen. Die zorgen zijn terecht. Wat wringt, is dat dit initiatief deze zorgen vertaalt naar één simpele conclusie: haal die telefoon weg, en de problemen verdwijnen.

Wie praat met gezinnen die leven met schulden, laaggeletterdheid, een woud aan loketten en constante onzekerheid, ziet hoe digitale problemen niet losstaan van de rest van het leven. Ze zijn er een uitvergrote versie van. Dit is sociaal-digitale ongelijkheid. Voor hoogopgeleide kapitaalkrachtige ouders is een smartphoneverbod een luxeproject, of zelfs een opvoedstijl. Zij hebben alternatieven. Er is een laptop op de slaapkamer, een tablet aan de keukentafel, ouders die helpen met huiswerk en bijspringen als er een foutmelding op het scherm verschijnt. Hun kinderen blijven hoe dan ook aangesloten.

Voor kinderen die het moeilijker hebben, werkt hetzelfde verbod anders. Geen eigen kamer, geen laptop, een vol huis, ouders die zelf worstelen met digitale systemen en al genoeg aan hun hoofd hebben. De smartphone is daar vaak de enige persoonlijke ruimte, de enige infrastructuur die wél in de jaszak past. Wie daar de stekker uittrekt, haalt niet alleen TikTok weg, maar ook toegang tot DigiD, klasapps, huiswerk, baantjes, en hele sociale ecosystemen. Voor hen is de smartphone tegelijk speelplaats, spreekkamer en loket. Wie uitgerekend daar de telefoon weghaalt, bestrijdt vooral symptomen. De structurele ongelijkheden waar deze gezinnen dagelijks doorheen moeten laveren,blijven keurig intact, of worden zelfs versterkt.

Met andere woorden: het is niet de smartphone die ongelijkheid veroorzaakt, het is ongelijkheid die mede bepaalt wie voor smartphones en sociale media wordt beschermd, en wie wordt uitgeknepen.

Er is een alternatief. Niet terugtrekken uit de digitale wereld, maar die wereld pedagogisch, sociaal en politiek herverdelen. Investeren in mediacoaches op school, structurele ondersteuning van ouders en verzorgers, toegankelijke lokale plekken waar kinderen samen kunnen leren scrollen én kritisch kijken.

En, misschien wel het meest radicaal: kinderen zelf serieus nemen als competente burgers die kunnen meedenken over hoe een gezonde digitale jeugd eruit ziet. Het echte probleem is niet dat sommige kinderen een smartphone hebben. Het echte probleem is dat sommige kinderen alléén een smartphone hebben. Zolang we dat niet onder ogen zien, zijn verbodsprojecten vooral een dure manier om ongelijkheid te camoufleren.

Alexander Smit Hengelo

Woningbouw De woningcrisis is complexer dan dit

Wat gebeurt er als je een probleem isoleert, versimpelt en reduceert tot een eendimensionale opgave waarvoor je vervolgens één enkele oplossing bedenkt en dat massaal uitrolt? Precies, dan worden de problemen groter. Laat dat nu de belangrijkste reden zijn waarom het aandeel ‘prefab-woningen’ in de totale bouwstroom stagneert. Dat laatste wordt voor het gemak even vergeten in het opiniestuk Standaardwoningen bouwen, zo komen we uit de crisis (22/11).

Nederland kampt niet alleen met een tekort aan woningen, maar heeft ook te maken met vergrijzing, tekort aan elektriciteit, een dreigend (landelijk) verkeersinfarct, het gezond houden van de bevolking, en dan laten we alles wat te maken heeft met klimaatverandering nog even buiten beschouwing. Daarnaast zijn veel wijken, buurten en gebouwen dringend aan vernieuwing toe en worstelen veel dorpen en kleinere stedelijke kernen met draagvlak voor hun voorzieningen. Een gedifferentieerde benadering van de woningbouwopgave – van nieuwbouw tot verdichting, renovatie en splitsing – biedt enorme kansen om onze problemen in de volle breedte aan te pakken.

Standaardisatie is daar zeker een onderdeel van. Maar het massaal uitrollen van een standaard-eindproduct, zoals gesuggereerd wordt, is niet de ultieme oplossing.

Mijn verzoek is dan ook om nader te onderzoeken hoe door middel van een slimme financiering de aanpak van de woningopgave kan bijdragen aan de bredere ruimtelijke, infrastructurele en maatschappelijke uitdagingen van Nederland.

Frederik Vermeesch Amsterdam

AH-HaatMinder sterkere bewoordingen a.u.b.

Met toenemende frustratie las ik de column Ik haat de Albert Heijn van Tessa Sparreboom (22/11). Die frustratie is niet zo raar, want ook zij deelt haar frustratie. Over alles wat deze supermarkt is, of juist niet. Dat mag. Columnisten zijn vrij in hun mening. Ik moest bij de wel erg sterke taalkleuring ‘haat’ denken aan mijn zoon, Gen-Z, die graag in vergelijkbare overdrijvingen praat. Ik herken dus die, wat mij betreft, belachelijke overdrijvingen. Hekel aan, afkeer van of tegenzin zijn een stuk milder en dekken ook prima de lading.

M.M.C.J van Hemert Nijverdal

AH-HaatDe foute oom

Dag Tessa, wees gerust, je bent niet de enige AH-hater (22/11)! Los van het dubieuze bedrijfsmodel met zijn permanente misleiding en minachting van de klant ben ik jaren geleden al helemaal genezen van Appie. Die naam alleen al, trouwens. Doet me te zeer denken aan een foute oom die je stiekem wel een beetje mag vanwege zijn onaangepastheid.

Coen Eggen Kelmond-Beek

OvergangGeen fout van de natuur

In het artikel over hormoonsuppletie bij overgangsklachten (22/11) wordt stress genoemd in een enkel zinnetje „En stress is een enorme boosdoener.” Waarom krijgen we geen serieuze informatie over het effect van stressvermindering op overgangsklachten? En waarom zo weinig over leefstijl, voeding, slaaphygiëne, schermgebruik, relatieproblematiek en zingeving? 

De vanzelfsprekendheid waarmee gesproken wordt van een vermeend „tekort/gebrek aan oestrogeen” in en na de overgang vind ik nogal onthutsend. Vrouwen zijn ná hun vruchtbare jaren óók toe aan een ander leven, met minder geslachtshormonen en met meer zelfzorg: meer ruimte voor ontspanning, autonomie, voor de behoeften van hun ziel.

De menopauze is geen fout van de natuur die we kunnen rechtzetten met medicatie, maar een biologisch, psychologisch, sociaal en cultureel belangrijke periode in vrouwenlevens. Een overgang die ons voorbereidt op een volgende levensfase, met wijsheid en innerlijke rust.

Lisette Thooft Rotterdam

Geert MakGreep krijgen op geschiedenis

„De geschiedenis herhaalt zich maar is tegelijk anders”, staat in het intro boven de beschouwing van Geert Mak (21/11).

Sterker nog, de geschiedenis herhaalt zich constant, maar nooit op dezelfde manier. We gebruiken historische beschouwing om te proberen door parallellen greep te krijgen op het heden. En Mak is een meester in het hanteren van die spiegel.

Juist deze week lekt in Washington de schets van een plan uit van 28 punten voor een trumpiaanse vrede in de oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Eerder een protocol voor onvoorwaardelijke overgave dan een vredesvoorstel. Nota bene opgesteld in overleg met diplomaten van de Russische agressor, buiten de Oekraïense overheid om.

Wordt dit het ‘peace for our time’-moment van Trump? De uitspraak waarmee de Britse premier Neville Chamberlain Sudetenland uitleverde aan Hitler? Om zo de rest van Tsjechië te redden van de Duitse agressie. We weten allemaal hoe dat is afgelopen.

Kunnen wij Trump nog als bondgenoot zien? Of moeten we in Europa nu echt op eigen benen gaan staan?

Hans van Dijk Amersfoort

Geert MakAndere feiten

Tegenover het retorisch geweld van Geert Mak, die in zijn in NRC geciteerde dankwoord voor de Jean Améry-prijs uitkomt bij het in twijfel trekken van Israëls legitimiteit, hier een paar feiten. „Wij, in het Westen, vinden de keuze voor Palestina als Joods thuisland vanuit historisch en religieus oogpunt volkomen logisch”, schrijft Mak. „In de rest van de wereld werden daar direct al de nodige vragen bij gesteld.” Het gaat er niet om wat deze of gene ervan vindt, maar wat de feiten zijn. En de feiten zijn dat ‘Palestina’ de naam is die door de Romeinen op Judea, het land van de Joden, is geplakt en dat het zionisme een eeuwenoude wens is van Joden om terug te keren naar het land waaruit zij verdreven zijn.

Mak citeert Ibn Saoed, de eerste koning van Saoedi-Arabië, die in 1945 tegen de Amerikaanse president Roosevelt zei: „Welke schade hebben de Arabieren berokkend aan de Joden in Europa? Het zijn de ‘christelijke’ Duitsers die hun huizen en hun levens hebben afgepakt. Laat de Duitsers betalen.” Zou de Saoedische koning niet geweten hebben dat de Palestijnse leider Amin al-Hoesseini, de Grootmoefti van Jeruzalem, tijdens de Tweede Wereldoorlog in Berlijn zat en van daaruit pro-nazi en anti-Joodse radiopropaganda op de Arabische wereld richtte? En zou hij nooit gehoord hebben van de Farhoed, de in 1941 door Iraakse nazi’s georganiseerde pogrom in Bagdad die aan 180 Joden het leven heeft gekost? En dat het voor de Palestijnen zeer voordelige maar door hen afgewezen delingsplan van de Peel-commissie in 1937 mogelijk honderdduizenden Joden van de Holocaust had kunnen redden? En kende Mak deze feiten niet toen hij de Saoedische koning in zijn dankwoord citeerde?

Heere Heeresma jr. Amsterdam

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Broncode

Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren 

Source: NRC

Previous

Next