Home

Adam Moss, de hoofdredacteur die schilder werd: ‘Ik wilde een minder ambitieus bestaan’

Jaren was Adam Moss gevierd hoofdredacteur van New York Magazine en New York Times Magazine, maar in zijn nieuwe bestaan als portretschilder moest hij alles nog leren. Daarom interviewde hij échte kunstenaars over hun praktijk. ‘Kunst maken is een meeslepende ervaring.’

is mediaverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.

Adam Moss (68) woont precies zoals je hoopt dat een New Yorkse intellectueel woont. De locatie: een rustige, schaduwrijke straat met brandtrappen tegen gevels in de West Village, een wijk in Manhattan die lang een toevluchtsoord was voor activisten, schrijvers en kunstenaars, maar waar een appartement nu gemiddeld 1,8 miljoen dollar kost.

Het huis: een smal, drie verdiepingen tellend herenhuis van rode baksteen met witte raamkozijnen. Een paar traptreden leiden, geflankeerd door smeedijzeren hekjes, naar de voordeur.

Het interieur: rommelig. Overal staan of liggen dingen. Het gele behang in de zitkamer is nauwelijks zichtbaar door schilderijen en foto’s, net zoals het salontafeltje dat schuilgaat onder de boeken, die gaan over de Oostenrijkse kunstenaar Egon Schiele (The Art of Egon Schiele), over gay subculturen (Butt Book) en over het spoor in Mexico (Railroads in Mexico – An Illustrated History). De ruimte is klein, maar er staat ook een piano.

Als Moss, een slanke man met een jeugdige uitstraling en een zachte stem, gevraagd wordt hoe de doktersafspraak was waarvoor hij het interview had moeten verzetten, begint zijn man Daniel, die op de bank een boek zit te lezen, hard te lachen. ‘Heb je gezegd dat je naar een arts moest?’ Tegen de journalist: ‘Hij moest naar de tandarts.’

Moss staat bekend als een van de beste Amerikaanse hoofdredacteuren van de afgelopen decennia. Hij was onder meer hoofdredacteur van The New York Times Magazine en van New York Magazine, het tijdschrift dat hippe New Yorkers vertelt waar ze moeten eten en uitgaan, wat ze moeten zien, luisteren en lezen en hoe ze moeten denken.

Coververhalen kunnen gaan over het met aperol spritz gevulde leven van welgestelde twintigers in de West Village; de genocidale oorlog van Israël in Gaza; een restaurant in Washington D.C. waar conservatieve jongeren bijeenkomen; of beschuldigingen van seksueel misbruik tegen de schrijver Neil Gaiman.

New York Magazine is het favoriete tijdschrift van onder meer New York Times-columnist Ezra Klein. ‘Wat me er altijd aan heeft verbaasd, is dat ik niet kan uitleggen waarom alles zo goed bij elkaar past, maar uiteindelijk voelt het geheel van smaak en toon toch coherent’, zei hij toen hij Moss vorig jaar interviewde.

Nooit tevreden

Moss was hoofdredacteur tussen 2004 en 2019 en werd daarmee de langstzittende in de geschiedenis van het blad. In die periode won het meer National Magazine Awards dan enig ander tijdschrift. Er waren legendarische covers, zoals die met meesteroplichter Bernie Madoff als The Joker, of die met de grijnzende politicus Eliot Spitzer en het woord ‘brain’ dat naar zijn kruis wijst (Spitzer moest aftreden na een seksschandaal).

Toen Moss aftrad, was dat voorpaginanieuws bij The New York Times. ‘Adam was, en is, een van de grootsten’, zei Graydon Carter, tussen 1992 en 2017 hoofdredacteur van Vanity Fair. ‘Hij had het instinct voor een goed verhaal. Hij wist een geweldig team te vinden en te behouden. En hij begreep dat tijdschriften je, boven alles, visueel moesten verrassen.’

‘Ik wilde niet meer verantwoordelijk zijn voor honderden mensen’, zegt Moss aan de eettafel over zijn besluit te stoppen. ‘Ik wilde een minder ambitieus bestaan.’ Hij begon met het schilderen van portretten, maar met het eindresultaat daarvan was hij eigenlijk nooit tevreden. Benieuwd naar de werkwijze van echte kunstenaars begon hij hen te interviewen, niet over hun abstracte ideeën maar over de praktische aspecten: hoe máák je een kunstwerk?

43 kunstenaars

Aanleiding voor het gesprek met Volkskrant Magazine is het resultaat daarvan: het boek The Work of Art: How Something Comes from Nothing. Hierin laat hij 43 kunstenaars aan het woord over een van hun werken. Hij sprak onder meer filmmaker Sofia Coppola, scenarist Tony Kushner, dichter (en Nobelprijswinnaar) Louise Glück, modeontwerper Marc Jacobs, schrijver Sheila Heti, muzikant Moses Sumney en journalist Gay Talese. In het wonderschoon uitgegeven boek staan ook krabbels, schetsen, notities, storyboards, foto’s en app-gesprekken afgebeeld die tot het uiteindelijke werk hebben geleid.

Alle gesprekken hebben hem geen betere schilder gemaakt, zegt hij, maar wél een blijere. ‘Het is troostrijk te weten dat het gevoel continu te falen, universeel is.’ Moss leefde in de veronderstelling dat kunstenaars, eenmaal klaar met hun werk, een gevoel van overweldigende vreugde ervaren. Dat blijkt onzin. Moss: ‘Het gaat ze niet om het ding dat ze maken, zeiden ze allemaal, het gaat om het maken zelf. The work of art is geen zelfstandig naamwoord, maar een werkwoord. En het maken van kunst is iedere keer weer een meeslepende ervaring.

Musical – Sunday in the Park with George

‘Deze geweldige musical is geschreven door Stephen Sondheim, de kunstenaar die ik het eerst sprak voor mijn boek. Ik wilde dat doen zolang ik nog de kans had, want hij was al oud – en is gestorven toen ik nog aan het schrijven was.

‘Sondheim is mijn allergrootste culturele held. Hij slaagt erin, en dat is vrijwel onmogelijk, je te raken op zowel intellectueel als emotioneel gebied. Sunday in the Park with George gaat over de Franse kunstenaar George Seurat die een schilderij probeert te maken. Finishing the Hat, een van de liederen, gaat over een drang iets te móéten maken, de totale overgave van Seurat als hij de hoed schildert. Het belichaamt de pijn die met het maken van kunst gepaard gaat én de schoonheid die daaruit voortkomt.’

Tv-serie – The Wire

‘De serie The Wire doet me denken aan negentiende-eeuwse Victoriaanse romans. De serie, geschreven door David Simon, is een verbluffend staaltje vertelkunst, maar heeft ook een morele missie. In het geval van The Wire is dat het begrijpen van de pathologie van een stad, het begrijpen waarom stedelijke systemen ontsporen. De serie gaat over de drugsdealers in Baltimore en over de politie, maar laat ook zien hoe die onderdeel zijn van één groot systeem. Dat maakt The Wire intellectueel intens bevredigend.’

Kunstwerk: A Subtlety, or the Marvelous Sugar Baby van Kara Walker

‘Van de Amerikaanse kunstenaar Kara Walker is dit een beeldhouwwerk waarvan de buitenste laag van suiker is gemaakt. Het was bedoeld om langzaam te vergaan tijdens de periode waarin het in een suikerfabriek te zien was.

‘Inmiddels bestaat het beeld niet meer, maar toen ik het rond 2014 ging bekijken, had ik nog nooit een kunstwerk gezien dat me zó raakte. Ik ging door allerlei extreme emoties heen: eerst vond ik het bizar, toen grappig, daarna angstaanjagend.

‘Dat had te maken met de omvang, het was enorm, ruim 10 meter hoog en 23 meter lang. De geur speelde ook mee. Ik ben meerdere keren gegaan en het begon op den duur echt te rotten, het werd ranziger en ranziger. Het was een zintuiglijke achtbaan, ook door de seksualiteit van het beeld: de ontblote, gigantische borsten, de blote vulva. Tegelijkertijd straalde het gezicht ook iets komisch uit en was het geheel natuurlijk beeldschoon. Ik ben hier een tijdje echt geobsedeerd door geweest.’

Ballet: Solitude, van Alexei Ratmansky

‘Ik denk dat ik nooit eerder bij ballet heb gehuild, maar hier kon ik niet anders. Ik heb Solitude vorig jaar twee keer gezien bij het New York City Ballet. Het is gebaseerd op een foto die Alexei Ratmansky, de Oekraïense choreograaf, zag van een vader en diens dode 13-jarige zoon. De jongen was omgekomen bij een Russische luchtaanval op een bushalte in Kharkiv. Zijn vader heeft zijn hand daarna urenlang vastgehouden.

‘Ratmansky maakte daar dit aangrijpende dansstuk omheen, met muziek van Gustav Mahler. Het begint met de vader die over het kind gebogen staat. Vervolgens zie je de oudere danser het kind helpen dansen, waarna ze het uiteindelijk samen doen. Je ziet eigenlijk een verbeelding van de vader-zoonrelatie.’

Schilderij: Neapolitan Children Bathing, van John Singer Sargent

‘Ik heb zeker een kwartier naar dit schilderij gekeken, tijdens de tentoonstelling dit voorjaar in het Metropolitan Museum over de jongere jaren van John Singer Sargent.

‘Eigenlijk hoor je niet zulke klodders wit te gebruiken voor de golven van de zee, maar Singer Sargent doet er iets prachtigs mee. Kijk ook naar dat kind links. Gewoonlijk zijn de verhoudingen in het werk van Singer Sargent natuurgetrouw, maar het kind is een beetje vervormd: die kleine voetjes, dat te grote hoofd.

‘Toch kon ik niet stoppen ernaar te kijken. Misschien ook omdat het bovenste deel van zijn lichaam verlicht is en het onderste niet, zijn armen snijden het als het ware in tweeën. Mensen hebben het vaak over Singer Sargents gebruik van licht – en dat is hier echt waanzinnig.

‘Daarna begon mijn blik af te dwalen naar het meisje dat haar hoofd ondersteunt, op rechts. Het kind ernaast beschermt haar gezicht tegen de zon, maar lijkt zich tegelijkertijd onzichtbaar te willen maken. En het kind dáárnaast kijkt in het water, terwijl het kind op links naar de toeschouwer staart. Er is iets met die verschillende perspectieven.

‘Het is een ongelooflijk schilderij, terwijl het zo eenvoudig is. Vier kinderen op het strand. En toch vind ik het zó mooi.’

Boek: De correcties van Jonathan Franzen

‘Af en toe schrijf ik nog stukken voor New York Magazine waar ik hetzelfde doe als in mijn boek: ik vraag kunstenaars het maakproces achter een werk uit te leggen. De eerste van die stukken ging over De correcties van Jonathan Franzen.

‘Dat is een boek waar ik echt van houd. Ik heb een zwak voor komedie die diepzinnig is, snap je wat ik bedoel? Dat ik maar blijf lachen en lachen terwijl intussen iets wezenlijks bij me binnendringt. Franzen doet dat elke keer opnieuw.

‘Hij is scherp over iets wat me telkens weer raakt: gezinnen. De correcties gaat over een compleet ontspoord gezin, die we leren kennen via de perspectieven van elk van de personages. Hij legt het dus niet allemaal aan je uit. Je beleeft ieder gezinslid afzonderlijk en moet daarna als lezer het geheel zelf vormen in je hoofd. Dat is een waanzinnig effectieve literaire techniek – en intussen schrijft hij ook nog de ene hilarische scène na de andere.’

Tijdschriftrubriek: What They Were Thinking

‘Toen ik hoofdredacteur werd van The New York Times Magazine, wilden we een journalistieke blik richten op het alledaagse. Zoveel van The New York Times destijds was gericht op het publieke domein – wat er gebeurde in de politiek, in door oorlog verscheurde gebieden, dat soort dingen.

‘Ik was geïnteresseerd in wat zich afspeelde in het privéleven, bij gezinnen, bij moeders met kinderen. Zo kwamen we op een rubriek die we ‘What They Were Thinking’ gingen noemen. We namen een gewone, alledaagse foto die we prachtig vonden en spraken daarna met de mensen die erop stonden. In een korte monoloog vertelden zij wat ze dachten op het moment dat de foto werd gemaakt. Het was een geweldig concept, we hebben van deze rubriek denk ik zo’n 150 afleveringen gemaakt.’

Tijdschriftcover: Bill Cosby

‘Als we het toch over tijdschriften hebben: onlangs sprak ik met The New York Times voor een artikel over de beste tijdschriftcovers ooit, of zoiets. Daarbij kwam deze cover, waar ik altijd enorm van onder de indruk ben geweest, ook ter sprake.

‘Een collega van me bij New York Magazine, Jody Quon, heeft deze in 2015 dankzij pure wilskracht tot stand gebracht. Het was een cover over Bill Cosby, of beter gezegd: over de beschuldigingen van vrouwen dat hij hen had gedrogeerd en seksueel had misbruikt.

‘Even leek het erop dat hij ermee weg zou komen. Maar mijn collega had toen het idee om al die vrouwen samen te brengen en getuigenis af te laten leggen. Dus schakelde ze een fotograaf in om een cover te maken waarop 35 vrouwen op stoelen zaten – allemaal recht in de camera kijkend – met één lege stoel erbij, als symbool voor de vrouwen die er niet bij konden of durfden zijn. Dat al die vrouwen mee wilden werken, is ongelofelijk moedig, zeker als je beseft dat MeToo toen nog niet bestond.

‘De cover heette simpelweg Cosby: The Women. Zonder twijfel is dit de beste cover waar ik ooit bij betrokken ben geweest – al had ik er zelf weinig mee te maken, behalve dat ik zei: ‘Dit is fantastisch, laten we dit doen’.’

Cv Adam Moss

Adam Moss (New York, 1957) begon zijn carrière bij The New York Times, werkte bij Esquire en Rolling Stone en richtte in 1988 7 Days op. Ondanks loftuitingen (‘het is nauwelijks te overschatten wat voor held Moss in de tijdschriftenwereld werd dankzij 7 Days’, aldus een profiel over hem uit 2002) ging het cultuurtijdschrift na twee jaar failliet.

In 1991 keerde Moss terug naar The New York Times, waar hij het stijlkatern introduceerde en de toon toegankelijker maakte. Twee jaar later werd hij hoofdredacteur van The New York Times Magazine, een functie die hij daarna bekleedde bij New York Magazine. Voor dat blad schrijft hij nog steeds stukken.

In 2024 publiceerde Moss het boek The Work of Art: How Something Comes from Nothing. Hij woont in Manhattan met zijn man Daniel.

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next