Sinterklaas is nooit inclusief geweest. Het is altijd een kinderfeestje geweest waar niet iedereen welkom is, maar die wél door iedereen gekoesterd moest worden.
Als kind met Marokkaanse ouders vierde ik nooit Sinterklaas. Misschien kwam het daardoor ook zo hard binnen toen mijn broers mij op mijn 4de vertelden dat hij niet bestond. Ik keek hen met grote ogen aan. Hoezo niet echt? Ik was opgegroeid met verhalen over profeten: Moussa die de zee splitste, Ibrahim die ongeschonden door het vuur liep. Een oude man op een paard die cadeaus door een schoorsteen gooide – ook al hadden wij er geen – klonk in dat rijtje helemaal niet vreemd. Wonderen waren immers nooit uitgesloten.
De ontgoocheling was groot. Mijn broers hadden het nieuwtje tussen neus en lippen door gedeeld, alsof het niets was. Ik was beledigd, verontwaardigd zelfs. Dus liep ik naar mijn ouders, zoekend naar bevestiging dat dit een grote leugen was. Maar ook zij knikten rustig. ‘Hij bestaat niet.’ Ik wilde het niet accepteren.
Over de auteur
Yasmina Ahamiane is auteur en theatermaker.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De volgende avond was het 5 december. Ik zou het tegendeel bewijzen. Ik sloop naar de koelkast, pakte een wortel voor het paard en zette mijn versleten Schoenenreus-schoentje stiekem bij de verwarming. Dit zou mijn triomf worden. De volgende ochtend stormde ik ernaartoe. De wortel lag er nog. Mijn schoen, onaangeraakt. Wel kreeg ik op mijn kop dat ik geen groentes uit de koelkast mocht halen zonder dit te vragen.
Die ochtend liep ik met een nieuw soort verdriet naar school: het soort waarin je beseft dat de wereld minder magie bevat dan je had gehoopt.
In mijn klas zat een Surinaamse jongen. Hij werd ieder jaar opnieuw uitgemaakt voor zwarte piet. Huilend stond hij dan in de deuropening van het lokaal, ontroostbaar. Hij voelde feilloos aan wanneer het bijna Sinterklaas was. Niet door de liedjes of pepernoten in de schappen, maar door de woorden die hem onvermijdelijk zouden raken. Op een gegeven moment bleef hij thuis op 5 december. De juf zei dat hij het niet vierde en dat zijn cadeautje werd bewaard.
Toen wekte dat nog voor ons jaloezie op: vrij zijn én toch een cadeau krijgen. Pas later begrepen we hoe zwaar het eigenlijk voor hem moet zijn geweest. Zwarte Piet voelde toen al niet goed, maar niemand wist hoe je dat moest zeggen.
De middelbare school bracht een nieuw decor. De buurtkinderen van Marokkaanse en Turkse komaf maakten plaats voor witte, hoogopgeleide gezinnen die Sinterklaas tot kunstvorm hadden verheven. Tijdens de pauzes hoorde ik verhalen over rivaliteit tussen ouders in het knutselen van de mooiste surprises: kartonnen meesterwerken. Bij ons thuis waren we al tevreden met een geverfde schoenendoos.
In de bovenbouw besloot mijn mentor het anders te doen: een kring, ‘mystery’-cadeaus met dobbelen, en doorschuiven tot iedereen ergens mee eindigde. Toen een klein Boeddhabeeldje werd uitgepakt – een goedkoop souvenir, waarschijnlijk ooit gedachteloos meegebracht uit Thailand – schoot ik in paniek. In stilte fluisterde ik tot God: ‘Alsjeblieft Allah, laat die niet bij mij belanden.’ Maar mijn smeekbede stuiterde terug uit het universum. Ik werd de trotse eigenaar van deze mini-verlichting.
Ik probeerde te ruilen en wist een klasgenoot zover te krijgen. Ik kreeg een zak pepernoten van de Hema. Ik was opgelucht, totdat ik de smaak zag staan: champagne. Zelfs bij Sinterklaas gunnen ze deze moslim niks, dacht ik. Uiteindelijk wist ik die ook weer te ruilen voor een pakje thee. Thee faalt tenminste nooit.
Het enige waar ik écht plezier in had, waren de gedichten. Al vond ik de versjes, die gemaakt waren door websites die rijm produceerden alsof het een lopende band was, vreselijk. Ik vermoed dat tegenwoordig half Nederland ChatGPT inzet voor die taak. Een persoonlijk gedicht blijft goud.
Jarenlang heb ik de discussies voorbij zien komen: Kick Out Zwarte Piet, boze witte
mannen op tv, Sylvana Simons die de gemoederen bezighield. Ik hoorde de ‘het is maar een kinderfeestje’-verzuchting. Maar tegelijk voelde ik ook een soort afstand. Alsof het een strijd was die buiten mij plaatsvond, in een wereld waar ik zelf nooit volledig deel van had uitgemaakt.
En misschien is dat het echte probleem met dit feest: dat het nooit bedoeld was voor iedereen, maar wel geacht werd door iedereen gekoesterd te worden. De man die niet bestond, tekende stilletjes een grens. En soms voelt het alsof ik nog steeds aan de andere kant sta.
Voor mijn Surinaamse klasgenoot hoefde Sinterklaas niet eens het lokaal binnen te komen. En voor mij eigenlijk ook niet. Als een man die niet bestaat zóveel mensen buitensluit, dan is het niet vreemd dat sommigen ervoor kiezen hem helemaal niet uit te nodigen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant