Minachting als breedgevoeld maatschappelijk sentiment is van alle tijden, betoogt socioloog François Dubet, maar lijkt in het huidige tijdsgewricht alles te doordringen. ‘In de VS is met het trumpisme de minachting de dominante sociale en politieke emotie geworden.’
is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over de EU en internationale samenwerking.
Lezers van het linkse dagblad Libération hadden geen goed woord over voor de gele hesjes, die in 2018 in opstand kwamen tegen de Franse regering. ‘Zo veel stupiditeit in één man. Verdient hij geen Nobelprijs?’, schreef een lezer over een van de woordvoerders van de beweging. ‘Als ik zeg dat zijn spelling en zijn manier van zich uitdrukken het niveau hebben van een eersteklasser op een technische school, maak ik mij dan schuldig aan klasseminachting of aan eerlijkheid?’, meende een ander. Weer een ander: ‘Met zijn IQ van 80 gaat hij ons vertellen wat we moeten doen. Het moet tot de hersens van de in het geel geklede debielen doordringen dat zij niet het volk zijn.’
De minachting is de motor van het populisme, betoogt de Franse socioloog François Dubet (79) in zijn onlangs verschenen boek Le Mépris (‘de minachting’). De minachting is alomtegenwoordig. In de Franse steden voelt 30 procent van de inwoners zich geminacht, in de omliggende gemeenten 50 procent en op het platteland 72 procent, zo blijkt uit een enquête.
De kiezers van de radicaal-rechtse Marine Le Pen vinden dat zij geminacht worden door de media en de Parijse bourgeoisie, de inwoners van de banlieue voelen zich juist geminacht door Le Pen. De aanhangers van het radicaal-linkse La France Insoumise van Jean-Luc Mélenchon vinden dat zij geminacht worden door de rijken, de bankiers en het zakenleven.
Jonge mannen voelen zich bedreigd door de opkomst van sterke vrouwen en nemen de minachtende ideeën van Andrew Tate over. Op hun beurt voelen vrouwen zich geminacht door een vertoon van machismo dat kort geleden nog op zijn retour leek. Queers en trans personen voelen zich miskend door hetero’s en cisgenders. Zelfs aan de top van de maatschappelijke ladder voelt de Parijse elite zich soms geminacht. ‘De gegoede burgerij vindt dat haar cultuur onvoldoende wordt gerespecteerd’, zegt Dubet.
Zo is iedereen boos op iedereen. Er lijkt maar één manier om je van dat knagende gevoel van minachting te bevrijden, zegt Dubet. Zelf anderen minachten. ‘De aanhangers van Le Pen zeggen: niet ik verdien het geminacht te worden door de elite, maar anderen, vooral buitenlanders en immigranten die van een uitkering leven’, aldus Dubet, via een videoverbinding vanuit zijn woonplaats Bordeaux.
Dubet werd vooral bekend als onderwijssocioloog. Politiek was hij verwant aan de zogeheten deuxième gauche, een gematigd linkse stroming rond de socialistische politicus Michel Rocard, die in de jaren negentig even premier was.
‘Het is niet de minachting zelf die me verbaast. Die is er altijd geweest. Wat mij als socioloog interesseert is het feit dat de minachting alles lijkt te doordringen. In de Verenigde Staten is met het trumpisme de minachting de dominante sociale en politieke emotie geworden’, zegt hij.
Vroeger werden arbeiders toch ook geminacht door de bourgeoisie?
‘Ik heb nog een samenleving gekend die gestructureerd werd door minachting. De arbeiders werden geminacht door de bourgeoisie, vrouwen door mannen, boeren door de mensen in de stad. Maar die minachting was een collectieve ervaring. Zo zat de maatschappelijke orde in elkaar. Het was ‘wij’, de arbeiders tegen ‘zij’, de bourgeoisie.
‘De minachting werd niet als agressie ervaren. Toen ik in de jaren zestig studeerde, ging 15 procent van de jongeren naar de universiteit. De rest werkte. Studenten minachtten de werkende jongeren, maar dat liet die jongeren totaal onverschillig. Ze hadden hun eigen wereld. In de jaren tachtig vroeg ik jonge arbeiders waarom ze arbeider waren. Ze zeiden: omdat mijn vader arbeider was.
‘Als je tegenwoordig zo’n vraag stelt, krijg je te horen: ik ben arbeider omdat ik op school mislukt ben. Vroeger werd de schoolloopbaan voor de meeste mensen bepaald door de klasse waarin zij geboren werden. Dat was onrechtvaardig, maar niet krenkend. In de aanzienlijk opener samenleving van tegenwoordig heeft iedereen de plicht om te slagen. Als je faalt, is het je eigen schuld.’
Is de hedendaagse minachting pijnlijker?
‘Ja, zij is veel pijnlijker, omdat mensen zich individueel geminacht voelen. Het is niet meer ‘wij’ tegen ‘zij’. Het is ‘ik’ die geminacht wordt, omdat mijn werk niet op waarde wordt geschat, omdat ik niet genoeg diploma’s heb, omdat ik in een bepaalde wijk woon, een bepaalde afkomst heb, een bepaalde seksuele voorkeur. De gele hesjes praatten nooit over ‘wij’, maar altijd over ‘ik’. ‘Ik’ die de eindjes niet aan elkaar kan knopen.’
‘Objectief was de minachting vroeger sterker, maar subjectief is zij tegenwoordig moeilijker te verdragen. Vrouwen werden in de jaren vijftig meer geminacht door mannen dan nu. De seksen leefden in gescheiden werelden. Maar juist omdat vrouwen nu vinden dat ze gelijk zijn aan mannen, voelen ze zich geminacht door ongelijkheden die veel kleiner zijn dan vroeger.’
Toch hebben de meeste mensen het aanzienlijk beter dan vroeger.
‘In de jaren vijftig had slechts 10 procent van de Fransen een auto. Nu heeft bijna iedereen een auto, maar niet dezelfde. Kleine ongelijkheden zijn veel onverdraaglijker dan grote, liet de Franse filosoof Alexis de Tocqueville al in de 19de eeuw zien.
‘In Bordeaux stemt 8 procent van de kiezers op het Rassemblement National van Marine Le Pen. Op 20 kilometer afstand is dat 20 procent en op 50 kilometer afstand 50 procent. Dat is niet omdat die mensen per se arm zijn. Maar ze hebben het gevoel dat ze niet meer meedoen met de geschiedenis, dat alles zich in de stad afspeelt, de stations, het vliegveld, de ziekenhuizen, de universiteiten.’
Wordt het gevoel geminacht te worden aangewakkerd door de sociale media?
‘Absoluut. In het verleden was er altijd een laag tussen de individuele ervaring en de publieke ruimte. Als je aandacht wilde in het publieke debat, moest je vakbonden, belangenorganisaties of politieke partijen inschakelen. Dat was een mechanisme om de woede af te koelen. Een vakbond kanaliseert de onvrede door demonstraties te organiseren, eisen te formuleren en naar een compromis met de werkgevers en de politiek te zoeken.
‘Tegenwoordig gaan mensen achter de computer zitten om zich te laten gaan. Ze zeggen dingen die dertig jaar geleden in het café werden gezegd. Toen bleven zulke uitspraken in het café, nu dringen ze rechtstreeks tot het publieke debat door.’
Versterkt president Macron het gevoel geminacht te worden? Hij sprak bijvoorbeeld over het station als plaats waar mensen die geslaagd zijn het pad kruisen van mensen die ‘niets’ zijn.
‘Macron is inderdaad een symbool van de minachting. Maar hij is ook een zondebok. Ik geloof niet dat hij zich veel meer schuldig maakt aan minachting dan vroegere presidenten als De Gaulle, Giscard d’Estaing of Mitterrand. Destijds verweet niemand de president dat hij uit de hoogte deed, dat werd gezien als een onderdeel van zijn functie.’
Le Mépris is het beknopte (115 pagina’s), maar pregnante verslag van een oude man die de wereld heeft zien veranderen en zich daarover blijft verbazen. De industriële klassenmaatschappij maakte plaats voor een post-industrieel individualisme. ‘In mijn ogen is die ontwikkeling even belangrijk als de overgang van het ancien régime – vóór de Franse Revolutie – naar de moderne samenleving van de 19de eeuw’, zegt hij.
In de jaren tachtig deed Dubet onderzoek naar staalarbeiders in Lotharingen. In de maatschappelijke strijd vormden zij weliswaar de onderliggende partij, maar ze hadden ook een sterk wij-gevoel, met hun eigen waarden, hun trots en solidariteit, hun vakbonden, politieke partijen, sportclubs en culturele organisaties. Sociale stijging werd vaak niet aangemoedigd, schrijft Dubet. Je moest je vooral niet te veel verbeelden.
Die wereld met haar solide instituties is verdwenen. Tegenwoordig moet het individu het zelf maken. Het maatschappelijk ideaal is de meritocratie. Sociale posities worden niet meer verdeeld op basis van afkomst, maar op basis van talent en hard werken. Daartoe moet het onderwijs gelijke kansen bieden, zodat elke burger zich maximaal kan ontplooien.
Het is een mooi, maar problematisch ideaal, zegt Dubet. ‘Gelijke kansen zijn moeilijk te realiseren. Ik heb daar veel onderzoek naar gedaan. Ouders zijn helemaal geen voorstander van gelijke kansen, ze doen er alles aan om te bereiken dat hun kinderen het beter doen dan de kinderen van anderen.’ Ze betalen dure bijlessen of sturen hun kinderen naar privéscholen. In Frankrijk verhuizen mensen die zich dat kunnen permitteren naar een betere buurt waar hun kinderen naar school kunnen.
Bovendien heeft het meritocratisch ideaal een harde kant, zegt hij. ‘Al in 1958 schreef de bedenker van de term, de Britse socioloog Michael Young: als je werkelijk gelijkheid van kansen realiseert, krijg je een darwinistische wereld waarin de winnaars geloven dat ze hun succes zelf verdiend hebben en de verliezers hun falen aan zichzelf wijten.’
Kunnen we de meritocratie overwinnen?
‘Ik geloof dat we de meritocratie niet moeten overwinnen, omdat zij gebaseerd is op een onaanvechtbaar principe van rechtvaardigheid. We kunnen moeilijk weer tegen vrouwen zeggen: u mag niet meer studeren, want de mannen moeten meer kansen krijgen. Maar je kunt de meritocratie wel verzachten.
‘Ten eerste kun je de sociaal-economische ongelijkheid verminderen. In een egalitaire samenleving is de meritocratie minder wreed. De verliezers verliezen minder, de winnaars winnen minder. Ten tweede kun je de meritocratie minder eenzijdig maken. Zij is, zeker in Frankrijk, gereduceerd tot één competitie, die om de hoogste diploma’s. Dat is rampzalig omdat zo veel andere verdiensten niet worden gehonoreerd: handenarbeid, het vermogen relaties aan te gaan, moed. Ik maak graag een vergelijking met sport. Je hebt sporten voor grote, sterke mensen en sporten voor kleine, snelle mensen. Maar in de samenleving heb je maar één sport, het onderwijs en zijn diploma’s.’
Het populisme wakkert de minachting aan. Maar op minachting kun je geen democratische politiek bouwen, schrijft u.
‘De actie die uit minachting voortkomt, is niet democratisch. Zij wijst vijanden aan, wakkert het ressentiment en de haat aan. Het Rassemblement National zegt tegen de mensen: u wordt geminacht door Europa, de immigranten, de armen, de seksuele minderheden, de intellectuelen, de mensen uit de stad. Als we de immigranten kwijt zijn, dan hervindt ‘het volk’ zijn eenheid en broederschap.
‘Linkse populisten, zoals de partij van Mélenchon, zeggen: het volk zal zijn eenheid hervinden door zich te bevrijden van de rijken en de bankiers. De politieke retoriek van het volk dat in opstand komt tegen zijn vijanden heeft een enorme kracht.
‘Maar als je die vijanden kwijt bent, zal blijken dat het verenigde volk helemaal niet bestaat. Er zijn boeren, arbeiders, armen, rijken, stedelingen, plattelanders.’
Door lageropgeleiden worden sociaaldemocraten en progressieve liberalen beschouwd als het gezicht van de minachting. Hoe komt dat?
‘Tot de jaren tachtig stelde links dat sociale rechtvaardigheid draaide om het terugdringen van ongelijke omstandigheden. Tegen arbeiders werd gezegd: je zult hetzelfde werk doen als je vader, maar meer verdienen. Tegenwoordig is het linkse idee van rechtvaardigheid vooral gebaseerd op het bestrijden van discriminatie. Volgens een onderzoek richt de Democratische partij in de VS zich op zeventien gediscrimineerde groepen. Daardoor is de sociale basis van linkse partijen veranderd.
‘Links praat in naam van de gediscrimineerden, terwijl (extreem-)rechts de partij is geworden van mensen die zeggen: door de strijd tegen discriminatie worden wij gediscrimineerd, de witte Nederlandse, Franse of Amerikaanse mannen; de echte geprivilegieerden, dat zijn werkloze immigranten die een beroep doen op de sociale zekerheid.’
Dat is toch absurd?
‘Het is absurd, maar doeltreffend. Extreemrechts kraamt totale onzin uit, maar het is effectief. Kijk naar de VS. Trump zegt dat de witte, protestantse mannen de echte slachtoffers zijn en dat we miljardairs moeten steunen om almaar rijker te worden. Het is totaal idioot, maar het werkt. Links zegt vaak tegen mensen: u heeft ongelijk. Wij hebben hier statistieken die laten zien dat u ongelijk heeft. Dat versterkt bij kiezers van extreemrechts weer het gevoel dat ze geminacht worden.’
Vaak laten de statistieken toch zien dat mensen ongelijk hebben?
‘Ja, maar als socioloog probeer ik niet simpelweg ongelijkheden te meten, maar te begrijpen hoe ze door mensen beleefd worden.’
Is het nieuwe nationalisme een antwoord op de minachting? Het nationalisme geeft burgers die zich geminacht voelen waardigheid als ‘echte’ Fransen, Nederlanders of Amerikanen.
‘Jazeker, en ook dat is een probleem voor links. Vroeger was links vaak patriottisch. Er werd gezegd dat arbeiders het vaderland beter verdedigden dan de bourgeoisie. De nationale identiteit is heel sterk gebleven en wordt bovendien bedreigd door Europa en de globalisering. Mensen die hechten aan hun nationale identiteit voelen zich geminacht.
‘Links weet niet zo goed wat het daarmee aan moet. De natie wordt geassocieerd met nationalisme en racisme. Er wordt geen discours tegenover gesteld dat zegt: de echte natie, de open democratie, dat zijn wij. Dus laat links de natie maar over aan anderen. Ik was laatst nog op het station en vrijwel alle bestsellers zijn rechtse of extreemrechtse boeken over nationale identiteit en het verval van Frankrijk. Links heeft zichzelf intellectueel ontwapend. Het wordt in verlegenheid gebracht door de natiestaat en zwijgt er maar over.’
Bent u optimistisch over de toekomst?
‘Enerzijds ben ik pessimistisch, omdat het niet goed gaat. Er gebeuren dingen die ik nooit voor mogelijk heb gehouden, bijvoorbeeld in de VS. Anderzijds moeten we de crises ook niet aanzien voor eeuwigdurende perioden. Ik heb toch moeite om me voor te stellen dat onze samenlevingen de controle over zichzelf verliezen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant