ALPHEN AAN DEN RIJN - Slopen, opbouwen of schoonmaken? De bijna 16-jarige Dean Martens draait er zijn hand niet voor om. 'Geef mij een klus en ik doe het met liefde.' Maar zo langzamerhand is hij een uitzondering op de regel aan het worden, want steeds minder jongeren kiezen ervoor om zelf te gaan klussen.
Alfred Pos (63) weet er alles van. Door een terugloop in het aantal klanten valt deze zaterdag definitief het doek voor zijn speciaalzaak in ijzerwaren en gereedschap. 132 jaar lang was Provak Van Beijeren bijna niet weg te denken uit het centrum van Alphen aan den Rijn, maar de winkel gaat nu écht weg.
Wat het nog wranger maakt voor Pos, is dat hij twee jaar terug ook al de doe-het-zelfzaak van zijn familie in Boskoop moest sluiten. Een gebrek aan omzet én opvolgers zijn onoverkomelijk gebleken voor wat 98 jaar eerder door zijn opa werd gestart als een smederij, midden in het dorp.
'Het is niet leuk om een bedrijf te beëindigen, of het nou een familiebedrijf is of een onderneming die je zelf hebt gestart', reageert de geboren en getogen Boskoper. 'Je steekt je ziel en zaligheid erin. En als je het dan langzaam af ziet kalven, dan is dat pijnlijk.'
Pos - die al op zijn zeventiende begon bij het huidige Provak Van Beijeren - laat zich ook inhuren om aan huis 'kleine klusjes' te doen, zoals het monteren van horren en sloten. Zowel achter de voordeur als in zijn winkel heeft hij gemerkt dat jongeren dikwijls geen gereedschap meer hebben.
Ze gaan liever naar een bouwmarkt of bestellen hun spullen online, beweert hij. 'De jeugd koopt heel gericht. Ze zoeken op hun telefoon of iPadje wat ze willen hebben. En als het dan binnenkomt, komen ze een paar schroefjes of boutjes tekort. Die komen ze dan in dit soort winkels halen.'
Dat het vak al geruime tijd aan het vergrijzen is, wordt door de VLOK onderschreven. De in Zoetermeer gevestigde brancheorganisatie voor klusbedrijven ziet dit als een zorgelijke ontwikkeling. 'Wij schreeuwen om jonge aanwas van vakmensen', zegt directeur Dennis Kosten.
Zijn veronderstelling is dat veel ouders hun kind nog altijd liever arts of advocaat zien worden, terwijl volgens hem een hoge(re) opleiding niet automatisch een grotere toekomst betekent. 'Een gemiddelde loodgieter kan meer verdienen dan een advocaat', stelt de Spijkenisser.
'We hebben inmiddels genoeg mensen die weten hoe je een PowerPoint-presentatie moet maken. Maar we hebben er niet zo heel veel die daadwerkelijk iets moois kunnen maken en een maatschappelijke bijdrage kunnen leveren om het woningaanbod te verfraaien.'
Uit cijfers van de SBB (Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven), die onder meer mbo-studenten helpt aan te sluiten op de arbeidsmarkt, blijkt dat de specialisatie technische installaties en systemen landelijk gezien veruit het populairst is onder techniekstudenten.
De laatste vijf jaar is het aantal aanmeldingen voor die studierichting via de BBL (beroepsbegeleidende leerweg, oftewel werken in praktijk en één dag per week naar school) steeds gestegen, van 12.483 in 2020-2021 naar 14.426 in 2024-2025.
Een woordvoerster van de SBB wijst er wel op dat die cijfers geen direct verband houden met of jongeren wel of geen interesse hebben in klussen. 'Techniekonderwijs start al in het primair onderwijs', benadrukt ze.
'En daar zie je de ontwikkeling dat vakken zoals handvaardigheid en techniek steeds meer naar de achtergrond zijn verdwenen, ook onder de grote druk op het verbeteren van de basisvaardigheden.'
mboRijnland
Ten opzichte van vorig jaar heeft mboRijnland (gevestigd in Alphen, Gouda, Leiden, Leidschendam-Voorburg, Waddinxveen, Woerden en Zoetermeer) te maken met 16 procent meer aanmeldingen voor techniekopleidingen.
'De grootste groei is zichtbaar bij onze opleidingen Timmeren, Werktuigkundige Installaties, Elektrotechnische Installaties, Productietechniek en Middenkaderfunctionaris Bouw', meldt een woordvoerster van de school.
Tot die laatste categorie mag je Tim Bossen (29) uit Rijnsaterwoude moeiteloos rekenen. Hij heeft al zes jaar een eigen klusbedrijf, dat vooral gespecialiseerd is in ruw timmerwerk. Het werken met zijn handen is er met de paplepel ingegoten door zijn vader, een voormalig loodgieter.
Als kind blijkt hij het klussen in de vingers te hebben. 'Ik moet er niet aan denken om achter een computer te werken', beklemtoont Bossen. Ook hij merkt in zijn omgeving dat er weinig wordt geklust. 'Aangezien ik zelf wel handig ben, vraagt iedereen aan mij of ik hun problemen kan oplossen.'
Juist daarom gaan de zaken met zijn bedrijf op dit moment zo goed. 'Het is hartstikke druk', vertelt hij. 'Of ik dat verontrustend vind? Aan de ene kant wel, want er is bijna niemand meer te vinden die met zijn handen wil werken. Maar aan de andere kant hou ik daardoor wel altijd werk.'
Net als Bossen is Dean Martens (nog anderhalve week 15) vrijwilliger bij de Alphense huttenbouw. 'Ik vind het leuk om bezig te zijn, ik hou niet van stilzitten', verklaart hij. En zijn vader, lokaal bekend van het gelijknamige rioleringsbedrijf, heeft eveneens het 'klusvirus' op hem overgedragen.
Al ziet hij zichzelf niet snel in de voetsporen treden van senior. Dat lijkt Martens junior meer iets voor zijn vier jaar jongere zusje. Wat zijn eigen toekomstdroom is? 'Ik loop al ongeveer een jaar te roepen dat ik richting Defensie wil', bekent de voormalig kartbaanmedewerker.
Onlangs heeft hij zijn vader flink geholpen met klussen bij het verhuizen. Het hele Alphense gezin is namelijk een paar maanden geleden geëmigreerd naar België. Maar, zo kondigt Martens nu alvast aan: 'Tijdens elke huttenbouw ben ik er weer bij.'
Tim Bossen en Dean Martens mogen dan allebei géén twee linkerhanden hebben, voor VLOK-directeur Dennis Kosten is het van groot belang om de jeugd meer aan het klussen te krijgen. 'We moeten laten zien hoe mooi dit vak is. En dat je hiermee een goede boterham kunt verdienen.'
Over speciaalzaken, zoals Provak Van Beijeren, maakt hij zich niet al te veel zorgen. 'Ik denk dat voor dit soort winkels altijd wel een markt is. Alleen, kunnen ze het vol blijven houden tegen het grote geweld van die grote bouwmarkten?'
In het geval van Alfred Pos is het antwoord op die vraag negatief gebleken. Hij vreest dat de kluswinkelier in hetzelfde schuitje zit als de groenteboer en de slager, die steeds meer uit het straatbeeld verdwijnen. 'In kleinere dorpen zie je dit soort zaken al helemaal niet meer', klinkt Pos pessimistisch.
Met name voor bezoekers vindt de Boskoper het jammer dat zijn winkel uit de Alphense Hooftstraat verdwijnt. 'Voor een hoop klanten ben je ook een vraagbaak. Die vragen zich nu af waar ze nog terechtkunnen.' Hij haalt even diep adem. 'Dat vind ik wel lastig.'
Source: Omroepwest - Alphen aan den Rijn