De Duitse bondskanselier Merz begon zijn termijn een half jaar geleden met grote beloften. Nu dreigt rebellie in de eigen gelederen, met name over de pensioenhervorming. Wat zijn de drie grote hoofdpijndossiers?
is correspondent Duitsland van de Volkskrant. Hij woont in Berlijn.
Tijdens de Duitse algemene beschouwingen deze week verdedigde bondskanselier Friedrich Merz zijn regeringsbeleid. Donderdagnacht timmerde hij een plan in elkaar om opstandige partijleden binnenboord te houden. Vrijdag kwam hij te elfder ure met een moeizaam bevochten pensioen-compromis.
Merz houdt vast aan het kostbare niveau van de pensioenen tot 2031, maar daarna komt er wel degelijk hervorming. Een commissie gaat daarnaar kijken. Zo hoopt de bondskanselier te voorkomen dat jongeren in zijn partij, die klagen dat hun generatie opdraait voor de kosten van vergrijzend Duitsland, hem de rug toekeren.
Merz’ CDU heeft achttien 35-minners in de parlementaire gelederen. Als die tegen een regeringsvoorstel stemmen, verliest Merz zijn meerderheid. Volgende week moet blijken of een regeringscrisis is voorkomen.
De pensioendiscussie is de eerste serieuze bedreiging voor Merz’ regering. Maar een makkelijk begin heeft hij sowieso niet gehad. Merz trad aan met grote beloften. Hij zou het tij keren voor Duitsland, een grootmacht in verval: gesloten grenzen, economische hervormingen, honderden miljarden voor infrastructuur. Maar de afgelopen maanden groeit kritiek. Merz’ beloften lopen stuk op de realiteit. En de inzet is hoog. Wat zijn de drie grootste hoofdbrekens van de bondskanselier?
Het heeft even geduurd, maar deze maand zag de Duitse regering eindelijk in ‘dat de economie waarschijnlijk te maken heeft met de grootste uitdaging in tachtig jaar’. Dat schreef ING-hoofdeconoomn Carsten Brzeski nadat de regering-Merz een omvangrijk pakket economische hervormingen had aangekondigd.
Het is moeilijk om de ernst van de Duitse economische malaise te overdrijven. Het land loopt langzaam leeg; elk jaar verdwijnt rond de 100 miljard euro aan economische bedrijvigheid naar het buitenland. De auto-industrie stagneert, tienduizenden banen verdwijnen. Goedkoop gas uit Rusland is er niet meer. China is veranderd van afzetmarkt in concurrent.
Oerknal bij het aantreden van Merz’ regering in mei was een mega-investering in de verouderde Duitse infrastructuur. Treinen, wegen, energienet, internet: met liefst 500 miljard geleende euro’s gaat de coalitie de komende twaalf jaar de tanende Duitse netwerken upgraden. De sociaal-democratische coalitiepartner SPD bedong een deel van het geld voor ‘sociale infrastructuur’, zoals pensioenen en sociale zekerheid. Ook gaat er 100 miljard naar het klimaat.
Sindsdien gaat het over de vraag hoe het geld nu precies wordt besteed. ‘Het grootste deel van de enorme kredieten gaat niet naar investeringen die Duitslands groeipotentieel benutten’, zo werd geklaagd in een redactioneel commentaar van de conservatieve Frankfurter Allgemeine Zeitung. ‘Het dient als smeermiddel voor de cohesie in de coalitie.’
Deze maand zijn enkele concrete hervormingen aangekondigd die Duitsland weer aantrekkelijk moeten maken voor de weglopende bedrijven. Zo verlaagde Merz belastingen voor ondernemingen en belooft hij – zoals elke regering – de verstikkende Duitse bureaucratie te hervormen.
Tijdens zijn verkiezingscampagne beloofde Merz de snelle groei van de Alternative für Deutschland (AfD) te stoppen. Hij ziet zijn regering, een moeizame coalitie met de sociaal-democratische SPD, als ‘mogelijk de laatste kans’ voor het democratische midden in Duitsland.
Maar de AfD, die dit jaar door de Duitse veiligheidsdienst werd betiteld als ‘bewezen extreemrechts’, blijft oprukken. Bij de verkiezingen die Merz’ CDU/CSU in februari won werd de AfD tweede. En inmiddels strijden beide partijen om de eerste plek in de peilingen, met alletwee ruim een kwart van de stemmen.
Merz lijkt te denken dat opschuiven naar rechts de manier is om de concurrentie aan te gaan. Dat kost hem niet al te veel moeite. De bondskanselier is afkomstig uit de conservatieve vleugel van de CDU, en na een aantal aanslagen gepleegd door migranten in 2024 is hij duidelijk verhard in zijn standpunten. In zijn eigen partij klinkt zachtjes, maar steeds luider, een roep om beperkte samenwerking met de AfD.
Merz beloofde in zijn campagne dat ‘op dag één’ met hem aan het roer geen asielzoeker meer Duitsland binnen zou komen. Een rechter schoot dat plan af. Sindsdien belooft Merz grootschalige uitzettingen, maar ook dat komt vooralsnog nauwelijks uit de verf. Tot en met september waren het er bijna 18 duizend, slechts 20 procent meer dan vorig jaar, onder de vorige regering.
De regering-Scholz ging ten onder aan publiek geruzie. Onder zijn leiderschap is dat afgelopen, beklemtoonde Merz tijdens zijn campagne, en spreekt de coalitie weer met één mond.
Maar in Duitsland gaat het nu steeds vaker over de communicatiestijl van de bondskanselier. Die kan worden samengevat in één woord: Stadtbild.
Begin oktober pochte Merz dat zijn partij weliswaar ‘uitzettingen op grote schaal’ doorvoert, ‘maar dat we nog een probleem hebben in het straatbeeld’. Nadat half Duitsland over de woorden viel, vroeg een journalist Merz wat hij nou bedoelde. ‘Vraag het uw dochter maar’, aldus de bondskanselier. Wekenlang domineerde Merz’ vermeende racisme de media én sociale media.
Na de klimaattop in het Braziliaanse Belém grapte de bondskanselier dat meereizende journalisten niet konden wachten totdat ze weer naar huis mochten en dat Duitsland een van de mooiste landen ter wereld is. Braziliaanse media verweten Merz ‘wit superioriteitsdenken’, de gouverneur van Rio de Janeiro maakte hem uit voor neonazi, president Lula de Silva van Brazilië zei dat Berlijn ‘nog geen 10 procent’ te bieden heeft van wat de regio Belém mooi maakt.
Het tekent de onervarenheid van de bondskanselier. Hij is weliswaar een doorgewinterde politicus, maar heeft nooit bestuursfuncties gehad. Merz is geen minister geweest, heeft nooit een deelstaat geleid. In kringen rond de kanselier valt ook te horen dat hij naaste medewerkers meermaals heeft verrast met uitspraken, zoals een plotselinge stop op Duitse offensieve wapens voor Israël.
Zijn medewerkers hopen wellicht dat Merz lering zal trekken uit de woorden van Groenen-politicus Omid Nouripour, vicevoorzitter van de Duitse Tweede Kamer, naar aanleiding van ‘Belém’: ‘De juiste woordkeuze is het fundament van de staatskunst.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant