Ooit waren ze met twintigduizend, nu zijn ze nog maar met vijf: de ‘lamplighters’ die waken over de gaslantaarns van Londen. Door de opkomst van elektriciteit leek hun beroep ten dode opgeschreven, maar dat was buiten de liefhebbers van het gloeiende Londense erfgoed gerekend. ‘Instagrammers en tiktokkers vinden het prachtig.’
Fotografie Carlotta Cardana
‘Daar is iets mis.’ Bij het vallen van de avond wijst Aran Osman naar een straatlamp tegenover Buckingham Palace. Achter het glas van de lantaarn flakkert een klein vlammetje, maar de gaslampen branden niet.
De praatgrage medewerker van British Gas zet een ladder tegen de 19de-eeuwse lantaarnpaal, haalt gereedschap uit zijn Mary Poppins-achtige tas en vervangt de ontsteker. En hij maakt meteen ook maar het glas schoon. Toeristen stoppen om foto’s te maken. Vijf minuten later kijkt Aran, terug op de grond, tevreden naar de lantaarn. ‘Ik verzorg ze als mijn kinderen’, zegt de zogenoemde ‘lamplighter’.
Aran Osman bij Buckingham Palace.
De 45-jarige is een van de vijf lamplighters die de laatste 1.100 op gas verlichte straatlantaarns in Londen onderhouden en de honderd jaar oude timers ervan elke twee weken opwinden. De lampen bevinden zich vooral in het centrum, zoals op Covent Garden en in de koninklijke parken.
Een klok die dienst doet als timer voor de gaslantaarns.
‘Het is het meest gewilde beroep binnen ons bedrijf’, zegt erfgoedmanager David Moody van British Gas, zittend in de werkplaats onder een spoorboog. ‘Er is een wachtlijst van gasmonteurs die met een ladder door de stad willen lopen. Het is de enige bedrijfstak die garant staat voor positieve publiciteit.’
Een lamplighter repareert een gaslantaarn in de werkplaats in Zuid-Londen.
In de werkplaats hangt tussen een collectie oude lampen een gedenkplaat voor Frederic Winsor, de uitvinder van deze vorm van straatverlichting. In 1807 werd de eerste lamp gedemonstreerd in Pall Mall, de straat van de herenclubs. Zes jaar later volgde de ingebruikname van de eerste officiële gaslamp, op Westminster Bridge. Binnen een decennium brandden er in de hoofdstad vijftigduizend lampen, die dagelijks werden aangestoken door een leger van twintigduizend lamplighters. ‘Letterlijk een leger, want er zaten veel veteranen bij van de Slag bij Waterloo’, zegt Moody.
Lamplighter steekt een gaslantaarn aan in de dichte mist in het Londen van 1945.
Getty
Tevens waren er zogeheten rioollampen, ook zo’n voorbeeld van victoriaanse inventiviteit, die dag en nacht brandden op methaangassen afkomstig uit de nieuwe rioleringen in de stad. Er is er nog eentje over, die wordt gevoed door biogas.
Met hun zachte licht maakten de lantaarns deel uit van het dickensiaanse landschap van victoriaans Londen. Maar in 1880 diende zich een concurrent aan, toen aan de Electric Avenue in Brixton de eerste elektrische lamp aanging. De opmars van het elektrische licht was niet te stuiten. De gaslampen verdwenen langzaam uit het straatbeeld, de lantaarns die restten gingen op de timer. In 1981 stak een lamplighter de laatste gaslamp handmatig aan.
Tijdens de pandemie leek er helemaal een einde te komen aan het nobele ambt van lamplighter. Stadsdeel Westminster, dat een derde van de lampen onder zijn beheer heeft, besloot van het gas af te gaan: elektriciteit is duurzamer en led geeft helderder licht, was de redenering. Bovendien zou het onderhoud te moeilijk zijn. Lamplighter Moody toont een vijf jaar oude foto van een groep oude collega’s. ‘Die gingen destijds met vervroegd pensioen omdat ze dachten dat het over en uit was.’
Maar dat was buiten de zogeheten Gasketeers gerekend – een actiegroep die in de bres sprong voor het zachte licht. Wat hun betrof waren de lamplighters te vroeg met pensioen gegaan, de activisten waren gehecht aan de warme gloed op Cecil Court waar een reeks boekverkopers zit. ‘Op een middag zag ik een man in een geel hesje een gat graven naast de gaslantaarn voor mijn deur’, herinnert antiquair Tim Bryars zich. ‘Ik vroeg hem wat hij allemaal aan het doen was en hij zei dat hij voorbereidend werk deed voor de overgang op elektriciteit. Dat was een totale verrassing. Niemand was geïnformeerd, de bewoners niet, de middenstand niet en zelfs The Victorian Society niet.’
Een van de overgebleven gaslantaarns.
Samen met collega Luke Honey begon Bryars de Gasketeers. Ze kregen het stadsdeel zover om inspraakavonden te houden, waar bewoners fulmineerden tegen het verdwijnen van een stuk Londens erfgoed. ‘Een bevriende statisticus ontdekte dat het stadsdeel de voordelen voor het klimaat schromelijk had overdreven en vrouwen veegden de vloer aan met het argument dat ledlicht veiliger voor hen zou zijn’, zo kijkt Bryars terug. ‘Uiteindelijk gaven de bestuurders toe dat het geen goed idee was. Nu werkt het stadsdeel goed mee.’
Tijdens zijn rondje door de koninklijke parken vertelt Osman dat de gaslampen goed zijn voor de flora. ‘Ik had contact met een Nederlandse biologe die onderzoek deed naar het gunstige effect van het natuurlijke gaslicht op vleermuizen, nachtvogels, motten en egels.’
Telkens wanneer de plat sprekende Londenaar de ladder opklimt, houden passanten stil om te kijken en foto’s te maken. ‘Soms ben ik een half uur met een lamp zoet omdat mensen vragen stellen, met me willen poseren en zelfs stiekem mijn trap opklimmen. Instagrammers en yiktokkers vinden het prachtig.’
De grote vijanden van de lampen zijn flinke voertuigen. In de werkplaats is lamplighter Paul Doy, voormalig soldaat van de koninklijke garde, druk bezig met het verven van een lantaarn die bij de nauwe doorgang onder de Admiralty Arch is aangereden door een vrachtwagen. ‘We houden met liefde het unieke van Londen in stand’, zegt hij, ‘iets waar mensen van houden.’ Naast zijn onderhoudswerk maakt Joy onder meer onderleggers, truien en sleutelhangers met gaslamp-motieven, alsmede gouden kroontjes voor de gaslampen die nabij de paleizen staan.
Lamplighter Paul Doy in de werkplaats.
Voor de Gasketeers, ondertussen, is de strijd nog niet helemaal gestreden. Koning Charles, een duurzame voorvechter, wil dat de paleislampen overgaan op ledlicht. ‘We willen actievoeren, maar we krijgen geen gehoor bij het paleis’, zegt Bryars. ‘Daar is geen inspraak of democratie.’ Dat is ook de ervaring van Moody en zijn koningsgezinde mannen die graag voor het paleis willen werken. Lopend bij de hekken van Buckingham Palace wijst Osman naar de gedoofde en verwaarloosde lampen op de paleispoorten. ‘Dat doet me pijn. Ik heb het paleis aangeboden om ze gratis te repareren, maar je hoort niets.’
Het wereldberoemde The British Museum in Londen staat onder druk. Het leeuwendeel van de collectie komt uit landen die vroeger onder het Britse Wereldrijk vielen. Steeds meer oud-koloniën eisen hun culturele erfgoed terug. Maar wat blijft er van The British Museum over als het dat doet? Een wandeling langs betwiste topstukken.
Grote delen van Berlijn baden nog steeds elke nacht in het licht van gaslantaarns. Met de angst voor gastekorten groeit ook de haast waarmee het stadsbestuur de karakteristieke straatverlichting wil vervangen door veel zuinigere ledlampen. Daar zijn niet alle Berlijners blij mee.
Dickens-geel zou het kunnen worden genoemd, het gele licht van de straatlantaarns in het historische hart van Londen. Het zachte geel van de gaslampen dreigt echter deels plaats te maken voor het felle wit van elektrische verlichting. Die verandering stuit op verzet.
Source: Volkskrant